Hoe ondersteun je regenboogouderen?

Lhbtiqa+ ouderen, ook wel regenboogouderen genoemd, zijn opgegroeid in een tijd waarin seksuele, gender- en seksediversiteit minder geaccepteerd was. Schaamte komt nog veel voor onder deze ouderen. Soms gaan zij als ze aangewezen zijn op zorg, opnieuw de kast in. Hoe kun je deze ouderen zo goed mogelijk ondersteunen?

In deze korte brochure staan feiten en tips voor iedereen die werkt met regenboogouderen.

Wist je bijvoorbeeld dat:

  • Er in Nederland meer dan 400.000 regenboogouderen zijn?
  • Regenboogouderen minder vaak op steun van familie kunnen rekenen?
  • Veel regenboogouderen eenzaamheid ervaren omdat zij zich niet herkennen in reguliere ouderenactiviteiten?
  • Inmiddels meer dan 120 organisaties een Roze Lopercertificaat hebben voor lhbtiqa+ vriendelijke zorg?

Hoe ondersteun je regenboogouderen? is onderdeel van een serie korte publicaties met handvatten en tips om verschillende groepen binnen de lhbtiqa+ gemeenschap te ondersteunen. Download hier de brochure over het ondersteunen van lhbtiqa+ jongeren.

Wat je beter niet kunt doen

Ga er niet vanuit dat regenboogouderen zich automatisch welkom en veilig voelen en dat zij dezelfde behoeften hebben als andere ouderen. Hun specifieke leefstijl en wensen worden dan niet onderkend. Voor veel lhbtiqa+ personen is het ondersteunen van hun identiteit, eigenheid en zelfgevoel belangrijk. Realiseer je wel dat niet iedere regenboogoudere de behoefte heeft om het over diens lhbtiqa+ identiteit te hebben. Maak het onderwerp bespreekbaar, maar geef ook de ruimte om het er niet over te hebben. Volg daarin de oudere.

Gebruik ook foto’s van twee mannen, twee vrouwen of transgender ouderen in communicatiemateriaal.

Wat kun je wel doen?

Vraag altijd op neutrale wijze naar iemands (mogelijke) relatie of partner. Vraag niet ‘Bent u getrouwd (geweest)?’ of ‘Wie was uw man c.q. vrouw?’. Maar vraag ‘Wie is/was uw partner?’ of ‘Wie is/was/zijn de belangrijkste persoon/personen in uw leven?’ Laat verder in je communicatie zien dat de organisatie een veilige plek wil zijn voor iedereen. Gebruik bijvoorbeeld ook foto’s van twee mannen, twee vrouwen of transgender ouderen in communicatiemateriaal.

Signaleer onaangename of onveilige situaties van lhbtiqa+ personen in je organisatie of wijk. Wees alert op grappen en schakel zo nodig bij onveiligheid deskundigheid in. En ken mogelijke risico’s voor regenboogouderen. Er is bij hen meer kans op depressiviteit, psychische problemen, eenzaamheid en middelengebruik.

Om seksuele, sekse- en genderdiversiteit bespreekbaar te maken en kennis te vergroten kun je een voorlichtings- of dialoogbijeenkomst organiseren of een Roze 50+ ambassadeur of (COC-)voorlichter uitnodigen. Leer dan ook het lokale of regionale netwerk kennen (Roze salons, COC-afdelingen, Roze 50+ ambassadeurs, organisaties voor transgender personen en lokale welzijnsorganisaties).

Lees meer tips in onderstaande brochure, of download deze hier.

Wat betekent lhbtiqa+?

  • Lesbische personen: vrouwen en non-binaire personen die zich aangetrokken voelen, seksueel en/of romantisch, tot vrouwen.
  • Homoseksuele personen: mannen en non-binaire personen die zich aangetrokken voelen, seksueel en/of romantisch, tot mannen.
  • Bi+ personen: de overkoepelende term voor alle mensen met een seksuele oriëntatie gericht op meer dan één gender.  Een deel van deze mensen noemt zichzelf biseksueel, bi+, pan, queer of fluïde.
  • Aseksuele personen: iemand die aseksueel is ervaart geen of weinig seksuele aantrekking naar andere personen.
  • Queer personen: mensen die zich niet kunnen vinden in de gebruikelijke, vaststaande (binaire) kaders en hokjes voor gender en/of seksuele oriëntatie, of deze kaders afwijzen.
  • Transgender personen: personen bij wie de genderidentiteit niet (volledig) overeenkomt met het geslacht dat bij de geboorte werd toegewezen. Transgender personen kunnen man, vrouw, of non-binair zijn, of een andere genderidentiteit hebben.
  • Non-binaire personen: mensen die zich als non-binair identificeren voelen zich thuis bij een genderidentiteit buiten de (binaire) categorieën man en vrouw.
  • Intersekse personen: mensen die zijn geboren met een lichaam dat niet overeenkomt met het beeld dat de meeste mensen hebben van man of vrouw. Intersekse gaat niet over seksuele oriëntatie of genderidentiteit. Intersekse personen hebben variaties in geslachtskenmerken, hormoonbalans of chromosomen.
  • Cisgender personen: mensen die zich identificeren met het geslacht dat hen bij de geboorte is toegewezen.
  • Heteroseksuele personen: mensen die zich romantisch en/of seksueel aangetrokken voelen tot personen van het ‘tegenovergestelde (binaire) gender’, zoals vrouwen die zich aangetrokken voelen tot mannen en mannen die zich aangetrokken voelen tot vrouwen.

Foto: Rinske Bijl