Hoe ondersteun je transgender en genderdiverse personen?
Transgender en genderdiverse personen hebben vaker dan gemiddeld te maken met geweld, discriminatie en eenzaamheid. Daardoor zijn ze vaak gewend aan overleven en beschikken daardoor over veel veerkracht. Het is voor sociaal professionals en vrijwilligers belangrijk om sensitief te zijn naar hun behoeften en ervaringen.
In deze brochure geven we advies en tips om transgender en genderdiverse personen effectief te ondersteunen.
Hoe ondersteun je transgender en genderdiverse personen? is onderdeel van een serie korte publicaties met handvatten en tips om verschillende groepen binnen de lhbtiqa+ gemeenschap te ondersteunen. Download hier de brochure over het ondersteunen van lhbtiqa+ jongeren en hier die over het ondersteunen van lhbtiqa+ ouderen.
Wist je bijvoorbeeld dat:
- transgender of genderdivers zijn niks zegt over iemands seksuele of romantische oriëntatie? Iemand kan homo, hetero, bi+, queer, aseksueel of aromantisch zijn, of een andere seksuele of romantische oriëntatie hebben.
- veel transgender personen contact met eerstelijnszorgverleners mijden als gevolg van moeizame communicatie over hun transgender zijn?
- iemands aanspreekvormen niet overeen hoeven te komen met diens genderidentiteit of -expressie?
- verschillende culturen verschillende beschrijvingen kennen van genderdiverse mensen? Termen als ‘transgender’ en ‘non-binair’ voelen niet voor iedereen passend.
Transgender en genderdivers
Transgender is een parapluterm voor iedereen die zich niet, of deels niet, identificeert met het geslacht dat bij de geboorte is toegewezen. Dit kan gaan om een transgender vrouw of man, maar ook om een non-binair persoon. We gebruiken de term genderdivers voor iedereen die niet cisgender is, maar zichzelf ook niet transgender wil noemen. Vaak voelt die persoon zich meer thuis bij een non-binaire genderidentiteit zoals genderfluïde of genderqueer. Sommige van deze mensen willen zichzelf liever helemaal geen label geven.
Wat je beter niet kunt doen
Vermijd aannames over genderstereotypen en doe geen aannames over uiterlijke kenmerken en genderexpressie. Wees je ook bewust van jouw rol: het is niet jouw taak om genderincongruentie (een verschil tussen het geslacht dat bij de geboorte is toegewezen en de genderidentiteit) vast te stellen. Stel geen vragen over de oude naam of het geslacht dat werd toegewezen bij de geboorte.
Door jezelf te introduceren met je voornaamwoorden schep je een veilige omgeving voor transgender en genderdiverse personen om het onderwerp aan te snijden.
Lees meer over (genderneutrale) voornaamwoorden
Wil je oefenen met het gebruik van voornaamwoorden? Dat kan met de online oefentool Pro-Now en natuurlijk ook in gesprekken met of over iemand die genderneutrale voornaamwoorden heeft.
‘Ga in de eerste plaats uit van wat iemand zelf zegt.’
Wat kun je wel doen?
Stel open, neutrale vragen, zoals: ‘Hoe zie jij jezelf nu en hoe zie jij jezelf over een x aantal jaar?’, ‘Hoe wil je dat anderen jou zien?’, ‘Wie zijn jouw rolmodellen?’ En leg de regie bij de persoon zelf. Juist bij transgender personen, bij wie de zelfregie vaak beperkt wordt, is dit extra belangrijk. Je gesprekspartner mag vertellen en vragen stellen zoals die wil. Ook geen antwoord geven mag. Ga in de eerste plaats uit van wat iemand zelf zegt: ga dus uit van zelfbeschikking.
Lees meer tips in onderstaande brochure, of download deze hier.
Wat betekent lhbtiqa+?
- Lesbische personen: vrouwen en non-binaire personen die zich aangetrokken voelen, seksueel en/of romantisch, tot vrouwen.
- Homoseksuele personen: mannen en non-binaire personen die zich aangetrokken voelen, seksueel en/of romantisch, tot mannen.
- Bi+ personen: de overkoepelende term voor alle mensen met een seksuele oriëntatie gericht op meer dan één gender. Een deel van deze mensen noemt zichzelf biseksueel, bi+, pan, queer of fluïde.
- Aseksuele personen: iemand die aseksueel is ervaart geen of weinig seksuele aantrekking naar andere personen.
- Queer personen: mensen die zich niet kunnen vinden in de gebruikelijke, vaststaande (binaire) kaders en hokjes voor gender en/of seksuele oriëntatie, of deze kaders afwijzen.
- Transgender personen: personen bij wie de genderidentiteit niet (volledig) overeenkomt met het geslacht dat bij de geboorte werd toegewezen. Transgender personen kunnen man, vrouw, of non-binair zijn, of een andere genderidentiteit hebben.
- Non-binaire personen: mensen die zich als non-binair identificeren voelen zich thuis bij een genderidentiteit buiten de (binaire) categorieën man en vrouw.
- Intersekse personen: mensen die zijn geboren met een lichaam dat niet overeenkomt met het beeld dat de meeste mensen hebben van man of vrouw. Intersekse gaat niet over seksuele oriëntatie of genderidentiteit. Intersekse personen hebben variaties in geslachtskenmerken, hormoonbalans of chromosomen.
- Cisgender personen: mensen die zich identificeren met het geslacht dat hen bij de geboorte is toegewezen.
- Heteroseksuele personen: mensen die zich romantisch en/of seksueel aangetrokken voelen tot personen van het ‘tegenovergestelde (binaire) gender’, zoals vrouwen die zich aangetrokken voelen tot mannen en mannen die zich aangetrokken voelen tot vrouwen.