Wijkteams en gemeenten: Vertrouw en leg niet teveel vast

Verslag van het congres 'De kracht van het sociale wijkteam' door Olaf Stomp en Simone van Iperen dat eerder verscheen op Sozio.nl.
artikel - 6 juni 2014
Afbeelding bij Wijkteams en gemeenten: Vertrouw en leg niet teveel vast

‘Leg niet alles vast in verordeningen.’ ‘Eigen Kracht is maatwerk.’ ‘We moeten naar ontzorgen, normaliseren.’ De plenaire sprekers op het congres ‘De kracht van sociale wijkteams’ waren opmerkelijk eensgezind over de beoogde werkwijze rond wijkteams voor gemeenten, organisaties, hulpverleners en burgers.

‘We hebben het systeem ongelooflijk ingewikkeld gemaakt. Ik hou mezelf altijd voor: hoe zou ik het voor mijn eigen gezin georganiseerd willen hebben?’ Dagvoorzitter Peter Paul Doodkorte, partner bij Vondel en Nassau, trapte af met een eigen lezing. En toonde daarin dat hij een voorstander is van de transitie in het sociale domein. Een verandering die ons afhelpt van de complexiteit van de wijze waarop datzelfde domein nu is georganiseerd. Jammer alleen, zo stelde hij, dat die stelselwijziging samen gaat met een enorme bezuinigingsoperatie. ‘Niet het momentum, ongelukkig bij zo’n omvorming.’

De kunst van het loslaten

Mag hij de filosofie achter de operatie zien zitten, Doodkorte waarschuwde voor natuurlijke reflexen van hulpverleners en politici. ‘Ze hebben last van hetzelfde gen. Het risico bestaat dat ze er niet vanaf kunnen blijven.’ Hij hield beide beroepsgroepen het opvoedingsadagium voor: de kunst van het loslaten. ‘Leg niet alles vast in verordeningen. Eigen kracht is maatwerk.’

Geef de wijkteams een behoorlijk mandaat, zei Doodkorte verder. Het gevaar bestaat volgens hem dat de teams onafhankelijk van de zorgaanbieders gaan opereren. Niet doen, was zijn devies. Ga niet de indicatie overdoen maar vereenvoudig die juist. ‘Vertrouw.’

Rigide scheiding

De inleiding van Erik Dannenberg, voormalig wethouder in Zwolle, senior-adviseur bij BMC en voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in Zorg en Welzijn (NvTZ), sloot naadloos aan bij die van Doodkorte. Hij schetste allereerst het failliet van het huidige stelsel. ‘Momenteel staat het stelsel en niet de cliënt centraal. In Nederland word je goed geholpen als je één probleem hebt. Lastiger wordt het als je meer problemen hebt.’ Zoals bijvoorbeeld een verslaafde met een verstandelijke handicap. Niet welkom in de verslaafdenopvang omdat zijn IQ niet toereikend is voor de gehanteerde methodiek, niet welkom in een instelling voor gehandicaptenzorg vanwege zijn verslaving. De zorg is nu gebaseerd op een rigide scheiding en daar moeten we vanaf, betoogde Dannenberg. Het huidige stelsel is bovendien gebaseerd op de verkeerde – financiële - prikkels. ‘Hoe groter het probleem dat je beschrijft, hoe meer geld je krijgt’, aldus Dannenberg, die stelde dat indicatieorganen hun langste tijd hebben gehad. ‘De zorg is er niet beter van geworden.’ 

Kansrijk

In het nieuwe stelsel – met daarin een centrale rol voor de wijkteams – moeten we zien dat problemen samenhangen en daar ook een integrale oplossing voor vinden. Dannenberg pleitte voor maatwerk: analyseer als gemeente hoe een wijk is samengesteld (‘er is heel veel statistische info bij gemeenten beschikbaar’) en stel vervolgens een team samen. ‘Een achterstandswijk heeft een ander team nodig dan een vinexwijk met jonge gezinnen.’ Ook pleitte Dannenberg voor een functie ggz in het wijkteam ‘en niet bij de ggz-instelling’.

De BMC-adviseur achtte het nieuwe stelsel kansrijk maar erkende dat ‘het spannend gaat worden’ voor de teams. Dilemma’s en moeilijke beslissingen zullen blijven. ‘Hoe weet je bijvoorbeeld als brede generalist wanneer je er een specialist bij moet halen?’ Waarbij hij nadrukkelijk koos voor het werkwoord ‘erbij halen’. Noem het niet doorverwijzen. Dat veronderstelt geen gezamenlijke verantwoordelijkheid maar het doorschuiven van een probleem op andermans bord.

Amateur

Daniël Giltay Veth, sociaal ondernemer en adviseur in het sociale domein, zei een opmerkelijke kanteling te hebben waargenomen het afgelopen jaar. Een jaar geleden domineerden volgens hem de zorgaanbieders nog het debat met hun boosheid over de transitie en de angst afgeserveerd te worden door de gemeenten. Nu zag hij vooral zorginstellingen die op de transitie zijn voorbereid en ‘totale paniek’ bij de gemeenten die er nog niet klaar voor zijn. En interessante tijd, vertelde de insider Giltay Veth met een prettige dosis zelfrelativering. Zo vertelde hij met gevoel voor zelfspot hoe hij ergens voor een gemeente aan de slag is als zorginkoper, een nieuwe ervaring voor hem, en daar met een portie gezond boerenverstand zijn werk doet. Hij citeerde Albert Jan Kruiter van het Instituut van Publieke Waarden die eerder al verkondigde dat de posities in het sociale domein zo snel aan het veranderen zijn dat iedereen weer amateur wordt.

Ook Giltay Veth refereerde aan de reflexen waar Doodkorte in de ochtend over sprak. De neiging van gemeenten om te willen controleren, te willen sturen. Terwijl het nieuwe stelsel verlangt dat je als gemeente stuurt op vertrouwen. Zijn pleidooi: leg de nadruk ontzorgen en normaliseren. En ook bij hem klonk: ‘Hou de verordeningen simpel.’ Volgens de sociaal ondernemer gaat het nog jaren duren voordat de beroepsreflex van beleidsmakers en hulpverleners verdwijnt. ‘Maar zodra de beoogde vaardigheden voor de nieuwe werkwijze er zijn, zijn we een stuk opgeschoten meende hij. ‘We hebben een nieuw type agoog nodig om dit te realiseren. Dat vereist investeren. ‘Een permanente training on the job. Eigen kracht kost tijd en kost geld.’

Giltay Veth zei te vrezen dat cliënten over de schutting van het wijkteam gegooid gaan worden om de bezuinigingen op de instellingen te realiseren. Dat de wijkteams soms ook hun doel voorbijschieten illustreerde hij met het Amsterdamse wijk Bos en Lommer met inmiddels negen (!) wijkteams. ‘Je moet wel garanderen dat de kokers in elkaar schuiven, losgekoppeld worden van de moederorganisaties. Dat wordt de toekomst.’ Hij zei er vertrouwen in te hebben dat dit gaat gebeuren. Want als het moet dan moet het. ‘Onder druk wordt alles vloeibaar.’

'Estafetteloop'

Hilde van Xanten, senior-beleidsadviseur bij Movisie, was de laatste plenaire spreker. Zij ging in op de ontwikkelingen en dilemma’s rond de sociale wijkteams. Ze deed dit aan de hand van de bevindingen van een “estafetteloop” van SWW-partners (Sociaal werk in de wijk). In acht bijeenkomsten werden door professionals kennis en ervaringen gedeeld en vragen opgetekend. Van Xanten karakteriseerde de teamleden uit de wijkteams als bruggenbouwers, verbinders, vertrouwenspersonen en puzzelaars. Wie zet je in het team? Van Xanten liet drie elkaar overlappende cirkels zien waarin plek was voor de volgende functies: generalist-hulpverlener, generalist-zorgverlener en generalist-samenlevingsopbouw.

Idealiter zou bij de hulpverlening door de teams sprake moeten zijn van duidelijke opdrachten, zei Van Xanten. Werk je eraan om iemand uit zijn isolement te halen, naar betaald werk, of juist aan datgene wat er tussen zit? (zie illustratie). In de praktijk zijn de opdrachten vaak niet helder. ‘Versterk de participatie van bewoners’, citeerde ze een opdracht uit een gemeente. Van Xanten: ‘Maar wie wordt precies bedoeld?’

De Movisie-adviseur concludeerde op basis van de uitgewisselde ervaringen in de estafettegesprekken dat er in de wijken vooral sprake was van ‘individuele hulpverlening’. ‘ Samenlevingsopbouw en wijkopbouw komt niet tot stand.’ Aan het einde van haar verhaal benadrukte Van Xanten drie punten die aan de basis staan van het antwoord op de vraag hoe je een succesvol team wordt. ‘Het kost inspanning en vergt oefening.’ ‘Het is wel zo fijn als de omgeving het team support en vertrouwt’. ‘Eigen kracht wordt collectieve kracht en zet door’.

Het congres: coproductie

De organisatie van het congres was een coproductie tussen Movisie, Logacom, Uitgeverij SWP en Vondel en Nassau. Sozio was mediapartner.

 

Reacties

Reageer op dit artikel

8 + 11 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.