‘Daders van anti-homogeweld willen zichzelf bewijzen’

artikel - 5 april 2017

Steeds vaker besteden media aandacht aan geweld tegen homo- en biseksuelen en transgenders. Het jongste voorbeeld is het homostel dat zondagochtend vroeg in Arnhem werd belaagd door een groep tieners. Eén van de slachtoffers miste na de aanval vijf tanden die met een betonschaar uit zijn mond werden geslagen. Maar waar komt dit geweld vandaan? Hanneke Felten, onderzoeker bij Movisie: ‘De drang om te bewijzen een echte man te zijn, is vaak een motief van daders.’

Nu er in de media steeds meer berichten verschijnen over geweld tegen LHBT’s, kun je je afvragen of dit geweld is toegenomen. Felten: ‘Dat is heel moeilijk te zeggen. De cijfers van de politie hierover zijn niet betrouwbaar omdat de meeste slachtoffers geen aangifte doen. Het is dus puur gissen of het geweld toeneemt of afneemt.’

Oorzaak

Waar Felten wel duidelijkheid over kan geven, zijn de motieven van de plegers van geweld tegen LHBT's. Voor Movisie deed zij verschillende onderzoeken op het gebied van LHBT. ‘De daders van anti-lhbt geweld zijn over het algemeen mannen. Hun motieven hebben vaak te maken met hun opvattingen en een bepaald gevoel van bedreiging voor hun mannelijkheid dat ze ervaren.’

Seksueel object

Deze gevoelens en opvattingen zijn anders bij anti-lesbisch geweld dan bij anti-homo geweld. ‘Lesbische vrouwen kunnen worden gezien als seksuele objecten die geweld oproepen. Wanneer een koppel bijvoorbeeld op een bepaalde manier intiem is, zien daders, vaak in groepsverband, dat als een uitnodiging om hen lastig te vallen met opmerkingen als ‘mogen wij ook meedoen?’. Wanneer de vrouwen dat verzoek afwijzen, kan dat voor de mannen een reden zijn om gewelddadig te worden.’

Seksuele ondertoon

Aan de andere kant zijn heteroseksuele mannen soms bang dat ze door homoseksuele mannen zelf als seksueel object worden gezien en ook dat kan agressie oproepen. Felten: ‘In beide gevallen is er dus sprake van een seksuele ondertoon.’

Genderafwijking

Ook het afwijken van de genderopvattingen van daders kan leiden tot geweld. Als een homoseksuele man er te vrouwelijk uitziet, kan dat voor een heteroseksuele man reden zijn om dat te corrigeren. ‘Door gewelddadig te zijn, laat de dader zien wel een echte man te zijn.’ Maar eigenlijk is het volgens Felten bijna nooit goed. ‘Lesbische vrouwen die er sexy uitzien worden gezien als seksueel object en lastig gevallen omdat ze avances afwijzen, maar lesbische vrouwen die er te mannelijk uitzien worden lastiggevallen omdat ze geen echte vrouw zijn. In het geval van mannen is het deels ook zo. Als mannelijk uitziende homoman kun je eerder als een bedreiging gezien worden als je een andere man net te lang aankijkt, maar als je te vrouwelijk bent, kan dat ook als provocerend worden opgevat.’

Zelfbeeld

Volgens Felten heeft dit vaak te maken met het man-beeld dat de daders van zichzelf hebben. ‘Als je zelfverzekerd hetero bent, waarom voel je dan de noodzaak jezelf als echte man te bewijzen? Een zeer beperkt en ouderwets beeld van mannelijkheid lijkt toch een belangrijke oorzaak te zijn van het geweld.’

Sociale norm

Felten weet dat geweld tegen LHBT’s meestal niet gekoppeld is aan de afkomst van daders. Bovendien zijn de daders vaak helemaal niet extreem anti-homo. Wat heel veel uitmaakt in het triggeren van geweld tegen LHBT’s , is de perceptie van de sociale norm: hoe je denkt dat anderen denken in een bepaalde context. ‘Als je tieners vraagt naar hun beeld over LHBT’s , geven ze in een keurig klaslokaal een heel ander antwoord dan bijvoorbeeld tijdens het uitgaan of op de tribune van een voetbalclub. Mensen zijn geneigd om zich aan te passen aan de sociale norm in hun omgeving en dus aan wat zij denken dat anderen denken dat normaal is.’

Voorspellers

Er zijn volgens Felten onder meer drie sterke voorspellers die bepalen hoe je je opstelt tegenover minderheden. Naast de perceptie van de sociale norm zijn dat ook je expliciete houding en je impliciete houding. ‘De expliciete houding is je mening en is iets wat je zou invullen op een vragenlijst. In Nederland zijn we over het algemeen positief tegenover LHBT’s. Dat is de norm in de samenleving. De expliciete houding wordt hierdoor beïnvloed. Je impliciete houding is meer onbewust en is minder gevoelig voor de mening van de maatschappij. Het kan daarom zijn dat je in bijvoorbeeld een dronken bui je zelfcontrole verliest en je onderbuik gevoel de vrije loop laat.’

Minderheden

Als we met elkaar willen dat het negatieve gedrag tegenover LHBT’s , maar ook tegenover andere minderheden, verandert, zullen we alle drie de voorspellers moeten aanpakken. Felten: ‘Voor sociaal werkers ligt hier ook een mooie opdracht. Investeer in preventie. Goed wetenschappelijk onderbouwde interventies, zoals GSA’s en Gelijk=Gelijk, zijn ook opgenomen in de databank effectieve jeugdinterventies. Deze kunnen ingezet worden om het geweld tegen minderheden terug te dringen.’

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op Zorg+Welzijn.

Reacties

Reageer op dit artikel

7 + 0 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.