Van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’

Geef mantelzorgers de ruimte
artikel - 24 oktober 2017

Mensen wonen steeds vaker langer thuis. De transitie en transformatie zijn ingezet, de kanteling krijgt vorm. Dit heeft gevolgen voor zowel de formele zorg als informele zorg en hun samenwerking, maar deze samenwerking verloopt nog niet overal even goed. De kanteling vraagt niet alleen om een andere manier van denken en werken van zorgprofessionals, het vergt ook een andere opstelling van mantelzorgers én van de gemeente. Rick Kwekkeboom, lector Community Care van de Hogeschool Amsterdam, over de kanteling van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’.

Door overheidsbezuinigingen op formele zorg is er extra zorg terechtgekomen op het bordje van informele zorgers. Uit onderzoek blijkt dat deze groep al minstens 30 jaar ruim 80% van alle zorgvragen oppakt in Nederland. Bijna alle zorgvragers ontvangen zorg uit het eigen netwerk, waarbij mantelzorgers het voortouw nemen en professionals aanvullende zorg leveren. Kwekkeboom: ‘Door bezuinigingen en demografische ontwikkelingen wordt informele zorg belangrijker. Betere samenwerking en meer onderling begrip tussen formeel en informeel zijn een must. Een potentiële oplossing ligt bij deskundigheidsbevordering van professionals. Te beginnen tijdens de opleiding. Waar in het curriculum nu nog weinig aandacht is voor vrijwilligerszorg, zelfzorg en mantelzorg zouden studenten bijvoorbeeld meer kunnen leren over hun eigen attitude als professional. Of over het leren samenwerken en afstemmen met de mantelzorger.’

Kunst van het laten

Over hoe en in welke mate professionals mantelzorgers kunnen ondersteunen, bestaan verschillen van mening aldus Kwekkeboom. ‘Veel mantelzorgers willen bijvoorbeeld dat professionals langskomen op momenten dat het hun uitkomt. Dat ze altijd hulp krijgen van dezelfde beroepskracht(en). Of dat formele zorgers continu bereikbaar zijn. Maar zorgorganisaties hebben te maken met een bedrijfsvoering. En daaraan zitten grenzen; 100% flexibiliteit en meegaandheid bestaan niet.’ Dit is iets waar mantelzorgers over ingelicht moeten worden.

Kwekkeboom: ‘Wat professionals moeten doen, is mantelzorgers eigen keuzes laten maken. Ingrijpen kan altijd, als het mis dreigt te gaan. Mantelzorgers zijn namelijk soms geneigd de hakken in het zand te zetten. Bijvoorbeeld uit angst voor opdringerige professionals die de zorg overnemen van iemand die juist zij als geen ander kennen. Wat hier helpt, is de ‘kunst van het laten’. Geef mantelzorgers de ruimte.'

Dit blijkt ook uit het dossier Wat werkt bij mantelzorgondersteuning dat Movisie uitbracht. Ook mantelzorgers willen hun leven gewoon leven. Een zorgsituatie zet die wens soms onder druk. Juist daarom is het belangrijk om zo nu en dan wat afstand te nemen van zorgtaken en stil te staan bij wat helpt om vitaliteit te ervaren. Waar kun je van genieten, plezier aan beleven? Hoe behoud je de balans tussen energie hebben en mantelzorg geven? Vaak wordt eenzijdig de nadruk gelegd op wat mantelzorg kost, hoe belastend het is. Die belasting wordt ook ervaren. Maar mantelzorg kent ook positieve kanten.

Wat werkt bij mantelzorgondersteuning?
Ongeveer 1 op de 6 mantelzorgers ondersteunt meer dan 8 uur per week. Onder hen doen een half miljoen mensen dat vaak al gedurende een langere tijd. De kans op overbelasting bij mantelzorgers neemt toe wanneer de zorg langdurig en/of intensief is en de mantelzorgers veel verschillende soorten hulp verlenen. Het dossier Wat werkt bij mantelzorgondersteuning zoomt in op passende ondersteuning en op elementen die aantoonbaar effectief zijn. Ook wordt het Balansmodel uitgelegd, waarin te zien is hoe de mantelzorger in balans blijft.

Framing

Rik Kwekkeboom beaamt dat mantelzorg ook positieve kanten heeft: ‘Door framing wordt de indruk gewekt dat mantelzorg niet vanzelfsprekend is en het eigenlijk nooit vanzelfsprekend is geweest. Veel mantelzorgers hebben het gevoel zich te moeten verdedigen voor iets dat door anderen haast automatisch wordt geassocieerd met overbelasting en soms uitbuiting. Dat beeld klopt niet. De zorgzaamheid in Nederland is groot, het is ons kapitaal. Mensen zorgen voor de ander, omdat zij dat ‘gewoon’ vinden. Wat dat betreft wordt er vaak onterecht getwijfeld aan de vrijwillige inzet van mensen. Hoeveel mantelzorgers zijn er niet die het leuk vinden om voor een ander te zorgen, plezier hebben in wat ze doen?’

Veel mantelzorgers hebben het gevoel zich te moeten verdedigen voor iets dat door anderen haast automatisch wordt geassocieerd met overbelasting en soms uitbuiting

Uit onderzoek blijkt dat mantelzorgers de zorg voor een naaste ook als heel waardevol ervaren. Dit varieert van zingeving, ontvangen van waardering, opdoen van zelfvertrouwen, een betere relatie met de hulpbehoevende, opdoen van nieuwe kennis en vaardigheden, het uitbreiden van het sociale netwerk, tot het voorkomen van achteruitgang van de gezondheid van de hulpbehoevende. Deze positieve en holistische benadering is in het Wat werkt dossier meegenomen.

Belangrijke aanvulling vanuit gemeenten

Gemeenten kunnen veel invloed hebben in de samenwerking tussen informele en formele zorg. Kwekkeboom: ‘In de contracten met zorgorganisaties kunnen gemeente ‘beter samenwerken met informele zorgverleners’ als voorwaarde op laten nemen. Of stimuleren dat er vanuit expertisecentra mantelzorg trainingen in zorgorganisaties worden georganiseerd. Mantelzorgers zelf kunnen via diezelfde steunpunten en/of lotgenotencontact leren dat hun professionele collega’s geen bedreiging, maar juist een belangrijke aanvulling zijn.’ Naast de gemeente is ook de rijksoverheid een belangrijke actor waar het gaat om een betere samenwerking tussen formele en informele zorg. Kwekkeboom: ‘Wat de rijksoverheid doet en kan blijven doen, is om met gerichte programma’s aandacht voor ondersteuning, verbetering en samenwerking tussen informele en professionele zorg op de agenda krijgen en houden. Dat is belangrijk om de mantelzorg en uiteindelijk de cliënt te ondersteunen op een passende manier.’

Reacties

Reageer op dit artikel

8 + 5 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.