JOngeren Lossen het Op (JOLO)

esi - 18 januari 2013

De inzet van jongeren bij het oplossen van conflicten in de openbare ruimte staat bij JOLO centraal. Doel is om op een duurzame manier problemen op te lossen en om jongeren te empoweren. Jongeren uit de buurt worden getraind om als bemiddelaar op te treden en de betrokkenen zelf oplossingen te laten zoeken waarin eenieder zich kan vinden. Het herstel van communicatie tussen betrokken volwassenen en jongeren speelt een belangrijke rol.

Onderzoek naar praktijkervaringen laat zien dat jongeren zich door JOLO sterker voelen en een rolmodel zijn voor andere jongeren. Betrokkenen geven aandat  JOLO een positieve invloed heeft op de leefbaarheid in een wijk.

Doel 

  • Herstel van communicatie en het duurzaam oplossen van conflicten in de openbare ruimte tussen jongeren onderling en jongeren en buurtbewoners.
  • Bijdragen aan de ontwikkeling van jongeren, stimuleren van empowerment van jongeren

JOLO beoogt een bijdrage te leveren aan verbetering van het woonklimaat, de sociale samenhang, de sfeer en de leefbaarheid in wijken en buurten.

Doelgroep

Doelgroep van de methode zijn bewoners − jongeren en volwassenen −, winkeliers, horeca-eigenaren, et cetera − die meningsverschillen hebben over het gebruik van en het gedrag in openbare ruimtes of die betrokken zijn bij overlastsituaties.

Intermediaire doelgroep
De jongerenbuurtbemiddelaars vormen de intermediaire doelgroep. Jongeren die geschikt zijn als jongerenbuurtbemiddelaar zijn tussen de 12 en 20 jaar oud en wonen in de betreffende buurt of zitten daar op school.

Aanpak

De inzet van jongeren bij het zoeken naar oplossingen voor problemen staat bij JOLO centraal. JOLO werkt vanuit de empowerment-gedachte: voor jongeren door jongeren. Jongeren worden getraind in vaardigheden en methodieken die helpen bij het vinden van oplossingen voor problemen waarin alle betrokkenen zich kunnen vinden. Jongeren worden hierdoor aangesproken op hun kwaliteit (namelijk in het zoeken naar oplossingen) en niet op hun gedrag. Volwassenen en andere jongeren zien dat jongeren in staat zijn om zich neutraal op te stellen en dat zij bereid en in staat zijn om een bijdrage aan de oplossing van het conflict te leveren. Het bemiddelingsproces bestaat uit zes stappen: de aanmelding en intake, het gesprek met de aanmelder, het uitnodigen van de ‘tegenpartij’, het gesprek met de ‘tegenpartij’, een bemiddelingsgesprek en de nazorg. De projectleider speelt een belangrijke rol in het traject: hij of zij zorgt voor de continuïteit in het bemiddelen.

Uitvoerende organisaties

Lokale welzijnsorganisaties kunnen, in samenwerking met CoCon, met JOLO aan de slag.

Ontwikkelaar

CoCon, Coloured Consultancy
Van der Takstraat 102 A
3071 LM Rotterdam
010 481 58 36
info@colouredconsultancy.nl
www.colouredconsultancy.nl
jolo@jongerenbuurtbemiddeling.nl
www.jongerenbuurtbemiddeling.nl

Contactpersoon
Fica Djohani
010 481 58 36
fdjohani@colouredconsultancy.nl

Onderzoek

Er zijn drie publicaties waarin de praktijkervaringen met JOLO worden beschreven (CoCon, 2011; Korthals Altes & Wijland, 2011; Van Rooijen, 2010). De ervaringen worden veelal verwoord in termen van de resultaten van de interventie.

  • Het terugdringen van overlast: door het doorverwijzen van zaken naar jongerenbuurtbemiddeling hebben medewerkers van onder andere de politie meer tijd gekregen voor zwaardere problematiek en andere werkzaamheden.
  • Empowerment: door JOLO hebben jongeren en volwassenen geleerd conflicten en problemen constructief en met oog voor een ander op te lossen; een aantal jongeren heeft via en dankzij JOLO een stageplaats, vervolgopleiding of werk gevonden; jongeren voelen zich door JOLO sterker en kunnen een voorbeeld zijn voor andere jongeren.
  • Leefbaarheid: door training en inzet van de jongeren, door het oplossen van conflicten en het bestrijden van (woon)overlast, door het probleemoplossend vermogen van bewoners aan te spreken en door onderling contact en wederzijds begrip neemt de leefbaarheid van een wijk toe. Het woongenot stijgt, de (perceptie van) veiligheid neemt toe en de sociale cohesie wordt gestimuleerd.

In het jaarverslag Feijenoord (CoCon, 2011) zijn de resultaten van JOLO in 2010 beschreven. Hieruit blijkt dat van de 48 binnengekomen meldingen er 13 (27%) zijn doorverwezen of terugverwezen naar de aanmelder. Van de in behandeling genomen meldingen zijn er zes nog in behandeling, en 29 afgehandeld. Van de afgehandelde zaken is 79% opgelost, waarvan 57% via de intake, 26% via gesprekken met de partijen apart en 17% via een partijengesprek.

Samenvatting werkzame elementen

De methode kent de volgende werkzame elementen.

  • Jongeren en volwassenen worden beiden betrokken bij het zoeken naar duurzame oplossingen voor problemen met het gedrag in en het gebruik van de openbare ruimte.
  • Niet het probleem staat centraal, maar de relatie en communicatie tussen betrokkenen.
  • Jongeren worden aangesproken op hun kwaliteiten en daardoor worden hun zelfbeeld en de beeldvorming over jongeren positief beïnvloed.
  • De jongerenbemiddelaars fungeren als rolmodel voor andere jongeren.
  • Empowerment: jongeren worden getraind en gecoacht in de voor conflictbemiddeling benodigde vaardigheden en doen daar ervaring mee op.
  • Samenwerking van welzijn, politie, woningcorporaties en jongerenwerk.


Praktijkvoorbeeld

De onderstaande casus, geschreven door twee JOLO-ers, illustreert hoe JOLO in de praktijk werkt (Bron: CoCon, niet gepubliceerd).

‘Ze weten toch wat ze doen’
Mevrouw L. is bij JOLO aangemeld nadat zij meerdere malen heeft geklaagd bij de politie. Wij pakken deze bemiddeling samen met de projectleider op. Toen mevrouw L. een kwartier na het afgesproken tijdstip nog niet gekomen was, belden we haar: ‘Oh, ik ben het helemaal vergeten’, is haar reactie. Daar zitten we dan bij onze eerste bemiddeling! Gelukkig besloot mevrouw L. alsnog te komen.

Mevrouw L. was erg zenuwachtig. Het deed haar verdriet dat zij zo gepest werd en als hoertje werd uitgescholden. En toen zij bij de buren beneden, de familie M. aanbelde om er wat van te zeggen had ze het gevoel dat ze uitgelachen werd. Ze is zelfs een keer bedreigd door een jongen die de deur open deed. Sindsdien durft ze niet meer aan te bellen. Mevrouw L. vertelde ons dat ze eerder gesprekken heeft gehad met de buren en dat ze kon aanbellen als er weer wat was. Daarover zei ze: ‘Ze weten toch wat ze doen? Waarom moet ik elke keer bij hun aanbellen als er wat is?’ Kortom, mevrouw L. was erg boos en wilde een oplossing.
Aan het eind van het gesprek spreken we af dat haar buren en de kinderen uitgenodigd worden voor een gesprek. De projectleider zal mevrouw L. bellen zodat zij de huisnummers van haar buren kan doorgeven, zodat we gelijk bij de mensen langs kunnen gaan.

De benedenburen van mevrouw L. troffen we gelukkig thuis. Wij vertelden wie we zijn en waarom we langs kwamen. Mevrouw M. ging uiteindelijk in op de uitnodiging voor een gesprek op het kantoor van JOLO. Bij de andere buren lieten we een brief achter. Het bleek erg moeilijk om met hen in contact te komen, omdat het werkende mensen zijn die weinig thuis zijn. Toen zij zelf contact opnamen met JOLO, bleken ze niet bereid om mee te werken aan de bemiddeling. Eén van hen was van mening dat hun dochter zoiets niet doet en zei geen tijd te hebben om met mevrouw aan tafel te gaan zitten: ‘Ik heb het te druk met mijn eigen problemen, ik wil geen gesprek met mevrouw L’.

De afspraak met mevrouw M. is doorgegaan. Op de dag van de afspraak was ook mevrouw M. haar afspraak vergeten. Eén van ons stelde voor om bij haar langs te gaan om te vragen of zij de afspraak was vergeten. Zo gezegd, zo gedaan. Mevrouw M. deed open en zei dat ze de afspraak inderdaad vergeten was. Ze was bereid mee te gaan naar het kantoor voor JOLO en alsnog het gesprek te voeren. In dat gesprek kwam ook naar voren dat er een jongen bij betrokken was die op dat moment op vakantie was. Mevrouw M. had er in het begin niet veel vertrouwen in om in gesprek te gaan met de buurvrouw. Wij hebben haar uitgelegd dat het juist een stap in de goede richting kon zijn. Mevrouw M. stemde uiteindelijk in met een gezamenlijk gesprek.

Het gezamenlijke gesprek vond plaats op locatie bij het jongerenwerk in de wijk. Mevrouw L. arriveerde als eerste. Een kwartier later was mevrouw M. er nog steeds niet waarna besloten om haar te bellen. ‘Ik heb een aantal dagen niet in mijn brievenbus gekeken en heb de brief helaas niet gezien’, is haar reactie. We vroegen haar alsnog te komen, nadat mevrouw L. had aangegeven nog te kunnen wachten. Mevrouw M. arriveerde samen met haar dochter en de jongen die eerder op vakantie was.

Nu was het moment dat de betrokkenen met elkaar aan tafel zaten. Nadat we voorzien waren van drinken en iedereen akkoord was gegaan met de gespreksregels, kon het bemiddelingsgesprek beginnen. Al gauw kwam een aantal meningsverschillen boven tafel. Het keerpunt kwam toen mevrouw L. uitsprak dat zij bang was. De jongen die bij de familie M. woonde, begreep toen dat zij door hem bang was om aan te bellen en te zeggen wat haar dwars zat. Hij schoot in de lach: ‘Hahahaha, nee joh mevrouw dat is nergens voor nodig, ik weet dat mijn dreads en uiterlijk u misschien bang maken, onbekend maakt onbemind. Maar als er wat is, kan je altijd naar mij toe komen om het erover te hebben en de jongen die u heeft bedreigd moet u mij maar laten zien, dan spreek ik hem daar nog over’ waren zijn woorden.
Kortom dat was het moment dat het gesprek een hele andere wending kreeg. Mevrouw L. toonde een blik van opluchting en tevredenheid. Nadat er concrete afspraken waren gemaakt en de handen waren geschud, vertrok de familie M. en bleef mevrouw L. nog even napraten. Ze zei dat ze erg blij was met wat we hadden bereikt en bedankte JOLO hartelijk. Ze was opgelucht en niet meer bang. Wij van JOLO dankten het jongerenwerk voor de goede samenwerking en vertrokken met een fantastisch gevoel richting huis. ‘Joehoe! Onze eerste bemiddeling en gelijk gelukt!’

Downloads
Methodebeschrijving JOLO