Community Support

esi - 2 december 2015

Het doel van Community Support is het vergroten van de samenredzaamheid, zodat mensen in staat zijn met hulp van hun sociale netwerk hun problemen op te lossen. Centraal in de begeleiding staat het uitgaan van mogelijkheden en krachten.

In evaluatieonderzoek noemen professionals het werken met kleine doelen, steungroepen en het benutten van het eigen netwerk van cliënten als succesfactoren. Cliënten geven de ondersteuning van de professional een hoge score in tevredenheidsonderzoeken. Uit monitoringonderzoek blijkt dat de methode positieve effecten heeft op onder meer het verminderen van eenzaamheid, het vergroten van participatie en het verbeteren van het sociale netwerk.

Doelgroep

De doelgroep van de interventie Community Support zijn mensen met een lage samenredzaamheid (mensen met problemen in hun zelfredzaamheid die onvoldoende steun ervaren van hun sociale netwerk om zichzelf te redden op één of meer levensterreinen) die zelfstandig wonen en een indicatie hebben voor een maatwerkvoorziening vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of de Wet op de jeugdzorg.Doel

Doel

Het hoofddoel van Community Support is het vergroten van de samenredzaamheid, zodat klanten in staat zijn met hulp van hun sociale netwerk hun problemen in het dagelijks leven op te lossen.

Aanpak

In de interventie Community Support worden mensen met een lage samenredzaamheid ondersteund door een supportmedewerker. Centraal in de begeleiding staat het uitgaan van mogelijkheden en krachten. Dit vinden we terug in de basishouding van de supportmedewerker. De supportmedewerker is een coach die zich goed kan inleven in het dagelijks leven van de klant (een expert van het dagelijks leven) en die de klant ondersteunt om zijn zelf opgestelde doelen te behalen. De supportmedewerker richt zich altijd op het gebruikmaken van de sterke kanten van de persoon zelf en het b benutten van steun uit de omgeving. In de begeleiding werken we met de supportcyclus, die bestaat uit de volgende onderdelen.

  1. Bepalen van de richting
  2. Betrekken van het netwerk
  3. Coachings- / veranderingsperiode
  4. Evaluatie van ondersteuning.

De verschillende onderdelen van de supportcyclus kunnen tegelijkertijd plaatsvinden en worden herhaald en bijgesteld zo vaak als nodig. Ze worden vastgelegd in het (digitale) samenwerkingsplan.

Uitvoerende organisaties

De interventie kan worden toegepast door instellingen die begeleiding bieden aan mensen die zelfstandig wonen voor geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptenzorg, forensische zorg, jeugdzorg, welzijnsorganisaties en sociale teams / centra voor jeugd en gezin binnen gemeenten.

Ontwikkelaar

Community Support
Nelly Heijs
Laan Corpus den Hoorn 108
9728 JR Groningen
info@communitysupport.nl
n.heijs@communitysupport.nl
050-3117272
www.communitysupport.nl

Onderzoek

Onderzoek naar praktijkervaringen
Er zijn drie evaluatieonderzoeken gedaan naar de praktijkervaringen met de interventie Community Support (Heijs, 2005; Heijs, 2009; Vos, 2012). Daarnaast zijn er vijf cliënttevredenheidsonderzoeken gehouden (Triqs, 2009a; Triqs, 2009b; Triqs, 2009c; Triqs, 2011a; Triqs, 2011b). De professionals die de interventie uitvoeren, ervaren het vinden van een goede balans tussen de regie overnemen en deze bij de klant neerleggen als een zoektocht. Wanneer een medewerker eenmaal de regie heeft overgenomen, kan het lastig zijn voor zowel de professional als de klant om de regie weer bij de klant terug te krijgen. De professionals geven aan dat het werken met kleine doelen goed werkt, omdat kleine successen dan ook zichtbaar worden. Ook is het belangrijk niet te veel nadruk te leggen op de doelen. Professionals geven aan dat het werken met steungroepen en het benutten van het eigen netwerk van de cliënt goede resultaten geeft in de begeleiding. De cliënt voelt zich meer gesteund. Professionals ervaren het wel als een nadeel dat het organiseren van steungroepbijeenkomsten veel tijd kost. Uit de cliënttevredenheidsonderzoeken komt een hoge score op de tevredenheid over de ondersteuning en bejegening van de Community Support medewerker.

Effectonderzoek
Er zijn drie effectonderzoeken gedaan naar de interventie Community Support.

Uit het monitoringonderzoek van Vos (2012) blijkt dat Community Support positieve effecten heeft op het vergroten van participatie, het verminderen van eenzaamheid, het vergroten en verbeteren van het netwerk, het vergroten van zelfvertrouwen en grip op het leven (eigen kracht) en het verbeteren van de kwaliteit van leven.

Uit het monitoringonderzoek van Meijer (2011) blijkt dat niet aangetoond kan worden dat de interventie van Community Support (het inzetten van steungroepen) effect heeft op het welzijn van mensen met sociale problemen. Alle resultaten die het effect van de interventie konden aantonen, bleken niet significant.

Uit het monitoringonderzoek van Hendriksen & Michon (2009) komt naar voren dat de eenzaamheid onder cliënten van Community Support is afgenomen. Tijdens de voormeting was 19% van de klanten niet eenzaam, dit percentage is bij de nameting toegenomen tot 33%. Daarnaast is 43% van de klanten minder eenzaam geworden en heeft 86% van de klanten een positieve ontwikkeling doorgemaakt op het vlak van sociale contacten.

Samenvatting werkzame elementen

  • Er is sprake van een positieve benadering: Krachten, aanleg en talenten staan centraal in plaats van de handicap of beperkingen.
  • De regie ligt bij de klant, de klant kan zelf (mee)beslissen.
  • Aansluiten bij de leerstijl van de klant.
  • Het betrekken van het sociale netwerk van de klant door het vormen van een steungroep.
  • Participatie bevorderen.
  • Er is sprake van intensieve coaching door de supportmedewerker en doelen worden telkens opnieuw bekeken en zo nodig bijgesteld.
  • Supportmedewerker is rolmodel.


Beoordeling

Community Support is in december 2015 door een onafhankelijk panel als Goed Beschreven beoordeeld. De interventie sluit aan bij de actualiteit: de hulpvrager en diens potenties zijn het uitgangspunt van de interventie. Daarnaast waarderen de beoordelaars de hoeveelheid onderzoek naar de interventie en de toepassing van de interventie.


Praktijkvoorbeeld

Koen (18) heeft al veel meegemaakt in zijn leven. In één maand tijd verloor hij zijn moeder en zijn nichtje en dat heeft erin gehakt bij hem. Bovendien kan Koen met zijn IQ van 73 niet makkelijk leren. Hij gaat van school naar school en loopt teleurstelling na teleurstelling op. Hij voelt zich niet begrepen en ontwikkelt een angststoornis. Door het overlijden van zijn moeder heeft Koen het gevoel er alleen voor te staan, want het contact met zijn vader is niet goed. Bij hem wil hij niet wonen. Als hij zich meldt bij de gemeente met het verzoek om een eigen plekje, komt zijn problematiek in beeld en wordt Community Support ingeschakeld.

Tijdens het intakegesprek komt al snel een sterk punt van Koen naar voren: zijn netwerk. Koen groeide op in een klein Fries dorpje waar iedereen elkaar kent. Sinds de basisschool trekt hij op met een groep vrienden. Nu, zestien jaar later, gaan de jongens nog steeds met elkaar om en is er een bloeiende vriendschap, ondanks of misschien wel dankzij teleurstellingen en tegenslagen van een aantal van hen.

Begin van het traject
Gesprekken met Koen leveren een schrijnend beeld op: hij is onzeker, heeft een angststoornis, heeft geen dagbesteding en geen moeder meer. De supportmedewerker brengt zijn netwerk in kaart en daarbij blijkt dat Koens oudste broer samenwoont, zijn ene zuster is vertrokken naar het zuiden van het land en dat zijn jongste zus met haar vriend op zoek is naar een huisje in het dorp. Koen is tijdelijk ingetrokken bij een vriend en is nu op zoek naar zijn eigen stek. De andere vrienden staan voor hem klaar om hem door deze moeilijke tijden heen te slepen. Hij zoekt en vindt steun bij hen: ze drinken regelmatig een biertje bij één van de kameraden. De rol van de supportmedewerker is in het begin vooral gericht op praktische zaken: het zoeken van woonruimte, het vinden van een passende school en het vinden van een inkomen. Koen krijgt een zogenaamde vrijgezellenwoning waar hij samen met zijn hond gaat wonen. Hij krijgt ondersteuning van een behandelaar vanuit de Swaai, een centrum voor kinderen, jongeren en volwassenen met een beperking die daarnaast gedragsproblemen of een probleem in de ontwikkeling hebben. Als Koen een beetje is gesetteld, wordt er een steungroep samengesteld. Deze steungroep bestaat uit twee tantes van Koen, een zus en vier vrienden. Tijdens de steungroepbijeenkomst wordt de toekomst van Koen besproken. Door alle negatieve ervaringen op school wordt er gekeken naar een passende dagbesteding. Koen komt uit bij een dagbestedingsproject waar hij twee dagdelen kan werken in de houtbewerking. Beetje bij beetje krijgt Koen weer een doel en structuur in zijn leven.

Koen en zijn netwerk
In deze periode ervaart Koen hoe belangrijk het is om op een netwerk terug te kunnen vallen. Koen vindt veel steun bij zijn zus, die in hetzelfde dorp woont, en bij zijn vriendengroep. Zijn kameraden komen dagelijks over de vloer. Koen kan zijn dag bespreken en zijn hart luchten als hij daar behoefte aan heeft. Wel merkt hij dat er veel komt kijken bij de huishouding. De was en de afwas moeten gedaan worden, er moet gestofzuigd worden en boodschappen gehaald. De supportmedewerker merkt dat Koen moeite heeft om alles op orde te houden en samen maken ze een lijst van taken. In deze periode vindt maandelijks een bijeenkomst van de steungroep plaats, waarbij de vrienden van Koen erachter komen dat ze ook iets kunnen doen in het huis waar ze zo graag komen. Ze organiseren een schoonmaakdag en steken met z’n allen de handen uit de mouwen. Na afloop spreken ze af dat ze voortaan wat terugdoen voor Koen: ze zitten immers dagelijks bij hem thuis. De afwas wordt nu samen gedaan, de dweil gaat er wekelijks doorheen en de hond wordt uitgelaten als Koen niet in de gelegenheid is. Elke donderdagochtend gaat Koen naar de supermarkt voor de wekelijkse boodschappen. Omdat Koen geen rijbewijs heeft, rijdt een vriend met hem naar een naastgelegen dorpje en doen ze het samen. Ook een ander probleem wordt aangepakt: Koen is geen ochtendmens en heeft veel moeite met opstaan. Zijn vrienden stimuleren hem om ‘s avonds de wekker te zetten en motiveren hem om op tijd op te staan.
Koen krijgt een Wajong-uitkering en merkt dat het lastig is om rond te komen. Daarom eet hij zo’n twee keer in de week bij zijn zus drie straten verderop. Meestal blijft hij nog wat televisiekijken en vaak zijn het gezellige avonden. Ook hierdoor wordt Koen gesterkt in het idee dat hij erin slaagt om een
breed en betrouwbaar netwerk op te bouwen en te onderhouden.

Huidige begeleiding
Op dit moment werkt Koen drie dagen in de week bij de dagbesteding. Samen met de behandelaar is hij tot de conclusie gekomen dat het goed is om een therapie te volgen om over zijn angststoornis te komen. Daarom gaat Koen twee keer in de week naar therapiebijeenkomsten. Deze bijeenkomsten worden in groepsverband gehouden en hebben een positief effect op het zelfvertrouwen van Koen. De supportmedewerker is ook nog betrokken bij Koen, ze organiseren samen bijeenkomsten met de steungroep en bespreken de vooruitgang. Het belangrijkste is dat Koen succeservaringen heeft en wordt gewaardeerd om wat hij doet. Koen merkt nu dat hij meer uit zijn leven kan halen. Hij werkt toe naar een reguliere baan en overweegt zelfs om weer naar school te gaan. Ook wil hij zelfstandiger worden en zijn rijbewijs halen. Een passender woning ligt ook in het vooruitzicht. Mooie vooruitzichten dus. En loopt het even niet zoals het moet lopen? Dan belt hij een vriend en bespreken ze het probleem. Zijn vrienden motiveren en stimuleren hem om de juiste keuzes te maken. Koen kan trots zijn op zijn betrouwbare netwerk. Zijn motto? ‘Hand in hand kameraden!’

Downloads
Methodebeschrijving_Community_Support_2