Vakkundig aan het sociaal werk

Column van Saskia Keuzenkamp, directeur Kennis en innovatie Movisie
blog - 9 januari 2018

Onderzoek naar de effectiviteit van de aanpak van sociale vraagstukken zit in de lift. Het programma ‘Vakkundig aan het werk’, gefinancierd door het ministerie van SZW is daarvan een mooi voorbeeld. In het bredere sociaal domein, vooral daar waar het gaat om het sociaal werk, blijft een dergelijke impuls voor meer kennis over ‘wat werkt’ echter uit. Daarom pleit ik voor zo’n impuls.

Om te beginnen met het uitzetten van theory-based evaluatieonderzoek. Dat is geen empirisch onderzoek. Maar de onderzoekers gaan na, op basis van al beschikbaar onderzoek, hoe plausibel de veronderstellingen zijn die ten grondslag liggen aan een bepaalde interventie. De eerste stap is samen met de interventie-ontwikkelaars of -uitvoerders expliciteren waarom eigenlijk een bepaalde interventie zou werken: wat zijn de veronderstellingen, wat is de zogeheten verandertheorie? De volgende stap is de componenten daarvan te toetsen aan de wetenschappelijke literatuur.

Systematische zoektocht naar bewijs

Maar elk evaluatieonderzoek moet toch een literatuurstudie bevatten?, zegt u nu misschien. Bij theory-based evaluatieonderzoek gaat het echter om een veel systematischer zoektocht naar bewijs voor de werkzame mechanismen in de verandertheorie. Een voorbeeld. Bij de aanpak van werkloosheid van migrantenjongeren wordt vaak gewerkt met mentoring. De verandertheorie is: het koppelen van een jongere aan een mentor -> de jongere krijgt meer zelfvertrouwen -> de kansen op de arbeidsmarkt groeien. Een ander voorbeeld is het organiseren van dialogen om vooroordelen te bestrijden; van belang om discriminatie tegen te gaan. De verandertheorie daarbij is: het organiseren van een dialoog -> gevoelens van empathie -> afname van vooroordelen.

Door de veronderstellingen die ten grondslag liggen aan een interventie uiteen te rafelen, kan vervolgens in de literatuur worden nagegaan wat bekend is over de causaliteit van het verband. Die literatuur hoeft niet alleen betrekking te hebben op jeugdwerkloosheid (zoals in de voorbeelden), maar ook op andere terreinen.

Het zelf doen van (kostbaar en langdurend) empirisch onderzoek is niet nodig

Gebruik maken van bestaande wetenschappelijke literatuur

Dergelijk evaluatieonderzoek heeft ten minste twee waardevolle elementen. Allereerst is van belang dat het reconstrueren van de verandertheorie gebeurt in samenspraak met de ontwikkelaars en/of uitvoerders van de interventie. Dat vergroot het draagvlak voor de uitkomsten. Als bijvoorbeeld het bewijs mager is, kan men naderhand niet zeggen: ‘Ja, leuk wat jullie hebben onderzocht, maar wij denken helemaal niet dat het zo werkt.’ Deze aanpak stimuleert bovendien dat de betrokkenen reflecteren over hun interventie en ze raken geïnteresseerd in de bevindingen. Ten tweede wordt slim gebruik gemaakt van al bestaande wetenschappelijke literatuur. Het zelf doen van (kostbaar en langdurend) empirisch onderzoek is niet nodig. Overigens is het wel zinvol om indien de plausibiliteit groot lijkt, alsnog dergelijk onderzoek te doen.

Goed zicht op plausibiliteit van aanpakken

Ik gun het sociaal werk een stevig onderzoeksprogramma zoals ‘Vakkundig aan het werk’. Een eerste stap door meer theory-based evaluatieonderzoek te laten uitvoeren zou daarbij al zeer waardevol zijn. Dat biedt weliswaar nog geen ‘zeker bewijs’ (voor zover dat al kan), maar geeft wel goed zicht op de plausibiliteit van de aanpakken. Het kan voeding geven aan de onderzoeksagenda. En bijdragen aan een betere aanpak van de vaak hardnekkige sociale vraagstukken waarmee sociaal werkers te maken hebben.

Saskia Keuzenkamp is directeur Kennis en innovatie bij Movisie en bijzonder hoogleraar Participatie en effectiviteit aan de faculteit Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit. Deze column verscheen eerder in het tijdschrift Sociaal Bestek.

Downloads
column-saskia-keuzenkamp-sociaal-bestek