Hoe werken wijkverpleegkundigen samen met het sociale domein

Wat zijn de voor- en nadelen van de verschillende samenwerkingsvormen?

publicatie - oktober 2015

Hoe kan de verpleegkundige zorg het best georganiseerd worden in de wijk?: in het wijkteam, in de buurt van het wijkteam, los van het wijkteam of in een netwerk als er geen wijkteam is.
In deze publicatie staan de ervaringen van 32 thuiszorgaanbieders over de samenwerking tussen wijkverpleegkundigen en het sociale domein. De ervaringen geven gemeenten en zorgverzekeraars zicht op de ervaringen vanuit de praktijk. Thuiszorgaanbieders krijgen zicht op voor- en nadelen van verschillende samenwerkingsvormen.

Onder wijkverpleegkundige zorg vallen naast de toewijsbare zorgtaken ook coördinerende en signalerende activiteiten die niet aan één specifieke cliënt te koppelen zijn. Deze activiteiten kunnen een impuls geven aan de verbinding tussen het medische en sociale domein. Het gaat om de beschikbaarheidsfunctie van de wijkverpleegkundige in de wijk. Dit is de zogenaamde ‘niet-toewijsbare zorg’. Bijvoorbeeld bij iemand langs gaan die nog niet in zorg is (o.a. zorgmijders) naar aanleiding van een signaal van de gemeente. De  wijkverpleegkundige signaleert dan wat er aan de hand is en verwijst indien nodig door naar zorg of naar welzijn/ondersteuning. Ook wordt hiermee geregeld dat de wijkverpleegkundige een relatie heeft met de sociale wijkteams, om samenhang tussen zorg en ondersteuning te borgen.

Goede samenwerking in de wijk maakt het mogelijk het sociale domein (o.a. welzijnswerkers, wijkagenten, jeugdzorg, vrijwilligers, onderwijs) en het medische domein (o.a. ziekenhuizen, huisartspraktijken, thuiszorg) met elkaar te verbinden. De wijkverpleegkundige kan hierin een spilfunctie vervullen.

 

Uitgever:Vilans
Jaar van uitgave:oktober 2015
Aantal pagina's:16