Bronmethodiek

1 januari 2010

De Bronmethodiek heeft als hoofddoel het versterken van betrokkenheid van de achterban bij lokale organisaties en de buurt en het stimuleren van vrijwillige inzet. Persoonlijke interviews met en door mensen uit de eigen achterban staan centraal. Gegevens uit deze interviews worden in een databank geplaatst, waarna ze gebruikt worden voor het vinden van passende vrijwilligerstaken, het oppakken van vragen en het organiseren van activiteiten.

Download de volledige methodebeschrijving

Methodebeschrijving-de-bronmethodiek.pdf 697.24 KB

De praktijkervaringen zijn positief: de databank met interviewgegevens zijn van onschatbare waarde en de methode geeft handen en voeten aan de samenwerking tussen organisaties in de wijk. Uit monitoring blijkt dat meer dan de helft van de geïnterviewden zich bereid toont om zich vrijwillig in te zetten.

Doel

Het hoofddoel van de Bronmethodiek is het versterken van de betrokkenheid van mensen bij lokale organisaties en/of hun buurt en het stimuleren van mensen tot vrijwillige inzet. Daarmee sluit de methode aan bij de uitgangspunten van de Wmo en het versterken van de ‘civil society'. De methode helpt om bewust en gestructureerd contact te maken met de eigen achterban: leden van een vereniging, ouders van kinderen op een basisschool, het persoonlijk netwerk van bewoners van een zorgcentrum, bezoekers van het jongerencentrum, deelnemers aan ouderenactiviteiten, buurtbewoners, enzovoort. Kerndoel is de betrokkenheid van de achterban bij de organisatie of buurt te versterken en in het verlengde daarvan vrijwillige inzet te stimuleren. Daarnaast geeft de methode zicht op wensen en behoeften van mensen ten aanzien van de organisatie of buurt. Indien de Bronmethodiek wordt uitgevoerd door meerdere wijkorganisaties gezamenlijk – een zogeheten meervoudig wijktraject – helpt het ook om de samenhang en samenwerking tussen organisaties in de wijk te bevorderen en kwetsbare en/of vereenzaamde wijkbewoners in beeld te krijgen.

Doelgroep

De Bronmethodiek richt zich op organisaties, wijken en samenwerkingsverbanden die geheel of gedeeltelijk met vrijwilligers werken en is toepasbaar binnen alle vrijwilligerssectoren.

Aanpak

De centrale activiteit van de Bronmethodiek is het afnemen van persoonlijke interviews met en door mensen uit de achterban van de organisatie of de wijk. Tijdens de gesprekken gaan de vrijwillige interviewers uitgebreid in op wensen, capaciteiten, competenties, mogelijkheden en voorkeuren van de geïnterviewden. Ook vragen ze wat iemand eventueel weerhoudt om zich vrijwillig in te zetten. Bij een meervoudig wijktraject wordt gewerkt met een gezamenlijke vragenlijst, eventueel aangevuld met een set organisatiespecifieke vragen. Alle gegevens worden vastgelegd in een centrale databank (een webapplicatie), waarna het matchen kan plaatsvinden. Matchen betekent vooral: het zoeken van een vrijwilligerstaak die past bij de persoon (niet andersom!). Maar ook: het faciliteren of organiseren van activiteiten waaraan de achterban behoefte heeft, het oppakken van vragen van geïnterviewden en het doorverwijzen van eventuele hulpvragen naar relevante (professionele) organisaties. De Bronmethodiek is geen tijdelijk project om vrijwilligers te werven, maar een duurzaam proces dat tot een nieuwe kijk op vrijwillige inzet leidt en deze kijk in het beleid verankert. Daartoe dient de databank een vaste plek in de organisatie te krijgen en actief gebruikt en regelmatig geactualiseerd te worden.

Uitvoerende organisaties

De Bronmethodiek is in Arnhem ontwikkeld en werd daar – individueel of in gezamenlijkheid – toegepast door diverse wijkorganisaties, zoals basisscholen, stichtingen welzijn ouderen, woonzorgcentra, jongerencentra, speeltuinverenigingen, buurtcentra, kinderdagverblijven, wijkverenigingen, bewonersgroepen, sportverenigingen en kerkelijke gemeenschappen. Ook buiten Arnhem wordt de Bronmethodiek inmiddels op meerdere plaatsen gebruikt door welzijnsorganisaties, die de methode inzetten in het kader van werken aan leefbaarheid in wijken en buurten in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Ontwikkelaar
Vrijwilligerscentrale Arnhem
Weerdjesstraat 168
6811 JH Arnhem
(026) 442 2833
www.vrijwilligerscentralearnhem.nl

Onderzoek

Naar de praktijkervaringen met de Bronmethodiek heeft een tweetal onderzoeken plaats gevonden (Pach en Kolner, 2005; Duijvestijn en Kolner, 2006). Projectleiders van meervoudige wijktrajecten, coördinatoren van participerende organisaties en vrijwillige interviewers zijn zonder uitzondering enthousiast over de Bronmethodiek en overtuigd van de meerwaarde ervan. Zij geven vooral aan dat het handen en voeten geeft aan de samenwerking tussen organisaties in de wijk en dat de databank met interviewgegevens van onschatbare waarde is. Dat de Bronmethodiek erg arbeidsintensief is, wordt op de koop toegenomen. Wel geven betrokkenen aan dat het veel vraagt van het innoverend vermogen van uitvoerende en ondersteunende organisaties, zowel qua werkwijze en organisatie als qua capaciteit. Het blijkt bovendien niet eenvoudig om de werk- en denkwijze ook bij anderen in de organisatie tussen de oren te krijgen. Dat is een proces van lange adem.

Er zijn geen wetenschappelijke onderzoeken uitgevoerd die aanwijzingen leveren voor de effectiviteit van de methode. Wel is er een onderzoek verricht (Duijvestijn, 2008) met als doel om de gebruikers van de methode zelf zicht te laten krijgen op en bewust te maken van de resultaten, afgezet tegen hun doelen en verwachtingen vooraf. Het onderzoek is dus gebaseerd op zelfonderzoek ofwel monitoring en geeft daarmee een indicatie van resultaten en effecten. De gevonden resultaten en effecten zijn positief. Betrokken organisaties hebben meer inzicht in de aanwezige talenten, capaciteiten en wensen in de wijk, meer dan de helft van de geïnterviewden (potentiële vrijwilligers) toont zich bereid tot vrijwillige inzet en wijkorganisaties werken aantoonbaar meer en beter met elkaar samen.

Praktijkervaringen

De Bronmethodiek is in Arnhem ontwikkeld en werd daar – individueel of in gezamenlijkheid – toegepast door diverse wijkorganisaties,  zoals basisscholen, stichtingen welzijn ouderen, woonzorgcentra, jongerencentra, speeltuinverenigingen, buurtcentra, kinderdagverblijven, wijkverenigingen, bewonersgroepen, sportverenigingen en kerkelijke gemeenschappen. Ook buiten Arnhem wordt de Bronmethodiek inmiddels op meerdere plaatsen gebruikt door welzijnsorganisaties, die de methode inzetten in het kader van werken aan leefbaarheid in wijken en buurten in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Naar de praktijkervaringen met de Bronmethodiek heeft een tweetal onderzoeken plaats gevonden (Pach en Kolner, 2005; Duijvestijn en Kolner, 2006). Projectleiders van meervoudige wijktrajecten, coördinatoren van participerende organisaties en vrijwillige interviewers zijn zonder uitzondering enthousiast over de Bronmethodiek en overtuigd van de meerwaarde ervan. Zij geven vooral aan dat het handen en voeten geeft aan de samenwerking tussen organisaties in de wijk en dat de databank met interviewgegevens van onschatbare waarde is. Dat de Bronmethodiek erg arbeidsintensief is, wordt op de koop toegenomen. Wel geven betrokkenen aan dat het veel vraagt van het innoverend vermogen van uitvoerende en ondersteunende organisaties, zowel qua werkwijze en organisatie als qua capaciteit. Het blijkt bovendien niet eenvoudig om de werk- en denkwijze ook bij anderen in de organisatie tussen de oren te krijgen. Dat is een proces van lange adem.

Effectonderzoek

Er zijn geen wetenschappelijke onderzoeken uitgevoerd die aanwijzingen leveren voor de effectiviteit van de methode. Wel is er een onderzoek verricht (Duijvestijn, 2008) met als doel om de gebruikers van de methode zelf zicht te laten krijgen op en bewust te maken van de resultaten, afgezet tegen hun doelen en verwachtingen vooraf. Het onderzoek is dus gebaseerd op zelfonderzoek ofwel monitoring en geeft daarmee een indicatie van resultaten en effecten. De gevonden resultaten en effecten zijn positief. Betrokken organisaties hebben meer inzicht in de aanwezige talenten, capaciteiten en wensen in de wijk, meer dan de helft van de geïnterviewden (potentiële vrijwilligers) toont zich bereid tot vrijwillige inzet en wijkorganisaties werken aantoonbaar meer en beter met elkaar samen.

Samenvatting werkzame elementen

De belangrijkste bouwstenen van de Bronmethodiek, zo blijkt vooral uit ervaringen met de methode in de praktijk, zijn:

  • persoonlijk aanspreken van mensen op hun natuurlijke betrokkenheid bij organisatie of wijk;
  • niet denken vanuit vacatures en functies, maar aansluiten bij talenten, competenties, voorkeuren en mogelijkheden van mensen;
  • persoonlijke benadering van en persoonlijk contact met de achterban van organisaties of wijk;
  • gestructureerde aanpak volgens een aantal vaste stappen als basis;
  • vanuit deze basis ruimte bieden voor een eigen invulling (wat betreft doel, doelgroep en aanpak), toegesneden op de specifieke organisatie, wijk en context;
  • continuïteit in en verankering van de aanpak in de organisatie(s).