Wondervraag

tools - 7 augustus 2006

Een wondervraag stimuleert het zelfoplossend vermogen van de cliënt. De wondervraag laat de cliënt buiten de eigen kaders denken en biedt daardoor ruimte aan oplossingen.

Het stellen van de wondervraag is heel eenvoudig. Als coach of begeleider vraag je de cliënt om in detail te beschrijven hoe zijn situatie zou zijn als een wonder zou hebben plaatst gevonden en het probleem dat hij nu heeft zou zijn opgelost. De kracht van de vraag is dat je de aandacht van de cliënt heel snel verschuift van het probleem naar de gewenste toekomst. Het antwoord op die vraag biedt je de mogelijkheid om door te vragen welke belemmeringen er overwonnen dienen te worden om tot deze situatie te komen.
Het effect van de wondervraag is dat alle ideeën over de oplossing van de cliënt zelf komen en gebaseerd zijn op diens vroegere ervaringen. Dan geef je de cliënt eigen regie over de oplossing.

Eigenaar van de oplossing

Het beantwoorden van de wondervraag helpt de cliënt beseffen dat ze goede ideeën hebben voor de veranderingen die ze in hun leven willen realiseren. Het zich gaan voorstellen van de details van het wonder levert de cliënt praktische informatie op over hoe ze positieve wijzigingen op gang kunnen brengen.

Wanneer en hoe gebruik je de wondervraag?

Om een beeld te geven hoe de wondervraag in de praktijk kan werken beschrijven we hieronder twee voorbeelden:

Tijd voor jezelf
Mevrouw Said vertelt over hoe lastig het is om tijd voor zichzelf te maken: de kinderen vragen veel aandacht. Haar moeder is ziek en zij verzorgt haar moeder. Haar man is veel afwezig en zij heeft het gevoel dat ze er alleen voor staat. Iedere keer als je met haar haar problemen bespreekt en mogelijke oplossingen onderzoekt dan zegt zij: 'Ja, maar…'. En dan komen de argumenten dat er niet veel mogelijk is. Je merkt dat je dat goed kan voorstellen van mevrouw Said. Als begeleider weet je niet meer hoe dit gesprek anders te krijgen en dat je het op gaat geven.

Je zegt tegen haar: Stel nu dat je morgenochtend wakker wordt en al je problemen zijn opgelost. Wat is dan het eerste wat je merkt?
Zij zegt: 'Het is rustig in huis en ik voel mij niet moe, maar vol energie!'
Je gaat met haar verder op wat er nog meer veranderd is en wat maakt dat het veranderd is.

Het gevolg is dat je het minder over de problemen hebt en meer over mogelijke perspectieven. Jij bedenkt niet de oplossingen, maar mevrouw Said.

Rondkomen
Henk vertelt dat hij niet rondkomt met het leefgeld en zich vooral veel zorgen maakt en tot weinig komt. Je vraagt aan hem: stel dat ik een toverstokje had en met één slag van mijn stokje jouw problemen op zou lossen. Wat is er dan veranderd, wat zie ik aan jou dat de problemen opgelost zijn?
Henk vertelt dat hij nieuwe kleren aan zou hebben, met zijn kinderen op weg naar De Efteling. Hij zou zich geen zorgen maakt over of hij de friet en de ijsjes kon betalen.
Je gaat met hem verder door spreken over wat de betekenis is van deze veranderingen en wat de eerste stappen zijn om binnen zijn mogelijkheden iets te realiseren van de veranderingen.

De kunst van het vragen

De wondervraag stellen is vooral de kunst van het vragen stellen: hulpverleners en begeleiders zijn gewend om niet alleen een vraag te stellen, maar ook om het antwoord al te weten. Met behulp van de wondervraag/tovervraag/supermanvraag (er zijn veel variaties te bedenken) ben je in staat om te onderzoeken wat mogelijke richtingen zijn die meer op de oplossing gericht zijn en minder op het probleem. Met name bij mensen die zich uitsluitend en vooral op het probleem richten kan dit ‘lucht’ geven. Daarnaast is het een manier om de regie van de richting waarin gezocht kan worden in handen van de client/burger te laten. Jij gaat mee in het verhaal en het idee van de client en niet andersom.

Wanneer kan ik de wondervraag gebruiken?

In elke coachingsituatie waarin je de cliënt wil stimuleren om zelf een gewenste toekomstige situatie te schetsen en er naar toe te werken. De cliënt leert het meest van de wondervraag als de cliënt ook inzicht krijgt in wat hem belemmert om tot handelen te komen. Daarbij is ookvan belang dat je als begeleider de cliënt leert en stimuleert hoe hij zelf aan de slag kan gaan.

Meer informatie

Over de oplossingsgerichte benadering
Over Insoo Kim Berg

Ontwikkelaar

Insoo Kim Berg
Uitgewerkt door P. Jackson en M. McKergow in het boek: Oplossingsgericht denken. Zaltbommel: Thema, 2002.

Zoekt u meer hulpmiddelen om in de dagelijkse hulpverleningspraktijk te werken aan het empoweren van cliënten? Bekijk dan ook de toolkit laagdrempelige hulpverlening.
Of zoekt u een overzicht van te gebruiken methoden en instrumenten om de eigen regie van de cliënt te bevorderen? Bekijk dan ook de Inventarisatie methoden en instrumenten zelfregie.