Wat werkt bij het stimuleren van vrijwillige inzet en actief burgerschap?

8 juni 2022

Hoe kunnen burgerinitiatieven en vrijwilligersorganisaties mensen stimuleren om zich als vrijwilliger of actief burger in te zetten? Drie factoren zijn hierbij van belang: capaciteit (kunnen), motivatie (willen) en mogen (gevraagd worden). Dit blijkt uit een onderzoek van Movisie waarbij de wetenschappelijke literatuur is geraadpleegd en een groep experts op het thema vrijwillige inzet en actief burgerschap is bevraagd. De resultaten zijn te vinden in een nieuw Wat werkt bij-dossier en bijbehorende infographic.

Er is een toenemend beroep op de inzet van burgers als aanvulling op welzijn, bestuur en (formele en informele) zorg in verband met allerlei maatschappelijke vraagstukken zoals polarisatie, eenzaamheid, schuldenproblematiek of de energietransitie. Voor gemeenten, burgerinitiatieven en vrijwilligersorganisaties is het tegelijkertijd een uitdaging om de vrijwillige energie van mensen te stimuleren en vast te houden.

Download het Wat werkt bij-dossier

Kunnen, willen en mogen

De drie factoren: capaciteit, motivatie en invitatie, spelen een belangrijke rol bij de vraag waarom mensen besluiten zich wel of niet vrijwillig in te zetten voor een ander of voor de samenleving in het algemeen. Ze worden ook wel aangeduid als: kunnen, willen en mogen (Van de Wijdeven et al, 2013). De werkzame elementen die vrijwilligersorganisaties en burgerinitiatieven kunnen inzetten om vrijwillige inzet en actief burgerschap succesvol, duurzaam en op een inclusieve wijze te bevorderen, sluiten bij de drie factoren aan. 

Download de infographic

Kunnen

Het is belangrijk om rekening te houden met de motivatie van personen en te beseffen dat bekwaamheid en beschikbaarheid niet vaststaan. 

  • Sluit aan bij kenmerken, vaardigheden en wensen van vrijwilligers.
  • Versterk kennis, vaardigheden en zelfvertrouwen van vrijwilligers. Het ontwikkelen van competenties zorgt voor erkenning, bevordert motivatie om aan de slag te gaan als vrijwilliger en verhoogt de kwaliteit van vrijwillige inzet. 
  • Creëer mogelijkheden voor flexibele en tijdelijke inzet.
  • Benut digitale middelen en social media. De digitalisering van vrijwilligerswerk maakt het mobiliseren en werven van vrijwilligers efficiënter en toegankelijker om te organiseren.

Willen

De bereidheid, ofwel motivatie, van mensen verschilt. Houd hier rekening mee en zorg voor maatwerk. 

  • Sluit aan bij de intrinsieke motivatie door mensen op hun passie aan te spreken.
  • Stimuleer het gevoel van competentie en bied ontwikkelingsmogelijkheden. Vrijwilligers en actieve burgers zijn meer tevreden (1) als zij training, ondersteuning en erkenning ervaren vanuit de organisatie, (2) wanneer een goede screening en matching plaatsvindt en (3) wanneer er haalbare doelen en uitdagingen zijn.
  • Stimuleer verbondenheid en zingeving. Dit kan door het stimuleren van sociale relaties, iets voor de ander te betekenen, waardering te ontvangen en een gedeelde (groeps)identiteit.

Mogen

Bij het vinden en binden van vrijwilligers is het belangrijk om na te gaan of personen of bevolkingsgroepen zich uitgenodigd en welkom voelen. 

  • Werf via bestaande vrijwilligers en benader mensen persoonlijk.
  • Bied een aantrekkelijk en divers aanbod. Op uitnodigende wijze worden diverse personen of bevolkingsgroepen aangesproken om actief te worden.
  • Zorg voor inclusief vrijwilligerswerk. Er wordt dan een meer diverse groep personen bereikt, meer mensen voelen zich op hun plek binnen de organisatie, en er is meer dynamiek en creativiteit.
  • Werf via sleutelfiguren. 
  • Streef ernaar een inclusieve organisatie met een actief (diversiteits)beleid te zijn. Hierdoor voelen nieuwe vrijwilligers zich welkom en gezien.

Modellen voor methodisch werken aan vrijwillige inzet

Er bestaan een aantal methoden die geschikt zijn om de vrijwillige inzet en actief burgerschap (op maat) te stimuleren en te ondersteunen: het ACTIE-model, de ABCD-methode en het ACLR-model. Deze kunnen worden ingezet door professionals werkzaam in het sociaal domein of bij de overheid. De professionals bepalen, in de praktijk, welke van de methoden het meest geschikt is voor doelen en doelgroep waarvoor zij dan werken.