Het wonderlijke succesverhaal van het 8-fasenmodel

24 maart 2021

Zo’n 20 jaar geleden bedacht Petra van Leeuwen tijdens haar afstudeeropdracht bij het Leger des Heils een hulpverleningsmethode voor dakloze vrouwen. Bij Movisie ontwikkelde zij haar interventie verder en maakte die toepasbaar voor steeds meer groepen. In die jaren daarna werden ruim 10.000 publicaties ervan verspreid en leerde Petra sociaal werkers van Kiev tot St. Eustatius ermee te werken.

Petra, hoe vaak denk je dat de publicatie bekeken is in 2020?

‘Oh, ik zou het niet weten… 700 keer, of is dat belachelijk veel?’

Nee, belachelijk weinig. Afgelopen jaar is alleen al de publicatie 4000 keer bekeken. De interventie zelfs 12.000 keer…

‘Wat? My goodness! (lacht). En dat zonder enige aandacht ervoor. Leuk! Zo ga ik lekker het weekend in.’

Het 8-Fasenmodel in 2020

De interventie is het afgelopen jaar ruim 12.000 keer bekeken in de Databank Effectieve sociale interventies. De interventie staat daarmee op plek 3 in de top 10 van best bekeken interventies. De beschrijving zelf is bijna 4500 keer gedownload. Hiermee staat de beschrijving op plek 5 van meest gedownloade documenten. Daarnaast is de publicatiepagina op Movisie.nl in 2020 ruim 4000 bekeken. De publicatie stond hiermee op plek 8 in de top 10 best gelezen publicaties. De publicatie zelf is bijna 1400 keer gedownload.

Het mooie van het 8-fasenmodel is dat het ontstaan is met mensen die door de maatschappij opgegeven waren, waar niets mee te bereiken zou zijn

Hoe is het 8-Fasenmodel ontstaan?

‘Pffft, ik zit nog een beetje te glunderen van die bezoekersaantallen… Het mooie van het 8-fasenmodel is dat het ontstaan is met mensen die door de maatschappij opgegeven waren, waar niets mee te bereiken zou zijn. Het begon dat ik stage liep bij het Leger des Heils in Amsterdam bij de opvang voor vrouwen. De daklozenopvang veranderde toen net van bed-bad-brood naar een beleid dat er ook begeleiding moest komen. We hadden echter weinig tijd of middelen om die begeleiding goed vorm te geven. Als begeleider stond je alleen op een groep van 12 vrouwen met ernstige psychiatrische en verslavingsproblemen. Toch wilden we kijken hoe we deze vrouwen meer konden bieden. Hoe kunnen we verder kijken dan iemands problemen en ook hun talenten aanspreken? Die vraag werd ons afstudeerproject. Eerst hebben we bekeken: wat is er nodig? En wat is er haalbaar? Daarna hebben we die aanpak een jaar lang met het team ontwikkeld en onze scriptie daarover geschreven. Met onze scriptie wonnen wij in 1999 de prijs voor de beste SPH-scriptie van Nederland en België.’

Wat is de kern van het 8-fasenmodel?

‘Ik zeg altijd dat er twee kernen zijn. Eén kern geeft een kop en een staart aan de begeleiding die je aan mensen biedt. Het maakt niet uit of diegene jong of oud is. Het model helpt organisaties om een kwaliteitsbeleid invulling te geven. Vanaf het moment dat iemand zich aanmeldt of het moment dat je iemand ontmoet totdat je de begeleiding afrondt kijk je met het model heel bewust bij alle acht fasen naar wat je doet, en hoe, en met wie, en met welke instrumenten. Voor organisaties is het aansprekend, omdat ze het op maat kunnen maken. Voor veel kleinere organisaties is het een HKZ-kwaliteitssysteem.

Petra van Leeuwen laptop

Maar je kunt in acht fasen het verkeerde doen als je niet de tweede kern meepakt: de visie die in het model zit. De tweede kern is de krachtgerichte benadering. Rode draad is de levensbrede aandacht voor de persoon en zijn of haar mogelijkheden en kansen in het netwerk of de wijk waarin iemand woont. Ik kom wel eens bij organisaties die bij een intake vier pagina’s met uitsluitend vragen over iemands problemen of diagnoses doornemen. Ik vind niet dat je de problemen opzij moet schuiven, maar het 8-fasenmodel nodigt uit om verder te kijken. Zoek naar wat iemand drijft of waar iemand zijn of haar bed voor uit komt. Ik garandeer je: er is altijd iets moois te vinden.’

Kun je een voorbeeld geven?

'Ik moet als eerste denken aan een vrouw op onze afdeling die in haar eigen wereld leek te leven. Ze zag er altijd bijzonder opvallend uit; met een lampenkap op haar hoofd en spelden in haar wang geprikt ter decoratie. Ze praatte wel, maar eerlijk gezegd  begreep ik meestal niet wat zij probeerde te vertellen. Toen we de gang gingen schilderen, ontwierp zij een aquarium met vissen, zo kleurrijk, zo bizar, zo schitterend. Zonder woorden, sprak zij door haar kunst duidelijke taal. Voor mij is dat nog steeds de kern van het 8-fasenmodel: kun je door de berg met shit heen kijken wat deze persoon in de kern mooi maakt en kun je dat eruit laten komen? Dat vraagt ook om creativiteit, om andere taal.

Van die vrouwen met ik werkte bij het Leger des Heils zou je kunnen denken: dat was het uitschot van de maatschappij, verslaafd, prostitueerden zichzelf, een aantal van hen had aids. Dat was bij wijze van spreken het afvalputje van de maatschappij. Zo kun je mensen benaderen. Maar afgezien van het feit dat deze vrouwen vaak ingewikkeld gedrag vertoonden, dacht ik ook: wat een kracht hebben die vrouwen.'

Hoe kunnen we verder kijken dan iemands problemen en ook hun talenten aanspreken?

Hoe is de ontwikkeling van het model verder gegaan?

’Dat is een grappig verhaal. Ik realiseerde mij dat de vraag waarmee het Leger des Heils in Amsterdam kampte een vraag was waar heel veel instellingen overal in het land mee moesten worstelen. Ik ben toen als 22-jarige naar het hoofdkantoor van het Leger des Heils gestapt: ‘Dit is voor het brede Leger des Heils interessant. Kunnen we hier iets mee? De directie gaf de scriptie aan de beleidsafdeling om dat te bekijken. Ik heb daar toen niks meer van gehoord. Ik maakte vrij snel daarna de overstap naar het NIZW (een voorloper van Movisie) en dacht nog steeds: zonde om die scriptie op de plank te laten liggen. Hoewel ik op een heel ander thema binnen kwam, ben ik een beetje met die scriptie gaan leuren. Ik kwam toen bij Daan Heineke uit. De grap was dat hij twee weken voor mij was aangenomen en afkomstig was van diezelfde beleidsafdeling van het Leger des Heils. Hij had die scriptie daar onder zijn neus geschoven gekregen, maar vertrok vrij snel daarna naar het NIZW. Daar kreeg hij die scriptie weer onder zijn neus! (Lachend:) Dat bedenk je toch niet!?’

‘Daan, net in dienst, had nu de tijd om goed naar die scriptie te kijken en hij zag, met zijn kennis van de maatschappelijke opvang, kansen. Dankzij een fonds konden we met zes verschillende typen instellingen en 200 cliënten het 8-fasenmodel onderzoeken en verder ontwikkelen. Onze inschatting klopte: het bleek van grote meerwaarde te zijn. Uit die pilots kwamen de eerste publicaties voort, waaronder een boekje voor professionals en een dikke implementatiemap. Veel organisaties gingen ermee aan de slag. We hadden het tij mee, want al die organisaties zaten in de omslag dat ze begeleiding moesten gaan bieden, maar hoe? Een deel van het succes komt daar ook uit voort; er was destijds geen enkele andere geschikte begeleidingsmethode.'

Wat zijn jouw ervaringen met het 8-fasenmodel?

Movisie is geïnteresseerd in ervaringen van mensen die met deze interventie gewerkt hebben of werken. Wil jij je ervaringen voor een vervolgartikel delen? Stuur dan een mail naar Paul van Yperen, p.vanyperen@movisie.nl.

‘De methode bleef ook in de jaren daarna populair. Oorspronkelijk richtte de aanpak zich op de daklozensector. Omdat het in de kern gaat om krachtgericht werken met mensen, zagen we ook de meerwaarde voor andere sectoren. Daarom staken we in de tweede druk bij Movisie de methode breder in. In de loop der jaren verraste mij het wel uit welke sectoren de vragen kwamen. Dat liep uiteen van kinderopvangorganisaties tot ouderenzorg. Blijkbaar werkt het 8-fasenmodel bij alle leeftijden.'

In de kern gaat het om krachtgericht werken met mensen, we zagen ook de meerwaarde voor andere sectoren

Hoe kwam het 8-fasenmodel over de grens?

‘Ik werd door VNG International gevraagd om van 2003-2005 de methode te implementeren in een vrouwenopvang in Kiev. Het was prachtig om te ontdekken dat er tijdens de training aan sociaal werkers toen dezelfde kwartjes vielen als in Nederland. Later kregen we de kans om de methode in Portugal, Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk voor zwerfjongeren te testen in het Europese onderzoek Combating Youth Homelessness. Dat leverde mooie nieuwe inzichten en instrumenten op, zoals het magazine KR8! Vervolgens kreeg ik een verzoek vanaf St. Eustatius. Het nieuw opgerichte team sociaal werkers zocht een methode onderlegger voor het sociaal werk daar. De vraag was of ik een training wilde komen geven. Nu houd ik heel erg van reizen, maar ik vroeg me wel af of ik helemaal moest overvliegen voor een dag training. Ik moest eerlijk gezegd ook even googelen waar het precies lag. Maar ze hielden aan; ze vonden het heel fijn dat ik zou komen. Dus, ja, ik ben gegaan en dat was ontzettend interessant. Hoe ga je om met sociale problematiek op een eiland waar vrijwel iedereen elkaar kent? Waar ter wereld ik de training ook geef: er gebeurt altijd iets wanneer we onze ‘problemenbril’ afzetten en met een ‘kansenbril’ naar mensen kijken. Dat is blijkbaar iets universeels.'

Hoe kijk je terug op deze 20 jaar?

‘Vooral met veel plezier en dankbaarheid. Ik ben blij dat wat begon als iets kleins, een afstudeeropdracht, is uitgegroeid tot iets wat voor zoveel mensen van betekenis mag zijn. Ik had deze route van tevoren niet kunnen uitstippelen.’

Wat zou je terugkijkend, anders hebben gedaan?

'Wat erg jammer is, is dat we ons onderzoek destijds niet officieel hebben gepubliceerd. Dat heeft gevolgen voor de beoordeling in de databank Effectieve sociale interventies. De interventie is nu beoordeeld als ‘goed beschreven’ en niet als ‘effectief’, terwijl het onder 200 cliënten is onderzocht. Mijn tip aan iedereen is dus: publiceer je onderzoek.’

Hoe verklaar je dat succes van de methode?

'Ik denk dat de kracht ligt in het feit dat het ontwikkeld is voor en door de praktijk. De credits voor het succes van de methode liggen dan ook bij de vele mensen die hieraan hebben meegewerkt. Mijn advies is om nieuwe aanpakken altijd samen met de mensen te ontwikkelen waar het om gaat; zij weten als geen ander "wat werkt".'