De Aanpak

9 mei 2010

De Aanpak is een methode om geweld binnen partnerrelaties te stoppen. Daarnaast wordt de verwerking op gang gebracht en worden beide ouders gestimuleerd actief te participeren in de opvoeding en zorg voor hun kinderen. Het gaat om een systeemgerichte benadering, waarbij zowel het slachtoffer als de dader hulp krijgt.

Download de volledige methodebeschrijving

Methodebeschrijving-de-aanpak.pdf 230.53 KB

Uit praktijkervaringen blijkt dat de methode inhoudelijk goed beoordeeld wordt door professionals. Het maakt geweld bespreekbaar en het doorbreekt de vicieuze cirkel van geweld. Hierbij wordt ieders aandeel in de geweldspiraal duidelijk. Tijdens de geëvalueerde pilot is het geweld bij het merendeel van de relaties gestopt.

Doel

De hoofddoelstelling van de methode De Aanpak is om het geweld in de partnerrelatie te stoppen, de verwerking op gang te brengen en te bevorderen dat beide ouders actief participeren in de opvoeding en zorg voor hun kinderen. Veiligheid staat hierbij voorop.

Doelgroep

De doelgroep bestaat uit heteroseksuele partners bij wie sprake is van geweld door de mannelijke partner en waarvan de vrouw een beroep heeft gedaan op de vrouwenopvang. Meestal hebben de partners een gezin met eigen kinderen voor wie zij zorgen. Delen van de methode zijn ook bruikbaar voor ambulante hulpverlening.

Aanpak

De Aanpak is een methode waarmee relationeel geweld systeemgericht wordt benaderd. Niet alleen het (vrouwelijke) slachtoffer krijgt hulp, ook de geweldplegende partner krijgt een hulpaanbod. De Aanpak bestaat uit drie fasen, waarbij fase 2 en 3 ook parallel aan elkaar kunnen plaats vinden:
Fase 1: De motiveringsfase Hierin worden achtereenvolgens de vrouw en de man benaderd en gemotiveerd om gebruik te maken van deze vorm van hulp. Deze fase loopt uit in een contract over de verdere hulpverlening.
Fase 2: De individuele hulpverleningsfase In deze fase ontvangen beide partners individueel hulp. Voor de daders is dit onder meer gericht op zelfcontrole, voor het slachtoffer op de verwerking van het geweld en het trauma en het weerbaar worden.
Fase 3: De systeemgerichte hulpverleningsfase In deze fase staan de relatie en de communicatie tussen beide partners centraal.

Ontwikkelaar
Ron van Outsem
De Waag, Centrum voor Ambulante Forensische Psychiatrie
Haagweg 5
2311 AA Leiden
r.vanoutsem@dewaag-nederland.nl
(071) 516 24 10
www.dewaag-utrecht.nl

Onderzoek

Er is een procesevaluatie uitgevoerd in drie regio’s waarin De Aanpak als pilot werd uitgetest: in Zwolle, Den Bosch en Amsterdam (Van Oosten, 2004; Knaapen, 2004; Tuk, 2003).
De methode werd goed ontvangen en inhoudelijk goed beoordeeld door de uitvoerende hulpverleners, met name in Zwolle en Den Bosch. De effecten zijn vooral positief op het vlak van het bespreekbaar maken en doorbreken van de vicieuze cirkel van geweld tussen de partners. Door aandacht te besteden aan complementaire gedragspatronen van partners wordt het mogelijk zicht te krijgen op ieders eigen aandeel in de geweldsspiraal. Wel wordt een aantal valkuilen benoemd. Zo is een risico dat de aandacht vooral naar de partnerdynamiek uitgaat, ten koste van de gevolgen van het geweld voor de kinderen.

Samenvatting werkzame elementen

  • De motiveringsfase, waarin mannen en vrouwen op verschillende manieren worden benaderd.
  • De combinatie van outreachend werken en motivatieverhogende gesprekstechnieken.
  • Het systeemgericht werken met relatie- en gezinssystemen met relationele geweldsproblematiek levert inzichten op in de patronen en processen die hebben geleid tot het ontstaan en in stand houden van het geweld en het aandeel van beide partners daarin.
  • Door uit te gaan van een typologie van vrouwelijke slachtoffers en mannelijke daders kan maatwerk geleverd worden in de hulpverlening.
  • Het introduceren en bestendigen van gedragsalternatieven gelieerd aan de typologie.
  • Naast de slachtoffers voelen ook de plegers zich gehoord, omdat beiden (afzonderlijk en samen) aan het woord komen.
  • De methode draagt bij aan het ontschotten en het bevorderen van samenwerking tussen instellingen, waardoor de mogelijkheid ontstaat af te wijken van vaste procedures met betrekking tot wachtlijsten, aanmelding, intake en dergelijke.