Armoede door corona: ‘Durf hulp te vragen’

1 juli 2020

Door de coronacrisis en de financiële crisis die daarop volgt, is de verwachting dat er een nieuwe groep mensen ontstaat die met armoede te maken krijgen. Wat maakt deze nieuwe groep anders dan de groepen met wie sociaal professionals gewend zijn te werken? Wat kunnen de overheid, gemeenten en sociaal professionals doen ter ondersteuning van deze nieuwe groep? Movisie ging daarover in gesprek met Roeland van Geuns, lector armoede interventies aan de Hogeschool van Amsterdam.

Welke ‘nieuwe armen’ ontstaan er volgens jou door de coronacrisis?

‘We verwachten misschien dat er heel nieuwe groepen zullen ontstaan, maar het blijkt dat het eigenlijk niet zo anders is dan altijd in moeilijke tijden: vooral de ‘bekende kwetsbaren’ worden getroffen, dus jongeren, horecapersoneel en iedereen die afhankelijk is van een flexibele of tijdelijke arbeidsmarktpositie. Onzekerheid maakt dat bedrijven voorzichtiger worden en er een zeer ruime arbeidsmarkt ontstaat. Ook neemt het consumentenvertrouwen af. Als eind september de steunmaatregelen stoppen voor deze kwetsbare groepen zal het effect pas echt merkbaar worden. Natuurlijk zijn er door deze crisis ook wel nieuwe groepen en de eerste die zichtbaar is, is de groep in de ‘creative industry’ en dan met name de cultuursector. De creatieve zzp’ers in deze sector en de omringende sectoren zoals de evenementenbranche. De internationale handel ligt ook stil: de groothandel wordt heel zwaar getroffen. De gevolgen kunnen we nu nog niet overzien, maar zelfs in de optimistische scenario’s zullen we op 600.000 werklozen uitkomen. Het wordt minstens net zo zwaar als in de crisis van 2008-2012, maar dan veel sneller.’

Wat maakt deze nieuwe groep anders dan de groepen met wie sociaal professionals gewend zijn te werken?

‘Het hangt ervan af in hoeverre coronaprotocollen ruimte geven om mensen op te zoeken. In de ggz-sector is meteen gezegd dat er geen verbod op face-to-face contact was, maar toch is er veel minder fysiek contact geweest. Het vertrouwen van nieuwe aanmelders is wellicht beperkter omdat het een online proces is. We zien in ieder geval een terugloop in het aantal nieuwe klanten bij de schuldhulpverlening.

Afhankelijk of het virus weer opspeelt, zal het contact geleidelijk aan herstellen. De groepen mensen die al eerder een beroep op hulp moesten doen, weten uit ervaring waar ze moeten zijn. Voor de nieuwe groep is dit lastiger.

Het acute karakter van de crisis zorgt ervoor dat het mensen overvalt. Het feit dat de crisis ons allemaal treft maakt dat het twee kanten kan opgaan: of mensen schamen zich niet en vragen om hulp, of mensen blijven zich gedragen zoals we in het verleden zagen. Dit met het risico dat zij hulp inroepen uitstellen en dat de problemen verergeren. In het tweede geval is het actief blijven opzoeken van die mensen extra belangrijk.’

En welke rol zie je voor de landelijke overheid hierin?

‘De overheid speelt ook een belangrijke rol in het gedrag van de ‘nieuwe armen’. Het hangt er heel erg van af wat er vanuit de overheid gecommuniceerd wordt. Ze focussen nog steeds vooral op de gezondheidsrisico’s en noemen zelden de financiële gevolgen in bijvoorbeeld een persconferentie. Het lijkt dat als de gezondheid beter wordt, de crisis voorbij is. Het zou erg helpen als Rutte zou zeggen: ‘Financiële problemen kunnen u ook overkomen, en als dat gebeurt, weet dat de gemeente en maatschappelijke organisaties kunnen helpen. Vraag hulp bij uw gemeente.’

Wat moeten de gemeenten doen?

‘De gemeenten hebben een duidelijke rol in deze crisis. Ze moeten gebruikmaken van signalen en gegevens die er zijn om vervolgens die groep goed te informeren over alle hulpmogelijkheden. Bijvoorbeeld de aanvragen voor ondersteuning door zelfstandigen, dat is informatie waarmee je actief iets zou kunnen doen. Ook gaat het nu om snelheid. Er komen hoogstwaarschijnlijk binnenkort al veel nieuwe aanmeldingen en hulpvragen aan, dus is het belangrijk dat die snel verwerkt kan worden. Gemeenten kunnen ook van elkaar leren. Laat ze vooral bij elkaar aansluiten en kennisdelen. Het aanpakmechanisme opzetten kost geld maar dit vervolgens toepassen vaak minder.

Nog een oproep: ga met het rijk in onderhandeling over de toepassing van de participatiewet. Er komen straks zoveel nieuwe aanvragen die afgehandeld moeten worden, dat is onmogelijk te verwerken op de traditionele manier. In Amsterdam, mijn werkgebied, zullen het er misschien veertig- à vijftigduizend worden. De ervaring uit de vorige crisis is dat in de periode tussen WW en bijstand veel mensen al door hun financiële buffer heen zijn. De crisis dwingt tot nadenken over maatregelen die in het verleden niet werden overwogen vanuit ideologie. Nu moet er gekeken worden naar een pragmatische en door financiële argumenten onderbouwde oplossing die uitgaat van vertrouwen.’

'Het vraagt flexibiliteit in de communicatie'

Wat kunnen professionals in wijkteams doen?

‘Voor de wijkteams is het belangrijk te weten dat de komende periode het aantal mensen dat zich meldt met vragen over financiën en toeslagen zal toenemen. Sociaal professionals moeten kennis hebben over crisis en financiën, want mensen van de nieuwe doelgroep weten niet wat ze kunnen aanvragen en wat hun rechten zijn. Daar moet je je op voorbereiden en bedenken of je in staat bent om dat gesprek te voeren en wat je daarvoor nodig hebt. Erken daarbij waar je niet goed in bent. Ook hier geldt: durf hulp te vragen. Als je weet dat je het onderwerp te moeilijk vindt of er niet graag over praat, beslis dan met elkaar hoe je dit probleem gaat oplossen en wie je erbij betrekt.

Of contactleggen met de nieuwe groep anders is dan met andere groepen, weet ik niet. De vragen die ze hebben verschillen niet zo. Het vraagt flexibiliteit in de communicatie van de professionals. Daar ligt altijd al een uitdaging: heel goed luisteren wat voor taal iemand gebruikt en hoe je het beste met iemand communiceert.’

Beleid en toenemende armoede

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en Centraal Planbureau (CPB) hebben een rapport uitgebracht over hoe de armoedegroep in Nederland mogelijk vergroot wordt, ook zonder de coronacrisis. Door het huidige beleid wordt de bijstand verlaagd, om het verschil tussen werk en bijstand groter te maken zodat mensen gestimuleerd worden betaald werk te zoeken. Dit leidt tot grotere armoede.

Wat zou er moeten veranderen om de toenemende armoede te verminderen?

Roeland van Geuns: ‘Je moet ervoor zorgen dat het besteedbaar inkomen omhooggaat. Dit kan door de bijstand of minimumlonen te verhogen. Het kan ook op andere manieren zoals het invoeren van een basisinkomen, negatieve inkomstenbelasting of de huur een percentage van het inkomen te laten zijn. Welk systeem je ook kiest, het kost geld om armoede te verminderen, en dat geld moet je ergens vandaan halen. Afgelopen dertig, veertig jaar is de belasting met name op arbeidsloos inkomen verlaagd. De coronacrisis biedt de mogelijkheid te kijken naar een meer rechtvaardige belastingheffing. Ik stelde eerder al voor (Sociale Vraagstukken, mei 2020) tijdelijke coronabelastingen in te voeren, maar dat was eigenlijk een voorzetje. Nu is het tijd om goed na te denken wat we een rechtvaardige verdeling van de lasten vinden.’