Op Eigen Benen

1 juni 2011

Op eigen benen is een methode om de eigenwaarde en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen te versterken. Het traject begint met het in kaart brengen van de competenties. Vervolgens formuleren coach en deelnemer in een gesprek gezamenlijk leerdoelen en stellen ze een persoonlijk trainingsprogramma samen. De focus ligt op de terreinen wonen en werken.

Methodebeschrijving-op-eigen-benen.pdf 288.96 KB

Professionals geven in evaluatieonderzoek onder andere aan de training en het gestructureerd verzamelen van gegevens als succesfactor te zien. Twee knelpunten zijn de beperkte praktische mogelijkheden voor de deelnemers om de geleerde vaardigheden toe te passen en de neiging van ouders en begeleiders om het zelf te blijven doen. Uit twee effectonderzoeken blijkt dat de zelfredzaamheid van de deelnemers inderdaad is toegenomen.

Doel

Doel van de methode Op Eigen Benen is het versterken van de eigenwaarde en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen, zodat ze hun leven op hun eigen manier vorm kunnen geven en het beste uit zichzelf kunnen halen (eigenheid). Meer concreet gaat het om het realiseren van de wens om meer sturing te geven aan het eigen leven, vooral op de terreinen wonen en werken.

Doelgroep

Op Eigen Benen is ontwikkeld voor mensen met lichte verstandelijke beperkingen, maar is toepasbaar voor iedereen met wie communicatie mogelijk is en die zich wil voorbereiden op een zelfstandiger bestaan, bijvoorbeeld ouderen, mensen met psychische problemen, kinderen en mensen met lichamelijke beperkingen.

Aanpak

Een Op Eigen Benen-traject start met de wens van het individu om meer sturing te geven aan zijn leven. Afhankelijk van of deze wens vooral op wonen en/of arbeid gericht is, brengt de coach de door de deelnemer gebruikte competenties in kaart met behulp van de instrumenten INVRA-Wonen en/of INVRA-Arbeid. INVRA staat voor INventarisatie van RedzaamheidsAspecten. Vervolgens formuleren coach en deelnemer in een gesprek gezamenlijk leerdoelen en stellen ze een persoonlijk trainingsprogramma samen. De coach traint nieuwe vaardigheden zoveel mogelijk in de praktijk, met gebruik van verschillende leertechnieken. Belangrijk is dat de deelnemer alleen datgene leert wat hij wil leren en zoveel mogelijk zelf bedenkt wat er nodig is voor het uitvoeren van een bepaalde taak. De coach besteedt bewust aandacht aan het overbrengen van het geleerde naar de praktijk van de deelnemer. Daarnaast wordt een participatieplan gemaakt om een bij een zelfstandig bestaan passend netwerk op te bouwen. De rol van de coach is cruciaal. Hij ziet toe op gelijkwaardigheid en wederkerigheid in de relatie, toont vertrouwen in de deelnemer, geeft complimenten, biedt experimenteerruimte en treedt in de uitstroomfase steeds meer op de achtergrond.

Uitvoerende organisaties

In Nederland zijn ongeveer 2500 mensen gecertificeerd om INVRA af te nemen. Het instrument wordt bij 70 scholen en instellingen voor mensen met verstandelijke beperkingen gebruikt. Daarnaast wordt het instrument gebruikt bij RIBW’s, stichtingen Welzijn Ouderen, instellingen voor kind en jeugd, instellingen voor lichamelijk gehandicapten en revalidatiecentra. Ongeveer de helft van de mensen die gecertificeerd zijn om INVRA af te nemen, is ook getraind in de
methode Op Eigen Benen en dat aandeel neemt toe. Daarnaast wordt de methode ook toegepast in daartoe speciaal opgezette Academies voor Zelfstandigheid. Deze academies leiden mensen met beperkingen op om een zelfstandig(er) leven te kunnen leiden.

Ontwikkelaar
INVRA
Gitty Scholten
info@invra.nl
038 375 99 39

Onderzoek

De methode is in de beginfase van de ontwikkeling getoetst in twee pilots. De ontwikkelaars hebben de resultaten geëvalueerd en beschreven in twee publicaties. De praktische mogelijkheid om de geleerde vaardigheden toe te passen en de neiging van ouders en begeleiders om het zelf te doen, vormen knelpunten voor het toepassen van de nieuw geleerde vaardigheden in de eigen woonsituatie. Daarnaast blijkt de overgang naar de nieuwe manier van werken meer aandacht en tijd te kosten dan gedacht. Succesfactoren zijn methodische training, flexibele personeelsinzet, het gestructureerd verzamelen van gegevens en tijdsafbakening van de training (Bors, Mulder & Scholten, 2000; Scholten & Bors, 2001).

Er hebben twee veranderingsonderzoeken plaats gevonden naar Op eigen benen. Uit het onderzoek (E) van Bors et al. (2000) is bij vijftien van de zestien cliënten een toename in zelfredzaamheid gemeten. Bovendien zijn de verschillen op de diverse zelfredzaamheidsgebieden kleiner geworden; de profielen zijn dus evenwichtiger geworden. De cliënten met het laagste IQ hebben de meeste vooruitgang geboekt. In het onderzoek (E) van Scholten en Bors (2001) laten alle cliënten in de onderzoeksgroep een toename in woonvaardigheden zien. De toename van het kennisniveau is minder duidelijk. De begeleidingsbehoefte van de cliënten is afgenomen. 

Er is een effectonderzoek in voorbereiding gericht op de doelgroep kind en jeugd.

Samenvatting werkzame elementen

  • Centraal stellen van krachten, aanleg en talenten in plaats van de handicap of beperkingen.
  • Respect voor de eigenheid van de ander en het voeden van zelfrespect en zelfwaardering.
  • Door authentiek vertrouwen van de trainer in de deelnemer neemt het zelfvertrouwen van de deelnemer toe.
  • Zowel de bestaande als de gewenste situatie wordt in kaart gebracht via een gestructureerde inventarisatie van competenties met de INVRA-meetinstrumenten.
  • Competenties worden versterkt, het probleemoplossend vermogen vergroot en zo wordt de zelfredzaamheid versterkt.
  • Door aan te sluiten bij de natuurlijke manier van leren van deelnemers, is iedereen in staat zijn leven lang te leren.
  • Betekenis geven aan leren door te leren vanuit eigen motivatie voor het behalen van eigen doelen.
  • Leren vindt plaats door nieuwe informatie te verbinden aan wat we al weten (zone van de naaste ontwikkeling).
  • De leerling leert door zelf de stappen te bedenken die nodig zijn voor de uitvoering van een taak (mediërend leren, de mediator stelt vragen).
  • Bewuste aandacht voor het leren toepassen en vasthouden van nieuw geleerde vaardigheden in het dagelijks leven. Het opzetten of uitbreiden van het sociale netwerk met relaties waarin wederkerigheid centraal staat.