Vrienden maken...kun je leren

1 augustus 2011

Doel van Vrienden maken...kun je leren is het voorkomen van depressie bij volwassenen met een klein sociaal netwerk. De cursus is gericht op het vergroten van sociale steun. In zes lessen en een terugkombijeenkomst verkennen deelnemers hun vriendschappen, werken zij aan zelfwaardering en maken ze een persoonlijk plan gericht op het aangaan en onderhouden van vriendschappen.

Methodebeschrijving-vrienden-maken-kun-je-leren.pdf 282.29 KB

In onderzoek naar praktijkervaringen geven de meeste deelnemers aan baat te hebben gehad bij de cursus. Uit twee effectonderzoeken blijkt dat de eenzaamheid van de deelnemers is afgenomen en het welbevinden en sociaal optimisme zijn toegenomen.

Doel

Het hoofddoel van de methode Vrienden maken... kun je leren is het bijdragen aan de preventie van depressie, door sociale steun te vergroten. Dat gebeurt concreet door met de deelnemers aan de volgende drie subdoelen te werken.

  • Zicht krijgen op eigen wensen en grenzen ten aanzien van vriendschap.
  • Realistische gedachten en verwachtingen ontwikkelen ten aanzien van vriendschap.
  • Een actieve houding ontwikkelen ten aanzien van vriendschap sluiten en onderhouden.

Doelgroep

Tot de doelgroep behoren volwassenen van alle leeftijden die:

  • kunnen en willen werken aan het verstevigen van vriendschap in hun leven
  • bereid en in staat zijn naar zichzelf te kijken en te leren
  • beschikken over een klein sociaal netwerk.

Aanpak

Vrienden maken... kun je leren is een cursus van zes wekelijkse lessen en een terugkombijeenkomst. Elke bijeenkomst start met een theoretische uitleg over de onderwerpen die in de sessie behandeld zullen worden. Vervolgens bespreken de deelnemers huiswerkopdrachten en voeren zij oefeningen uit en/ of spelen zij rollenspellen.

In de eerste sessies wordt gewerkt aan zowel het verkennen van de betekenis van vriendschap en de eigen vriendschapssituaties als aan het verstevigen van zelfwaardering en het verminderen van negatieve gedachten. Vervolgens komt er meer nadruk te liggen op het goed communiceren met anderen en jezelf profileren. Vanaf de vierde bijeenkomst werken de deelnemers aan een SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) geformuleerd persoonlijk plan van aanpak gericht op het aangaan en onderhouden van vriendschappen.

Uitvoerende organisaties

Momenteel biedt alleen het Nederlandse Rode Kruis de cursus aan, maar ook andere welzijnsorganisaties kunnen de cursus aanbieden. De cursus wordt momenteel in steden en soms ook in kleine kernen in heel het land gegeven.

Ontwikkelaar
Context Haaglanden (voorheen afdeling Preventie)
Parnassia Bavo Groep
Lies Nolden
070 391 81 91
www.context.nl

Onderzoek

Momenteel wordt de methode door het Nederlandse Rode Kruis in bijna heel het land aangeboden. Er maken nog geen andere organisaties gebruik van de methode. Er zijn geen onderzoeken of evaluaties beschikbaar naar de ervaringen van professionals met de methode. Er is één onderzoek beschikbaar naar de door de deelnemers ervaren effecten van de cursus. Het overgrote deel van de cursisten geeft aan baat te hebben bij de cursus (Meinema, 2009). De deelname heeft voor hen verschillende zaken opgeleverd. Sommigen vertellen dat zij meer realistische verwachtingen van vriendschap hebben ontwikkeld. Anderen vertellen dat zij beter hebben leren relativeren, assertiever zijn geworden en hun communicatieve vaardigheden hebben verbeterd. Ten slotte geven deelnemers aan dat zij veel over zichzelf en over hun huidige vriendschapssituatie hebben geleerd.

Naar de effectiviteit van de interventie zijn twee onderzoeken verricht. Het eerste onderzoek (Loretan, 2009) is een veranderingsonderzoek (E). De belangrijkste conclusie is dat zes maanden na de cursus de eenzaamheid van de deelnemers significant is afgenomen en dat er een significante toename in welbevinden onder hen heeft plaats gevonden. Daarbij zijn deelnemers met een positieve zelfperceptie van de eigen sociale mogelijkheden en/ of een bereidheid tot het actief uitbreiden of verdiepen van sociale contacten, significant minder eenzaam en ervaren zij meer welbevinden dan de overige deelnemers (zes maanden na de cursus). Ten slotte blijkt uit het onderzoek dat deelnemers van 50 jaar en ouder die geen positief zelfbeeld hebben van hun sociale mogelijkheden, niet profiteren van de cursus.

Het tweede onderzoek (Stevens, De Koning & Loretan, 2008) is ook een veranderingsonderzoek (E). De belangrijkste resultaten zijn dat de eenzaamheid onder de deelnemers sterk afneemt. De stemming van de respondenten verbetert significant, al zijn de veranderingen onder mensen van 50 jaar en ouder niet significant. In sociaal optimisme is bij elke meting een significante toename gevonden. Op het gebied van autonomie is alleen een significante toename aangetoond tussen de voormeting en de meting twee maanden na het einde van de cursus.

Samenvatting werkzame elementen

  • Preventie van depressie door het vergroten van sociale steun.
  • Het ontwikkelen van realistischere verwachtingen van vriendschappen, bijvoorbeeld via het tekenen van konvooicirkels van sociale contacten.
  • Het ontwikkelen van een assertieve en actiegerichte houding in het sluiten en onderhouden van vriendschappen, onder meer via het opstellen van een concreet plan van aanpak.
  • Uitgaan van de (potentiële) capaciteiten van de deelnemers, het werken aan een positieve zelfperceptie en het verbeteren van vaardigheden gericht op zelfregie.
  • Oefenen met communicatievaardigheden luisteren en vertellen.
  • Bewustwording van en relativering van de eigen problematiek door onderlinge herkenning tijdens de cursus.