PERSBERICHT - Samenwerking zorg en welzijn bij aanpak eenzaamheid moet beter

persbericht - 3 maart 2016

Beroepskrachten en vrijwilligers uit de sociale sector krijgen steeds meer te maken met eenzaamheidsproblematiek. Dit blijkt uit de nieuwe frontliniepeiling ‘De aanpak van eenzaamheid. Wat vindt u?’ van Movisie. De helft van de ondervraagden wordt jaarlijks meer dan twintig keer geconfronteerd met eenzaamheid. Negentig procent vindt de samenwerking tussen sociale- en zorgprofessionals bij de aanpak onmisbaar. Driekwart van alle ondervraagden stelt dat deze samenwerking beter kan.

Een meerderheid van de 272 ondervraagden verwacht dat het aantal mensen dat eenzaamheid ervaart toeneemt. Volgens hen ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de oplossing bij de burger zelf, maar zijn de samenleving en organisaties wel medeverantwoordelijk. Want lang niet iedereen die eenzaam is of in een sociaal isolement verkeert is zelfstandig in staat dit te veranderen. Kwetsbare burgers hebben ondersteuning dus hard nodig.

Samenwerking belangrijke voorwaarde

Respondenten geven aan dat zij de noodzaak tot samenwerking nu echt duidelijk zien in hun werk. Om dit probleem goed aan te pakken is integrale, lokale samenwerking een voorwaarde. 90% vindt de samenwerking tussen sociale- en zorgprofessionals onmisbaar, maar slechts 14% stelt dat die nu goed is. Zelfs 76% stelt dat die beter kan. De samenwerking tussen sociale professionals, vrijwilligers en mantelzorgers is volgens 50% van de respondenten wel (heel) goed.

Laagdrempelige ondersteuning

Tweede belangrijke voorwaarde in de aanpak van eenzaamheid is een duidelijk en laagdrempelig meldpunt voor sociale problematiek, waar zowel professionals, vrijwilligers als burgers terecht kunnen. Uit de peiling blijkt dat 40% aangeeft dat de huidige ondersteuning laagdrempelig te vinden is. Bijna 30% zegt dat dit niet het geval is. Bovendien betekent de aanwezigheid van laagdrempelige ondersteuning nog niet direct dat men ook hulp zoekt.

In ontwikkeling

In de rapportage komt duidelijk naar voren dat het sociaal domein in ontwikkeling is. Veel respondenten merken wel een verschuiving door de komst van sociale (wijk)teams, maar zien nog niet altijd dat deze vruchten afwerpt. Daarin zijn ook lokale verschillen zichtbaar. Sommige respondenten zien dat in zijn of haar gemeente het wijkteam wel verbindingen kan leggen, en anderen zijn daar minder van overtuigd.