Hoe gaan de databanken te werk bij het erkennen van interventies?

nieuwsbericht - 21 juni 2016
 1013 keer gelezen

Verschillende media berichtten op 17 juni over de databank Effectieve Jeugdinterventies van het NJi en de wijze waarop interventies beoordeeld worden. Aanleiding was een artikel in De Psycholoog waarvoor onderzoek is gedaan naar de onafhankelijkheid van de studies waarop de beoordeling van deze interventies is gebaseerd. Hieronder een korte toelichting op hoe de kennisinstituten en hun databanken te werk gaan bij het erkennen van interventies. Een gezamenlijke reactie van Movisie, het RIVM Centrum Gezond Leven en Kenniscentrum Sport (voorheen NISB).

Transparantie

Elke bezoeker van de databank kan zien op welk onderzoek de erkenning van een interventie is gebaseerd. Een deel van het onderzoek waarop de beoordeling van de interventies is gebaseerd wordt uitgevoerd door bij de interventie betrokken personen. Die betrokkenheid hoeft de onafhankelijkheid van het onderzoek niet te hinderen. De onderzoeker moet zich immers houden aan de normen van de organisatie waar het onderzoek wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld de universiteit of een kennisinstituut. Wanneer er bij een onderzoek verbinding is tussen onderzoekers en bij de interventies betrokken personen moet dit volgens de databanken wel zoveel mogelijk transparant zijn. Daarover willen de databanken nog meer duidelijkheid geven.

Erkenningscommissie

Als een interventie door de ontwikkelaar wordt aangedragen voor erkenning wordt deze beoordeeld door een onafhankelijke (erkennings)commissie van wetenschappers en mensen uit de praktijk. Deze commissie is ook onafhankelijk van de betrokken instituten die het secretariaat van een databank voeren. De commissie bekijkt de onderzoeken aan de hand van door het samenwerkingsverband van kennisinstituten gemeenschappelijk vastgestelde criteria op inhoud. Daarbij betrekt de commissie het voorhanden zijnde (veelal peer reviewed) wetenschappelijke onderzoek. Commissieleden die als (mede)ontwikkelaar een verbinding hebben met de interventie dienen bij de bespreking en beoordeling de vergadering te verlaten.

De beoordeling van interventies biedt een impuls voor kwalitatieve doorontwikkeling van een interventie(programma). Onderzoek en testen zijn behulpzaam om het programma te verbeteren en verder te ontwikkelen.

Voor meer informatie over de interventiedatabase van Movisie, neem contact op met Peter Rensen.

Meer informatie