De LENS Methode

praktijkvoorbeeld - 30 april 2015
 

Doel
Het LENS-onderzoek moet leiden tot een toekomstperspectief dat aansluit op de potenties en capaciteiten van het dorp en zijn bewoners. Het resultaat van de LENS-methode kan een opmaat zijn naar een dorpsontwikkelingsplan

Visie
De LENS-methode is een vorm van onderzoek waarin ervaringsdeskundigheid van burgers het uitgangspunt is met betrekking tot de vragen hoe beoordelen bewoners hun leefomgeving en de mogelijkheden om naar wens te wonen en hoe kunnen problemen of knelpunten in de leefomgeving worden verminderd of opgeheven en welke mogelijkheden heeft het dorp om dit zelf voor elkaar te krijgen?

Aanpak
In een LENS-onderzoek is de bewoner de ervaringsdeskundige. Het gaat hierbij niet zozeer om het verklaren van een bepaalde problematiek of om de vraag welke oplossingen denkbaar zijn. In een LENS-onderzoek nemen bewoners deel aan de volgende drie vraag- en antwoordronden, gevolgd door een afrondingsfase.

1. Inventarisatiefase
De eerste ronde is gericht op het inventariseren wat er aan de hand is en het bedenken van alternatieven. Hierbij wordt een bronnenstudie uitgevoerd, een panel geformeerd en geraadpleegd aan de hand van een standaard vragenlijst en er worden deskundigeninterviews afgenomen.

2. Afwegingsfase
In de tweede ronde reageren de bewoners in groepsdiscussies op elkaars ideeën en denken verder na over oplossingen. Er volgt een tussenverslag.

3. Constructiefase
In de derde ronde volgen opnieuw groepsdiscussies, waarna de onderzoeker-procesbegeleider de ideeën voor oplossingen in maatregelen/toekomstscenario’s vertaalt.

4.Afronding
In de afrondende fase staan kennisoverdracht en implementatie centraal. Er wordt een onderzoeksrapport opgesteld en bevindingen worden gepresenteerd aan alle stakeholders. Er worden beslissingen genomen over vervolgactiviteiten.

Organisatiestructuur dorp centraal
Met de LENS-methode wordt niet per definitie aangesloten bij de organisatiestructuur van het dorp zelf (bijvoorbeeld een dorpsraad met werkgroepen). In theorie kan het zelfs gebeuren dat de dorpsbelangenorganisatie buitenspel wordt gezet (Van den Boogaard 2000). Er wordt naast de bestaande overlegstructuur van het dorp een nieuwe structuur opgericht, namelijk een stuurgroep en een panel dat bestaat uit een doorsnede van dorpsbewoners gebaseerd op ‘probleemrepresentativiteit’. Buiten deze twee overlegvormen om worden bewoners niet in de planvorming betrokken. Er vindt dus geen dorpsbrede consultatie plaats, bewoners worden alleen achteraf geïnformeerd over het uiteindelijke plan.

Looptijd en aantal participanten
Een LENS-onderzoek loopt ongeveer een jaar, met een intensieve periode van een half jaar. Er wordt gewerkt met een groep van vijftig tot honderd dorpsbewoners.

Ontwikkelaar
Fransien Attema, zelfstandig gevestigd onderzoeker
T 0570 613 648 of  M 06 502 467 23
E aenw.deventer@planet.nl

Materiaal
F. Attema (1991) De LENS-methode: handleiding voor toekomstanalyse van wijk en dorp. Deventer: Weson.
F. Attema (1993) Feiten en cijfers: achtergrondmateriaal bij een toekomstgericht leefbaarheids-onderzoek met de LENS-methode in Barchem, Exel en Laren. Deventer: Attema en Van de Wetering.

Onderzoek
R. van den Boogaard (2000) PALED-methode geeft kleine kernen meer kleur! Evaluatie van een interactieve planvormingsmethode toegepast op dorpsniveau. Wageningen: Wetenschapswinkel Universiteit van Wageningen. In dit rapport is ook aandacht voor de toepassing van de LENS-methode.