Dorpsagenda met dorpswaardering

esi - 1 januari 2011

Dorpsagenda met Dorpswaardering is een methode voor het verbeteren van de leefbaarheid in landelijke gebieden. Met de enquête Dorpswaardering verzamelen dorpsbewoners zelf informatie over welke problemen er in het dorp spelen. Vervolgens stellen zij een lijst met actiepunten op ter verbetering van de leefbaarheid van het dorp.

Uit praktijkervaringen blijkt dat zowel professionals als bewoners over het algemeen positief zijn over het werken met de methode. Wel blijkt dat bewoners vooral gericht zijn op concrete resultaten, terwijl procesbegeleiders en beleidsmakers bij het beoordelen van het resultaat focus leggen op het verloop van het proces.

Doel

Het hoofddoel van de methode Dorpsagenda met Dorpswaardering is om met bewoners plannen te ontwikkelen en de uitvoering van de plannen te organiseren om de leefbaarheid in landelijke gebieden te verbeteren.

Daarnaast heeft de methode de volgende twee doelen.

  • Dorp en gemeente ontwikkelen al werkend een communicatiestructuur, gebaseerd op partnerschap en met elkaar meedenken vanuit de eigen verantwoordelijkheid. Hiermee ligt er een basis voor het geven van vorm en structuur aan bewonersinbreng.
  • Het genereren van dynamiek in het dorp, zodat er verbindingen ontstaan tussen (groepen) bewoners.

Doelgroep

De doelgroep van Dorpsagenda met Dorpswaardering bestaat uit dorpsorganisaties (zoals de dorpsbelangenvereniging, dorpsstichting of dorpsraad). Alle dorpsbewoners vanaf twaalf jaar mogen deelnemen.

Aanpak

De methode is gericht op het door dorpsbewoners zelf - met behulp van de enquête Dorpswaardering - formuleren van een lijst met actiepunten ter verbetering van de leefbaarheid van een dorp. Dit gebeurt gedurende een proces dat uit zes fasen bestaat.

  1. De initiatieffase: het initiatief om een Dorpsagenda op te stellen ligt meestal bij de dorpsorganisatie. Wanneer een algemene belangenorganisatie ontbreekt, kan een brede werkgroep worden samengesteld.
  2. De voorbereidingsfase: De dorpsorganisatie, de gemeenten en de procesbegeleider worden het eens over de aanpak, financiering en inzet. Een definitief plan van aanpak wordt opgesteld.
  3. De inventarisatiefase: Om de vragen en problemen inzichtelijk te maken, verzamelt de dorpsorganisatie informatie met behulp van een enquête.
  4. De planvormingfase: Op basis van de enquête wordt duidelijk welke onderwerpen er spelen in het dorp. De werkgroepen werken hiervoor plannen en ideeën uit. Deze plannen resulteren aan het eind van deze fase in een Dorpsagenda, opgesteld door de Agendacommissie.
  5. De afrondingsfase: In deze fase legt de Agendacommissie de Dorpsagenda voor aan het dorp en stellen de bewoners de Dorpsagenda vast. Vervolgens wordt de Dorpsagenda aangeboden aan de dorpsorganisatie, die het presenteert aan de buitenwereld: de gemeente en andere relevante maatschappelijke organisaties die kunnen bijdragen aan het verwezenlijken van punten.
  6. De evaluatiefase: Partijen kijken terug op het proces dat is doorlopen en formuleren lessen voor zichzelf en voor de aanpak als geheel.

Het doorlopen van de fasen gebeurt gedurende één of meer bijeenkomsten onder leiding van een procesbegeleider. De dorpsbewoners verdelen de verschillende taken die aan bod komen onder de deelnemende bewoners, op basis van hun capaciteiten en competenties.

Uitvoerende organisaties

De uitvoering van de methode Dorpsagenda met Dorpswaardering is vooral in handen van dorpsorganisaties. Daarnaast zijn ook de gemeente en andere partijen (zoals waterschap, provincie of woningcorporaties) betrokken. Lokale welzijnsorganisaties kunnen na de planvorming de dorpsorganisaties ondersteunen bij het realiseren van de plannen.

 

Ontwikkelaar

STAMM CMO
0592 394 400
www.stamm.nl

Onderzoek

De uitvoering van de methode Dorpsagenda met Dorpswaardering is vooral in handen van dorpsorganisaties. Daarnaast zijn ook de gemeente en andere partijen (zoals waterschap, provincie of woningcorporaties) betrokken. De methode is in Drenthe meerdere malen toegepast. Er zijn twee onderzoeken uitgevoerd naar de praktijkervaringen van de professionals en bewoners met Dorpsagenda met dorpswaardering (Rigter, 2007; Derijcke et al., 2004). In algemene zin spreken professionals en bewoners zich positief uit over het werken met de methode. Wel blijkt dat bewoners vooral gericht zijn op concrete resultaten, terwijl procesbegeleiders en beleidsmakers bij het beoordelen van het resultaat focus leggen op het verloop van het proces (Rigter, 2007). Bewoners geven aan meer zelfvertrouwen te hebben na deelname aan Dorpswaardering en veel geleerd te hebben. Zij doen nieuwe contacten op en er ontstaan nieuwe activiteiten (Rigter, 2007). Ook vinden zij dat het proces heeft bijgedragen aan een positief gevoel van zelfsturing en dat de communicatie tussen de verschillende partijen in het dorp is toegenomen. Er waren echter ook negatieve geluiden over de gebruiksvriendelijkheid van de enquête (Derijcke et al., 2004).

Samenvatting werkzame elementen

  • Doordat bewoners samen werken aan een Dorpsagenda, leren dorpelingen elkaar kennen en ontstaat er meer(/nieuwe) dynamiek in een dorp.
  • Het initiatief voor het maken van een Dorpsagenda en de verantwoordelijkheid voor het opstellen ervan ligt bij de dorpsorganisatie, waardoor dorpsbewoners zich (meer) betrokken en verantwoordelijk voelen bij de realisatie van plannen. Er ontstaat hierdoor een representatief beeld van de wensen van het dorp, meer draagvlak voor plannen en een sterker gevoel van zelfbeschikking.


Praktijkvoorbeeld

In gevonden publicaties over de methode staan geen complete casestudies beschreven die illustreren hoe de methode in een specifiek geval is toegepast in de praktijk. Wel staat in de folder De dorpsagenda in het kort, uitgegeven in 2005 door STAMM CMO, het volgende praktijkvoorbeeld.
In 2005 ging in Zuidlaarderveen de methode Dorpsagenda met Dorpswaardering van start met een brainstormsessie voor alle dorpsbewoners, georganiseerd door Dorpsbelangen Zuidlaarderveen, de lokale dorpsorganisatie. Dat leverde 160 ideeën op over grote en kleine zaken in de vorm van problemen, onderwerpen, wensen of oplossingen. Het bestuur van Dorpsbelangen riep vervolgens een agendacommissie in het leven. Zij selecteerden allerlei onderwerpen die raakten aan leefbaarheid en speelden onder bewoners. Deze ideeën werden vervolgens geordend in acht thema’s: Hunze en buitengebied, verkeer, jeugd, leefbaarheid, starterswoningen, school. Met deze thema’s gingen acht werkgroepen verder aan de slag. De groep Hunze en buitengebied dacht na over de aanleg van een nieuwe vaarroute.
De werkgroep organiseerde zelf een excursie naar de Hunze met iemand die lokaal goed bekend was, om de situatie ter plaatse te bekijken. Door de nieuwe vaarroute strategisch neer te leggen, zou er mogelijk een impuls kunnen komen voor verschillende horecafaciliteiten in het dorp of voor kleinschalige toeristische ontwikkeling. In het kader van recreatie vatte de groep het idee op om een voormalige natuurlijke zwemplaats te herstellen. Dit zou worden opgepakt in samenwerking met Het Drents Landschap.
Een andere werkgroep dacht na over de wegen en bermen in en rond Zuidlaarderveen. Men vond de wegen en bermen op sommige plaatsen erg kaal. Voor bermen langs de wegen buiten de bebouwde kom maakte men een plan dat ter bespreking werd aangeboden aan de gemeente. Binnen de bebouwde kom besloot men om bloembollen in de bermen in de te planten. De gemeente betaalde de bloembollen en bewoners plantten ze samen.

Downloads
Methodebeschrijving Dorpsagenda met dorpswaardering