‘Zorg voor doordacht plan bij samenwerking sociaal werk en sport en bewegen’

Corniel Groenen, Sport en Recreatie gemeente Den Bosch

16 september 2020

Wat de gemeente kan doen om de samenwerking tussen sport & bewegen en sociaal werk te versterken? Corniel Groenen is afdelingshoofd Sport en Recreatie bij de gemeente Den Bosch. Hij is een van de sprekers op de leerbijeenkomst van Movisie op 9 oktober. In dit artikel licht hij alvast een tip van de sluier.

Een gezonde leefstijl met aandacht voor sport en bewegen kan positief bijdragen aan het welbevinden van burgers in een kwetsbare positie. Van sporten en bewegen kan een preventieve werking uitgaan, het kan grotere fysieke en mentale problemen helpen voorkomen. Door het coronavirus zijn we daarvan misschien nog meer doordrongen dan daarvoor. In veel gemeenten doen flink wat mensen mee aan diverse initiatieven rond sport en bewegen, ook inwoners die om verschillende redenen in een kwetsbare positie verkeren. In andere gemeenten weten sociaal werk en aanbieders van sport en bewegen programma’s elkaar minder goed te vinden. Hoe zorg je dat dit verbetert, wat is daarvoor nodig?

Gezamenlijke ambitie

Corniel Groenen is afdelingshoofd Sport en Recreatie bij de gemeente Den Bosch. De gemeente is facilitator om de samenwerking tussen betrokkenen voor elkaar te krijgen, stelt hij. Dat zijn enerzijds de aanbieders van sport en bewegen programma’s en anderzijds sociaal werkers als intermediairs voor hun cliënten voor wie sporten bewegen een goed idee zou zijn. Volgens Groenen is het allereerst van belang dat de gemeente met haar verschillende afdelingen zelf een gezamenlijke ambitie formuleren rond sport en bewegen en preventie. ‘Vaak is er sprake van verkokering en trekken afdelingen zich terug op hun eigen eilandje. Er zijn verschillende manieren om daarin verandering te brengen, waardoor verschillende beleidsterreinen de samenwerking wél opzoeken.’

Door bomen het bos niet meer zien

Een ander, in de ogen van Groenen belemmerend aspect is de grote hoeveelheid programma’s van aanbieders in het sociaal domein. Daardoor zien medewerkers van sociale wijkteams door de bomen het bos niet meer. ‘Er komt heel veel op hen af. Ze krijgen van allerlei organisaties allerlei mogelijkheden aangereikt die zouden kunnen bijdragen aan het welzijn van de mensen in de wijk… om gek van te worden. Waar moet je dan voor kiezen? Wat is voor jouw cliënt nuttig en relevant? Dat zijn heel lastige afwegingen.’

'In plaats van de weg naar de dokter, vinden ze de weg naar de sportzaal'

Groenen adviseert partners die elkaar moeten vinden rond sport en bewegen een doordacht plan te ontwikkelen. ‘Een plan, een visie vooraf, op grond waardoor die keuze een stuk gemakkelijker wordt. Bij al dat aanbod van buitenaf is de kunst voor wijkteams, al zal dat niet eenvoudig zijn realiseer ik me, om het om te draaien: “wat heeft ons sociaal wijkteam nodig en hoe kunnen de aanbieders van programma’s daar dan hun aanbod op afstemmen?” Dan komt het bij elkaar, dan zijn ze spekkoper.’ Bij het realiseren van zo’n plan speelt ook de gemeente een rol, stelt Groenen. ‘Er is een grote werkdruk voor wijkteams. Als je die vicieuze cirkel wilt doorbreken moet je ook als gemeente je beleid anders gaan organiseren. Vergelijk het met werk van een architect: je maakt een bouwtekening en zorgt dat alle betrokken en samenwerkende partijen met wie je het huis bouwt, vanuit die zelfde tekening aan het werk gaan.’

Sportspreekuren

Een voorbeeld van hoe sport en bewegen en sociaal werk in Den Bosch elkaar goed weten te vinden, zijn de sportspreekuren in wijkcentra. Sportwerkers zijn onderdeel van het sociaal wijkteam. Groenen: ‘Bewoners die zeggen: “ik zou eigenlijk meer willen bewegen maar ik weet niet hoe”, worden daar aan de hand meegenomen door de sportwerkers. “Wij gaan dat samen regelen”, is dan het motto. In plaats van de weg naar de dokter, vinden ze de weg naar de sportzaal. En de zichtbaarheid van de sportwerker in dat spreekuur en hun aanwezigheid in het wijkteam, maakt dat je voor bewoners drempels naar sporten en bewegen verlaagt. En zo wordt sport en bewegen langzaam maar zeker onderdeel van het netwerk in een wijk. En worden er ook lijntjes gelegd naar sportverenigingen.’

Benieuwd naar wat Corniel Groenen nog meer te vertellen heeft? Geef je dan op voor de leerbijeenkomst op 9 oktober.

Aanmelden leerbijeenkomst 9 oktober

Naast Corniel Groenen zal Sule Kaplan, sociaal werker bij ContourdeTwern, meer vertellen over hoe de samenwerking tussen sport & bewegen en sociaal werk er in Tilburg uitziet.

Meld je aan voor de online leerbijeenkomst