Community builder Birgit Oelkers: ‘We moeten ons niet richten op eenzaamheid, maar op het bouwen aan betrokken buurten'

11 maart 2019

Op het Nederlands Congres Volksgezondheid op 11 april verzorgt Movisie een deelprogramma over de preventie van eenzaamheid. Deze dagvullende track eindigt met een debat om de verschillende perspectieven naast elkaar te zetten. Community builder Birgit Oelkers geeft alvast een voorzet voor haar bijdrage aan deze discussie: ‘Het is een onjuiste aanname dat eenzaamheid vooral door hulpverleners verholpen kan worden.’

Wat Oelkers betreft  kunnen de meeste gemeentelijke projecten en programma’s gericht op eenzaamheidsbestrijding linea recta richting de prullenbak. Haar belangrijkste bezwaar: ‘Beleidsmakers en professionals willen altijd problemen oplossen. In de omschrijvingen bezigen ze oorlogstaal als het “bestrijden van” eenzaamheid. Ze kijken naar wat er allemaal niet is en gaan uit van de tekorten, in plaats van op zoek te gaan naar wat er wel is in buurtgemeenschappen en bij individuele bewoners die het verschil maken.’

Beste intenties

Een andere  reden waarom Oelkers niet zo veel vertrouwen heeft in de meeste gangbare aanpakken, is dat er volgens haar te veel vanuit de beleidsmakers en professionals zelf geredeneerd wordt. ‘Zij zien zichzelf als vertrekpunt, zíj zijn de actoren die met hun expertise het probleem komen oplossen, in plaats bewoners en buurtgemeenschappen centraal te stellen. Overigens met de beste intenties hoor, daar gaat het mij niet om.’

'Twee keer per jaar een high tea voor de buurt in het verpleeghuis. Daar wordt iemand echt niet minder eenzaam van'

Aparte programma’s

Bovendien wordt er nog steeds vanuit een kokervisie gewerkt, ondanks de alomtegenwoordige ambitie van integraal werken, zegt Oelkers. ‘Er zijn aparte programma’s tegen eenzaamheid, er zijn aparte programma’s voor een gezonde leefstijl, noem het  maar op. En die hebben vaak een tijdelijk karakter, of ze werken heel incidenteel: bijvoorbeeld twee keer per jaar een high tea voor de buurt in het verpleeghuis. Daar wordt iemand echt niet minder eenzaam van.’

Community frame

Tegenover wat Oelkers het zieligheidsframe noemt, plaatst zij een positievere insteek vanuit het community frame. Gemeenschappen in buurten vormen daarin de kern. ‘Het vertrekpunt is dan niet langer dat eenzamen geholpen moeten worden door niet-eenzamen. Het gaat juist om het werken aan betrokken buurten, want iedereen heeft iets te bieden in een gemeenschap, óók mensen die zich eenzaam voelen. Met als enige doel dat er in een buurt meer betekenisvolle relaties en vriendschappen ontstaan.’

 'Vraag hoe de ideale zaterdag eruit zou zien'

Ideale zaterdag

Vanuit die insteek zouden professionals wat haar betreft veel vaker kunnen kijken en werken. ‘Vraag waar iemand mee bezig is, hoe een ideale zaterdag er uit zou zien. En maak dan de verbinding met  anderen in de buurt en dat wat er al is in een buurt. Houdt de oudere vrouw die licht dementerend is heel erg van piano? Wie weet is er een buurman of -vrouw die piano studeert. Daar kan de vrouw misschien wekelijks komen luisteren. Voor je het weet is er verbinding en alledaags contact met een kopje koffie. Maar alles begint ermee dat buren elkaar leren kennen.’

Voetballiefde

Het aangrijpingspunt kan in ogenschijnlijk kleine dingen zitten. ‘Een professional moet kunnen afdalen naar het alledaagse leven en dan op ooghoogte contact maken: zonder beleid en programma’s aansluiten bij het alledaagse leven van bewoners.’ Oelkers beschrijft een voorbeeld dat een professional vertelde: ‘Het ging over een vrij jonge man. Hij had schulden, een gameverslaving en was eenzaam. Min of meer toevallig hoorde de professional dat de man in kwestie voorheen fanatiek voetbalde. De liefde voor het voetbal bleek het aangrijpingspunt: de professional zorgde ervoor dat de contributie van de voetbalclub betaald kon worden. Door weer te gaan spelen, groeide het zelfvertrouwen, leerde hij zijn waarde voor het team zien, en dat hij gemist werd als hij niet zou komen. Dit gaf hem de drive om de problemen in zijn leven aan te pakken.’

'Betekenisvolle relaties versterken is iets van ons allemaal'

Mens en buurtgenoot

Volgens Oelkers kunnen de rollen wisselen wat betreft helpen en geholpen worden. De tegenstelling tussen kwetsbaar en krachtig is fluïde. ‘Ik heb moeite met het verabsoluteren van die tegenstelling. Als je je niet eenzaam voelt, kan het inderdaad makkelijker zijn om nieuwe contacten aan te gaan. Maar iedereen is in zijn leven wel een fase eenzaam, bijvoorbeeld door verlies of ziekte. Als ik op bijeenkomsten vraag wie een eenzame periode doormaakte, steken er altijd mensen hun hand op. Betekenisvolle relaties versterken is niet voorbehouden aan professionals, het is iets van ons allemaal als mens en buurman of buurvrouw.’

Eendimensionaal geredeneerd

‘Natuurlijk zijn er mensen die moeilijk meekomen, die anders zijn en daardoor stroevere contacten hebben. En natuurlijk kan het voor mensen die echt sociaal geïsoleerd leven, goed zijn om  professionele hulp te krijgen. Professionals moeten hen blijven uitnodigen bij activiteiten. Ook al zit iemand alleen maar voor zich uit te staren. Het gevoel ergens onderdeel van te zijn, dat het goed is dat die persoon er is, daar gaat het om. Maar het is eendimensionaal geredeneerd om dat alleen professioneel te benaderen. Dit bedoel ik met op ooghoogte contact maken; van mens tot mens. Dan maakt het in feite niet uit of je professional bent of buurman.’  

Nergens anders terecht

Als voorbeeld van mensen die vanwege hun ‘anders’ zijn een verhoogd risico lopen op eenzaamheid, noemt ze de bewoners van De Blinkert, een verpleeghuis van het Leger des Heils bij haar in de buurt. ‘Zij kunnen letterlijk nergens anders terecht. Naast hun fysieke problemen hebben ze psychische aandoeningen en vaak ook verslavingsproblematiek. Een paar jaar geleden zijn we als buren ‘Aan tafel met je buren’ gestart: een keer per twee maanden samen koken en eten. Als je elkaar leert kennen, krijg je meer compassie voor elkaar en ontstaan nieuwe vriendschappen.’

Iets blijvends

Tegelijkertijd is De Blinkert een goed voorbeeld van de wisselende rollen die mensen kunnen hebben. ‘Als je elkaar leert kennen, kom je er ook achter wat iemand kan, doet, waarvan iemand houdt en wat je aan elkaar kunt hebben. Toen er gedemonstreerd moest worden tegen het uitzetten van asielkinderen, stonden de buren uit De Blinkert mee te demonstreren. En als we een buurtfeestje organiseren, dan helpen zij ook mee met de voorbereidingen.’ Een deel van de bewoners komt nu ook geregeld een kopje koffie drinken in het tegenover gelegen buurthuis. ‘Zo zie je dat het bestendigt, dat er iets blijvends ontstaat. Op die manier ontstaan betrokken buurten en werkt de buurt zelf aan het verminderen van eenzaamheid.’

Foto: MacSiers
Tekst: Tea Keijl (Tea zonder H)