Ondersteuning van mensen met een psychische aandoening in de wijk

De gevolgen van de decentralisatie

Eén van de hoofdpunten van de transformaties in de GGZ en de Wmo is dat ondersteuning zo veel mogelijk in de leefomgeving moet plaatsvinden. Het is effectiever als steun daadwerkelijk aansluit bij de leefwereld: dichtbij en toegankelijk. Maar hoe doe je dat? En wie doet er wat? Wat kunnen professionals bijdragen aan de leefwereld? Er zijn in Nederland verschillende steunsystemen aanwezig met lokale verschillen in de inrichting en uitvoering van de professionele zorg en ondersteuning. Niet-professionele ondersteuning is ook nadrukkelijker aanwezig dan vóór de stelselherziening.

Uit onze inventarisatie blijkt dat het kwetsbaarproof zijn van voorzieningen van groot belang is. Een voorziening is kwetsbaarproof als er een cultuur is die andere groepen insluit naast de eigen groep. Iedereen is dan welkom. Dat kan met aandacht voor alle aanwezigen, een veilige sfeer, enthousiasme van de professional. En door niet te kijken naar wat mensen niet (meer) kunnen, maar naar wat ze wél kunnen en wat ze willen bijdragen. En door zelf contact te leggen met mensen die de weg in de wijk niet alleen kunnen vinden. Ook dat is een taak voor sociale professionals. Hoe sociale professionals daar aan kunnen werken en hoe GGZ-professionals kunnen bijdragen aan het lokale steunsysteem, werken we nu verder uit.

Sociale professionals

Sociaal werkers en wijkteams hebben contact in de wijk, zij kennen de wijk en de bewoners. Daarmee zijn ze op de juiste plek om mogelijkheden en sociale ruimte voor mensen met een psychische beperking te scheppen. De meeste sociale professionals hebben echter geen specifieke kennis van GGZ-problematiek. Dat hoeft ook niet. Zij zijn de aangewezen personen om te werken aan sociale ruimte. Sociale professionals kunnen zorgen voor de randvoorwaarden om deze mensen mee te laten doen.

Sociale ruimte

Sociale ruimte omvat enerzijds mogelijkheden in de omgeving om te ontmoeten, voor iedereen en makkelijk toegankelijk. Anderzijds omvat het ook de sfeer, de bereidheid en de mogelijkheid om contact te maken met anderen. Zodat er daadwerkelijk contact kan zijn tussen mensen met verschillende achtergronden en mensen zich niet uitgesloten voelen. Een voorbeeld hiervan is Wijk en Participatie in Amersfoort: www.wijkenpsychiatrie.nl.

 

Voor sociale professionals is er de uitdaging van de wijkgerichte aanpak: Wanneer treed ik op en wanneer niet? Durven professionals te ontzorgen, in letterlijke zin? Belangrijk is dat de sociale professional kan opschalen. Maar daarvoor is enige kennis over problematieken - zoals mogelijk bijbehorend gedrag - noodzakelijk én een goede afstemming met GGZ. In het lokale samenspel zijn de relaties en de (organisatie van de) communicatie belangrijk: hebben we elkaars telefoonnummer en weten we wie we moeten bellen indien nodig? De sociale professional probeert gestalte te geven aan ‘zo zwaar als het moet en zo licht als het kan’.

Uit ons onderzoek komt naar voren dat de sociale professional aan een vijftal aspecten aandacht moet geven bij het bieden van goede ondersteuning. Deze aspecten gelden waar relevant ook voor GGZ professionals. De aspecten zijn:

1. De eigen houding

Onvoorwaardelijke aandacht is de basis. Die aandacht is er dan ook voor de aanwezige (latente) behoeftes. Vaak gaat het om behoeftes die niet snel te realiseren zijn. Geduld en doorzettingsvermogen zijn nodig. Voor professionals betekent dat zij moeten werken vanuit de presentiebenadering (Baart, 2001): wees aanwezig en zie de hele mens. Een mens is meer dan zijn ziekte of aandoening. Het is van belang om goed te luisteren naar wijkbewoners, ongeacht of ze met een beperking of aandoening leven.

2. Kwartiermaken

Vanuit die houding gaat de sociale professional in de wijk kwartiermaken. Kwartiermaken is zorgen voor een verwelkomende omgeving. Het gaat om begrip kweken, ruimte maken waar iemand welkom is. In het buurthuis, bij een activiteit, in de straat, zodat mensen niet vreemd worden aangekeken.

3. Samenwerken in de wijk

Elke professional levert zijn eigen bijdrage. Mensen hebben vragen op allerlei levensgebieden. Daarom is het van belang dat de professional weet wie er welke steun levert en hoe de verschillende professies elkaar aanvullen. Daarbij gaat het om samenwerking rondom informele zorg in de breedste zin van het woord. Heb zicht op iemands netwerk. Zorg dat er rek – begrip voor onderhavige problematiek en voldoende veerkracht bij informele zorger(s) – is om mensen op te vangen. Daar kan een ondersteuner op letten en in sturen. Een onorthodoxe en laagdrempelige aanpak met geduld en doorzettingsvermogen is nodig voor sluitende ketenaanpak. Neem bijvoorbeeld met de politie dagelijks de E33-meldingen (‘incident verward persoon’) door. Stel daarbij de vraag: waar is ondersteuning nodig en van wie kan die het beste komen?

Het Zwitsers juridisch zakmes

Informatie delen tussen professionals kan lastig zijn in verband met het beroepsgeheim. Er zijn vier invalshoeken die professionals kunnen helpen om het delen van informatie bespreekbaar te maken:

  • Het zelfbeschikkingsrecht van mensen. Door ouders en jongeren goed te informeren kunnen zij zelf keuzes maken en meedenken. Dit recht is een behulpzame bril voor professionals om door te kijken.
  • Preventieve vroegsignalering. Informeren over tijdige (vroege) hulp kan later intensievere trajecten voorkomen.
  • Om zorgen te verifiëren is het van belang achter de voordeur te komen en niet af te wachten.
  • Professionals toerusten met een methodiek van informatie delen.

In principe geldt het uitgangspunt dat betrokkene toestemming moet geven voor het delen van informatie. Het Zwitsers zakmes, ontwikkeld door Jolanda van Boven, is een methodische ondersteuning bij de afweging om informatie te delen als de betrokkene hiervan niet op de hoogte is. Belangrijk uitgangspunt van de methode is het vastleggen van de informatie en het motiveren van beslissingen. Ook kan het zakmes gebruikt worden bij de afweging of de juiste maatregel wordt voorgesteld en om hierover in gesprek te gaan met de betrokkene en/of zijn familie. Meer informatie over het Zwitsers juridisch zakmes is te vinden op de website van koersvo.nl en veiligheidshuizen.nl.

 

4. Herstel

Herstel gaat over het leven oppakken. Vanuit de grenzen die bij een aandoening horen. Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld in contact met ervaringsgenoten. Denk aan deelname aan een zelfhulpgroep of bezoeken van een zelfregiecentra. Maar ook een cursus als HEE of Herstellen doe je zelf. Ook dit gaat over de behoefte van de persoon in kwestie. Wil hij of zij werken? Of bijvoorbeeld contact met anderen?

5. Oog voor preventie

Mensen waarvan bekend is dat ze een psychische beperking hebben, kunnen een terugval krijgen. Of een te hoge belasting ervaren. Daar alert op zijn is belangrijk, maar ook zorgen dat de belasting niet te hoog is. Door bijvoorbeeld te zorgen voor laagdrempelige steun, die de belasting tijdig kan verlagen.

GGZ-professionals

Naast de steun in het dagelijks leven aan individuen levert de GGZ een bijdrage aan het steunsysteem in de wijk. Zij beschikken over kennis van psychische aandoeningen en bijbehorende behandelingen. Daarmee bieden GGZ medewerkers expertise en een achterwacht voor de sociale professionals. Om dat te bewerkstelligen is een goede en duurzame samenwerking tussen GGZ en sociale professionals van belang. En moeten beide vormen van ondersteuning op elkaar aansluiten. Daarom is ook hier de houding van alle professionals belangrijk. En de gerichtheid op de behoefte van de betreffende persoon.

De samenwerking tussen GGZ en sociale professionals is geen doel op zich, maar een middel om mensen met een psychische aandoening te helpen. Het gaat uiteindelijk om de mensen die steun nodig hebben. Niet iedereen heeft een goed inzicht in de eigen problematiek. Dat kan betekenen dat mensen niet goed weten wat er gebeuren moet als ze de regie over hun eigen leven (tijdelijk) kwijt zijn. De GGZ moet het gesprek hierover aangaan, zowel met de persoon zelf alsook met de ondersteuners. Dus ook met de sociale professional. De sociale professional heeft kennis nodig wanneer op te schalen, om signalen van overbelasting en disbalans te herkennen. De sociale en GGZ-professional vullen elkaar aan. Zij hebben elkaar nodig om een goed steunsysteem te vormen.

Wat is bekend?

Passende ondersteuning is van belang om mensen met een psychische beperking te laten meedoen. Door de decentralisatie worden zorg en ondersteuning dichter bij huis georganiseerd en is afstemming tussen sociale en GGZ-professionals van belang. Zowel voor sociale professionals als GGZ begint goede afstemming met bewustwording van de behoefte van de inwoners en daar van uitgaan.

Wat is nieuw?

De contouren van passende ondersteuning zijn in beeld. Laagdrempeligheid en toegankelijkheid zijn kernelementen, evenals een gemêleerd ondersteuningsaanbod. Het kan gaan om fysieke plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en hulpvragen kunnen stellen en uitwisselen. De GGZ werkt hierbij samen met andere ondersteuners, met en zonder ervaring met GGZ-problematiek. De GGZ zorgt voor specialistische ondersteuning, de overige ondersteuners helpen op het sociale vlak.

Wat kun je er mee? 

De gemeente kan sturen in het proces van samenwerking. Door bijvoorbeeld een verwijzer aan te stellen die mensen adequaat doorverwijst. Maar ook door het samenspel op gang te brengen over het onderlinge gesprek en de afstemming. We pleiten ervoor dat de gemeente hierover in gesprek gaat met het wijkteam, sociale professionals en mensen met een psychische aandoening. De bedoeling is dat iedereen meetelt en meedoet. Mensen met en zonder beperkingen. In de inclusieve samenleving kijken we naar elkaar om, starten we bij de behoeften en leefwereld van mensen en werken sociale professionals en GGZ gezamenlijk aan wijkgerichte, integrale en persoonlijke zorg en ondersteuning.

 

Dit artikel verscheen eerder in het tijdschrift 'Kwaliteit en veiligheid in zorg'.