MOOI methodiek

1 maart 2011

De MOOI methodiek is een aanpak om vrijwilligersorganisaties te ondersteunen bij organisatievraagstukken zodat de organisatie in de toekomst zelf succesvoller kan opereren en kan omgaan met hedendaagse uitdagingen. Een medewerker van een vrijwilligerscentrale of een andere adviseur analyseert samen met de vrijwilligersorganisatie het probleem, stelt een adviesplan op en voert dit uit.

Methodebeschrijving-mooi-methodiek.pdf 461.47 KB

Er is geen onderzoek gedaan naar de praktijkervaringen met de methode. Wel blijkt uit zowel de evaluatieformulieren van de training als een aantal interviews met deelnemers aan de training dat zowel de training over de methode als de methode zelf voorzien in een behoefte aan kennis over het adviseren van vrijwilligersorganisaties en hier praktische handvatten voor bieden.

Doel

De MOOI methodiek is een aanpak waarmee medewerkers van vrijwilligerscentrales of andere adviseurs vrijwilligersorganisaties en steunpunten vrijwilligerswerk kunnen adviseren. Het doel van deze ondersteuning is het bereiken van een gerichte verandering bij deze organisaties. Een verandering die ertoe leidt dat de organisatie in de toekomst zelf succesvoller kan opereren en kan omgaan met hedendaagse uitdagingen, zoals een beperkt aanbod van vrijwilligers.

Doelgroep

De methode is gericht op (lokale) vrijwilligersorganisaties.

Aanpak

De MOOI methodiek is opgedeeld in zes fasen.

Fase 1: Intake.
In deze fase gaat het enerzijds om het opbouwen van een relatie met de organisatie, anderzijds levert de intake de adviseur een beeld op van de organisatie en haar vraag.

Fase 2: Probleemanalyse.
In deze fase maakt de adviseur een analyse van het probleem.

Fase 3: Opstellen adviesplan.
In deze fase vertaalt de adviseur de probleemanalyse in een adviesplan, ofwel een strategie die leidt naar een oplossing.

Fase 4: Opstellen plan van aanpak en opdrachtbevestiging.
In het plan van aanpak staan de stappen naar het gekozen doel beschreven. Het plan bevat afspraken over onder andere doel, resultaat, begroting en adviseursrollen en kan tevens gezien worden als samenwerkingsovereenkomst.

Fase 5: Uitvoering.
Is er overeenstemming over de werkwijze en uit te voeren acties, dan start de uitvoering.

Fase 6: Evaluatie.
Na afsluiting van het adviestraject volgt de evaluatie van het resultaat, de stappen en leerpunten beschreven zoals die zijn besproken met de organisatie.

Ontwikkelaar
Stichting Welsaen/Vrijwilligerscentrale
Informatie via:
Britta Lassen
britta@mooi-methodiek.nl
06 11 05 39 26
www.mooi-methodiek.nl

Onderbouwing

De MOOI methodiek is bottom-up in de praktijk ontwikkeld. De theoretische basis die aan de methode ten grondslag ligt, bestaat uit onder meer gangbare literatuur over adviseren (Blok, 2001 in:(Lassen, 2008); Nathans, 2003 in:(Lassen, 2008)). Daarnaast is gebruik gemaakt van actuele sociaalwetenschappelijke kennis over vrijwilligers en kenmerken van vrijwilligersorganisaties. Hierbij gaat het om maatschappelijke ontwikkelingen, zoals ontkerkelijking en de invloed daarvan op de beschikbaarheid van vrijwilligers (Devilee, 2005) Daarnaast is ook een aantal kenmerken van vrijwilligersorganisaties debet aan hun verminderde aantrekkelijkheid voor vrijwilligers, bijvoorbeeld onvoldoende zakelijk, ondernemend en resultaatgericht (Terpstra, Smal, Berkelaar, & Berkelaar, 2007). Door de organisatie meer af te stemmen op eisen van hedendaagse vrijwilligers, kan zij weer aantrekkelijker worden voor vrijwilligers. De methode beoogt medewerkers van vrijwilligerscentrales zo toe te rusten, dat zij vrijwilligersorganisaties bij deze verandering kunnen ondersteunen.

Onderzoek

Over praktijkervaringen van de lokale vrijwilligersorganisaties met de MOOI methodiek is geen informatie gevonden. Wel bieden evaluatieformulieren van de training Effectief vrijwilligersorganisaties adviseren met de MOOI methodiek en een artikel gebaseerd op interviews met deelnemers aan deze training (Kuiper, 2009) enig inzicht in ervaringen. We kunnen er voorzichtig uit concluderen dat zowel de training over de methode als de methode zelf voorziet in een behoefte aan kennis over het adviseren van vrijwilligersorganisaties en hier praktische handvatten voor biedt.

Samenvatting werkzame elementen

  • De methode geeft handvatten om systematisch en doelgericht een adviestraject aan vrijwilligersorganisaties vorm te geven.
  • De methode is vraaggericht, sluit aan bij de dagelijkse praktijk en ondersteuningsbehoefte van vrijwilligersorganisaties en focust daarbij op het proces.
  • Verwachtingsmanagement neemt in de methode een centrale plek in: wat verwacht de vrijwilligersorganisatie van het traject, hoeveel tijd/energie is er voor beschikbaar, is het traject haalbaar. Er zijn regelmatig go/no go momenten.
  • De methode sluit aan bij maatschappelijke ontwikkelingen ten aanzien van vrijwilligerswerk en kennis van de wensen van hedendaagse vrijwilligers en stimuleert. vrijwilligersorganisaties daar beter op af te stemmen.
  • De methode stimuleert de adviseur om een bij de vrijwilligersorganisatie passende adviesrol te vervullen.
  • De methode besteedt veel aandacht aan de diagnose van de problematiek waardoor de vraag achter de vraag goed helder wordt en de adviseur een gedegen aanpak kan ontwikkelen.