Werk - een zorg minder!

1 februari 2010

De methode Werk: een zorg minder! heeft als doel het activeren van langdurig werklozen met een multiproblematiek. Het bezig zijn met werk in en vanuit een activeringscentrum staat centraal in de aanpak om de afstand van klanten tot de arbeidsmarkt te verkleinen en de zorgproblematiek aan te pakken.

Download de volledige methodebeschrijving

Methodebeschrijving-werk-een-zorg-minder.pdf 223.55 KB

De methode is het resultaat van twee jaar lang experimenteren in een viertal gemeenten. De praktijkervaringen zijn positief. De deelnemers zelf geven aan dat ze door deze vorm van activering op eigen tempo positief zijn veranderd op meerdere leefgebieden. Uit een effectmeting blijkt dat na afloop van het traject de overgrote meerderheid in een of andere vorm geactiveerd is, terwijl in de controlegroep het overgrote deel van de cliënten nog steeds in een rusttraject zitten.

Doel

Het doel van de methode Werk: een zorg minder! (WEZM!) is het activeren van langdurig werklozen met multiproblematiek door werk in te zetten als middel voor een sluitende aanpak tussen werk en zorg. Het bezig zijn met werk in en vanuit een activeringscentrum staat centraal in de aanpak om de afstand van de klanten tot de arbeidsmarkt te verkleinen en de zorgproblematiek aan te pakken.

Doelgroep

De doelgroep van de methode wordt gevormd door cliënten tussen de 16 en 55 jaar met psychosociale problemen, die een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben en nog geen ander re-integratietraject volgen.

Aanpak

De methode WEZM! kent twee fasen. De eerste draait om contact en motivatie. Het doel in deze fase is om deelnemers kennis te laten maken met activering en maatschappelijke participatie. De trajectbegeleider probeert contact en motivatie te bewerkstelligen door een relatie aan te gaan met de klant en diegene los te weken uit de thuissetting. Met behulp van de leefgebiedenmatrix en zorgconferenties wordt er een deelnemersanalyse gemaakt om probleemgebieden in kaart te brengen en het persoonlijk traject daarop af te stemmen. Vervolgens wordt de klant maatschappelijk nuttig werk aangeboden en wordt in deze werksetting verder verkend wat mogelijkheden en beperkingen. Deze fase duurt maximaal zes maanden. In de tweede fase wordt de klant volledig geactiveerd door participatie in de vorm van werk, het liefst lokaal. Zo wordt getracht de zorgproblematiek af te bouwen en het werken op te bouwen. De klant wordt op werkhouding en gedrag aangesproken en hierop begeleid. Dit wordt primair opgepakt door de trajectbegeleider die zal ondersteunen in het oplossen van problemen op verschillende leefgebieden. In deze fase worden het gedrag en de werkvaardigheden geanalyseerd door middel van de competentiescan. Aan de hand van deze uitkomsten wordt een ontwikkelingstraject opgesteld met als doel (regulier) werk en het in beweging houden van de klant waar nodig. Voor deze fase staat maximaal twee jaar.

Uitvoerende organisaties

Re-integratiebeleid valt binnen de gemeentelijke organisatie onder het beleidsdomein van de WWB. Re-integratie is altijd gericht op uitstroom naar regulier werk, maar omdat dit voor de doelgroep van WEZM! niet altijd haalbaar is, zijn bij onderzoek en toepassing van de methode ook de beleidsvelden van zorg en welzijn meegenomen.

Ontwikkelaar
WerkPro
Marita Schaaps
Struisvogelstraat 17a/b
Groningen
050 317 52 00
info@werkpro.nl

Onderzoek

De methode is in de pilotfase bij React Twente en de gemeenten Achtkarspelen, Rijssen-Holten, Hoogeveen en Hellendoorn toegepast op 56 deelnemers. De ervaringen zijn in een publicatie vastgelegd (Schaaps, 2007). De praktijkervaringen van de professionals met WEZM! en de daarmee behaalde resultaten lijken hoofdzakelijk positief. Het vergt veel energie en samenwerking, zeker in de beginfase, maar dat vertaalt zich vervolgens in deelname van een bestand mensen die anderszins weinig bereikt worden. Het bereiken en activeren van de doelgroep is een uitdaging. Met volharding is het zeker mogelijk en de uitkomsten worden als waardevol ervaren. Ook de ervaringen van de klanten die in het traject WEZM! zijn gestapt zijn veelal positief. De deelnemers geven aan dat ze erg groeien tijdens het traject. Deelnemers die voor het traject weinig lust hadden om dingen aan te pakken en weinig mogelijkheden zagen om weer aan de slag te kunnen of zich te bewegen in de maatschappij, geven aan dat ze door de praktijk van activering in hun eigen tempo positief zijn veranderd op verschillende leefgebieden. De begeleiders werden daarbij als belangrijke spil in het traject ervaren.

In het handboek wordt het resultaat weergegeven van een meting na afsluiting van het traject (Schaaps, 2007). De aantallen baseren zich op een onderzoek naar de groep die het traject WEZM! aangeboden kreeg en een even grote controlegroep die aan dezelfde criteria voldeed maar niet een dergelijk traject kreeg aangeboden (Van Veelen, 2007). Wat voornamelijk opvalt is dat uit de deelnemersgroep de ruime meerderheid in de een of andere vorm geactiveerd is en dat slechts vier mensen zich weer of nog in een rusttraject bevinden. De meesten continueren dus hun werk in de activerende dagbesteding, in vrijwilligerswerk of zelfs in een reguliere baan of opleiding. In de controlegroep daarentegen bevond het overgrote deel van de cliënten zich nog steeds in een rusttraject. Dit kan als een indicatie gezien worden dat de methode effectief is. Bij het onderzoek kwam eveneens naar voren dat WEZM! een positieve bijdrage heeft geleverd aan de discussie onder de beleidsmakers van de verschillende gemeenten over het beeld dat mensen in het rustbestand niet geactiveerd kunnen worden.

Samenvatting werkzame elementen

  • Het contact maken met en motiveren van mensen in een rusttraject die voorheen veelal als ‘onbereikbaar’ beschouwd werden.
  • Zorg en werk op elkaar laten aansluiten door het in kaart brengen van belemmeringen op diverse leefgebieden van de klant en het daarop afstemmen van het persoonlijke traject.
  • Het activeren van klanten door het bieden van maatschappelijk nuttig werk in eigen tempo.
  • Het werken aan empowerment van mensen via groepsbijeenkomsten en daarmee de regie over het eigen leven vergroten.
  • Het bepalen van concrete werkdoelen door een analyse van werkvaardigheden.
  • Het afbouwen van zorg door het opbouwen van werk voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt.