Zin in vriendschap

esi - 1 oktober 2010

Zin in vriendschap is een cursus voor vrouwen van 55 jaar en ouder met als doel het verminderen of voorkomen van gevoelens van eenzaamheid. Tijdens twaalf wekelijkse lessen werken deelnemers aan het actief aangaan van nieuwe vriendschappen of het verbeteren van bestaande vriendschappen.

De praktijkervaringen laten zien dat de deelnemers na de cursus beter in hun vel zitten en daadwerkelijk stappen zetten in de verbetering van hun vriendschappen. Uit drie effectonderzoeken blijkt dat deelnemers inderdaad meer vrienden hebben en zich minder eenzaam voelen.

Doel

Het hoofddoel van de methode Zin in vriendschap is het verminderen of voorkomen van gevoelens van eenzaamheid onder oudere vrouwen, door hen te helpen bestaande vriendschappen te verbeteren of nieuwe vriendschappen op te bouwen.

Doelgroep

De doelgroep van de methode bestaat uit vrouwen van 55 jaar en ouder, die actief bezig willen zijn met het thema vriendschap.

Aanpak

Zin in vriendschap is een cursus van twaalf wekelijkse lessen en een terugkombijeenkomst. In kleine stappen werkt de cursus naar het actief aangaan van nieuwe vriendschappen of het verdiepen van bestaande contacten. Met behulp van oefeningen en huiswerkopdrachten verkennen deelnemers het thema vriendschap, maken zij de balans op van hun eigen sociale netwerk, leren zij hun eigen grenzen bewaken en formuleren zij ten slotte doelen die zij op het gebied van vriendschap willen bereiken.

Uitvoerende organisaties

De cursus wordt aanboden door: brede welzijnsinstellingen, stichtingen welzijn ouderen, ouderenwerk, thuiszorginstellingen, psychosociale therapiepraktijken en ROC’s (in het
kader van volwassenenonderwijs). Het zijn echter vooral brede welzijnsinstellingen en stichtingen welzijn ouderen die de cursus aanbieden. In de meeste gevallen volgen de aanbieders het handboek met twaalf bijeenkomsten, maar sommigen geven de cursus in tien bijeenkomsten en een enkeling beperkt zich tot zeven bijeenkomsten. Ondanks het feit dat de cursus specifiek is ontwikkeld voor oudere vrouwen, blijkt dat de cursus soms ook aan mannen wordt gegeven (het is niet bekend hoe vaak dit voorkomt).

Ontwikkelaar

Radboud Universiteit Nijmegen
Centrum voor Psychogerontologie
Nan Stevens
024 361 57 25
n.stevens@psych.ru.nl

Onderzoek

Naar de praktijkervaringen is niet veel onderzoek gedaan. Uit de beschikbare informatie (onder andere Stevens, 1999) blijkt dat professionals vinden dat de methode goed toe te passen is in de praktijk. Wel blijkt het soms moeilijk om opdrachten en oefeningen uit te voeren als de deelnemers niet gewend zijn om over zichzelf te reflecteren en zichzelf en hun eigen behoeften centraal te stellen. Ook het werven van deelnemers verloopt soms moeizaam.
Na de cursus zitten de deelnemers beter in hun vel en hebben zij moed gekregen om daadwerkelijk stappen te zetten ter verbetering van hun vriendschappen. Daarnaast hebben de meeste deelnemers hun sociale netwerk vergroot. Een aanzienlijk deel van de deelnemers vertelt verder dat bestaande vriendschappen zijn verbeterd en dat zij sommige vriendschappen meer zijn gaan waarderen. Daarnaast ervaren deelnemers dat zij een positiever zelfbeeld hebben en een beter inzicht in zichzelf. Dit heeft hen meer grip en zin gegeven om initiatieven op het gebied van vriendschappen te ontplooien.

Naar de effectiviteit van de methode zijn in het totaal drie onderzoeken verricht. Uit alle drie de onderzoeken blijkt dat de deelnemers na het volgen van de cursus meer vrienden hebben en zich over het algemeen minder eenzaam voelen. Uit het effectonderzoek met quasi-experimenteel design in de praktijk met follow-up (Martina & Stevens, 2006) blijkt verder een statistisch significante, zij het beperkte, verbetering onder de deelnemers op het gebied van zelfwaardering, levenstevredenheid en stemming. Uit het effectonderzoek, dat te typeren is als een monitoringsonderzoek (Stevens, Martina & Westerhof, 2006), blijkt met betrekking tot eenzaamheid dat de mate van eenzaamheid alleen significant afneemt onder deelnemers die tegelijkertijd nieuwe vriendschappen aangingen en bestaande vriendschappen verdiepten. Het alleen ontwikkelen of alleen verdiepen van vriendschappen had geen significant effect op de ervaren eenzaamheid.

Samenvatting werkzame elementen

  • Aandacht voor zelfwaardering en het ontwikkelen van een positief zelfbeeld.
  • Stimuleren tot het zetten van concrete stappen bij het ontwikkelen van nieuwe vriendschappen en verdiepen van bestaande vriendschappen.
  • Techniek van het tekenen van het konvooi van sociale relaties: dit geeft inzicht in het eigen sociale netwerk. Hierdoor kunnen deelnemers gemakkelijker de balans opmaken van hun vriendschappen en sociale contacten.
  • In kleinschalige groepsbijeenkomsten met een open karakter kunnen deelnemers zich in elkaars situatie herkennen en kunnen zij advies en steun aan elkaar geven.
  • Verwerken van teleurstellende ervaringen met vriendschappen door ze met anderen te bespreken.
  • Combinatie van verschillende strategieën om vriendschappen te verdiepen en te ontwikkelen.
  • Oefenen met het bewaken van eigen grenzen.


Praktijkvoorbeeld

Deze praktijkvoorbeelden zijn op verzoek van de methodebeschrijver (Jan Willem van de Maat) geschreven door Nan Stevens en dus niet eerder gepubliceerd. De voorbeelden zijn gebaseerd op haar interviews met deelnemers aan de cursus. De namen Mevrouw Tulp en Mevrouw Roos zijn gefingeerd met het oog op privacy.  

Mevrouw Tulp

Mevrouw Tulp was 67 jaar en getrouwd toen zij aan de cursus deelnam. In het voorafgaande jaar was haar man ernstig ziek geweest. Hoewel hij hersteld was, was het besef tot haar doorgedrongen, dat zij hem bijna kwijt was geweest. Zij maakte de balans op van haar sociale contacten en kwam erachter dat zij geen eigen vrienden had. Alleen kennissen en andere stellen met wie zij en haar man samen contact hadden. Zij was zich ervan bewust geworden dat zij in de toekomst haar man zou kunnen verliezen en nam zich voor meer werk te maken van vriendschap. Dit was haar motivatie om aan de vriendschapscursus deel te nemen, om in haar zoektocht naar vriendschap ondersteuning te vinden. Al tijdens de cursus maakte zij afspraken met verschillende andere deelneemsters om na te gaan of zij interesses deelden. Met één vrouw begon zij regelmatig te wandelen. Zij genoot van de gesprekken tijdens hun wandeling. Met een andere vrouw maakte zij om de beurt een koffieafspraak. Een derde wilde graag met haar om de zoveel weken naar de stad om te lunchen en te winkelen. Zo hield mevrouw Tulp drie vriendinnen over aan de cursus, met wie zij regelmatig een afspraak had. Bij de terugkombijeenkomst na een half jaar, vertelde zij hoe heerlijk zij het vond om nu eigen vriendinnen te hebben. Het was volgens haar niet toevallig dat deze alle drie ook getrouwd waren; zij begrepen de noodzaak van rekening houden met een partner bij het maken van een afspraak. Bovendien waren zij zich ook bewust van de mogelijke eindigheid van hun relatie.


Praktijkvoorbeeld

Deze praktijkvoorbeelden zijn op verzoek van de methodebeschrijver (Jan Willem van de Maat) geschreven door Nan Stevens en dus niet eerder gepubliceerd. De voorbeelden zijn gebaseerd op haar interviews met deelnemers aan de cursus. De namen Mevrouw Tulp en Mevrouw Roos zijn gefingeerd met het oog op privacy.  

Mevrouw Roos

Mevrouw Roos was 62 jaar, moeder van 5 kinderen en al jaren gescheiden toen zij de vriendschapscursus volgde. Dankzij haar deelname aan de Moedermavo – na haar scheiding – heeft zij een relatief grote kring vriendinnen. Zij is bijvoorbeeld actief in een leesclub, die is ontstaan tijdens de Moedermavo. Drie jaar geleden is de diagnose MS bij haar gesteld; vanwege die ziekte heeft zij bepaalde fysieke beperkingen. Ze kan bijvoorbeeld niet ver wandelen. De MS maakt haar onzeker over haar toekomst. Zij kwam naar de cursus om te leren hoe zij meer uit haar vriendschappen kan halen. Zij stelde zich tot dan toe afwachtend op in vriendschap. In de cursus leerde zij haar wensen en behoeften in vriendschap te uiten en voorstellen te doen, zoals op zondag af en toe samen brunchen met een vriendin.
Ook leerde zij haar grenzen aan te geven en eerlijk te zijn over haar lichamelijke en geestelijke toestand. ‘Ik durf nu mijn vrolijke masker af te zetten bij mijn vrienden. Als ik een slechte dag heb, zeg ik dat. Als ik een lift nodig heb, vind ik dat nu makkelijker om te vragen. En ze reageren heel aardig….Vroeger deed ik dit niet. Ik heb nu veel steun aan mijn vriendinnen, naast mijn kinderen die ook heel goed voor me zijn. Ik voel me nu rijk met de mensen om me heen.’

Downloads
Methodebeschrijving Zin in vriendschap