In dialoog over logeeropvang als vorm van respijtzorg

9 april 2019

Steeds meer Nederlanders verlenen mantelzorg. De bereidheid van mensen om voor elkaar te zorgen is groot. In Nederland geven jaarlijks 4,4 miljoen volwassenen mantelzorg aan hun partner, familie, vriend of buur die ondersteuning nodig heeft. Naar verwachting zal dit aantal in de toekomst alleen maar toenemen. Op dinsdag 5 maart 2019 organiseerde Movisie samen met de G4, het ministerie van VWS en Zilveren Kruis het Leerlab Logeeropvang als vorm van respijtzorg.

Karin Boudewijns, manager afdeling Zorg van gastgemeente Amsterdam trapte af: ‘Alleen al in Amsterdam hebben we 57.000 mantelzorgers. We moeten voorkomen dat zij te zwaar belast worden’. Samen met beleidsadviseurs van gemeenten, zorgverzekeraars, aanbieders van en verwijzers naar respijtzorg werd in kaart gebracht wat er in het land gebeurt om mantelzorgers op adem te laten komen in de vorm van logeeropvang.

Wat is logeeropvang?

Planbare logeeropvang voor hun naaste biedt mantelzorgers de mogelijkheid om even op adem te komen, familie te bezoeken, of bijvoorbeeld op vakantie te gaan. Op deze manier kan logeeropvang de balans voor mantelzorgers vergroten en de kans op overbelasting verminderen. De uitvoering van logeeropvang als respijt voor mantelzorgers kent een aantal uitdagingen.

Knelpunten

Gemeenten en aanbieders ervaren drempels om logeeropvang goed te organiseren. Want hoe weet je wanneer mantelzorgers toe zijn aan logeerzorg? Hoe houdt je het betaalbaar? Kun je het organiseren met alleen vrijwilligers? Wanneer en voor wie is welke vorm van verblijf van toepassing en waar is deze dan te vinden? Vanuit verschillende invalshoeken werden deze vraagstukken onder de loep genomen. Het programma werd afgetrapt door twee voorbeelden uit de praktijk (de King Arthur Groep en logeerhuis de Kapstok) die illustreerden welke uitdagingen er liggen bij het neerzetten van een logeeropvang. Dagvoorzitter Saskia van Grinsven (Movisie) interviewde hen.

‘In Indonesië zijn ouders deel van het gezin'

‘Uitgaan van wat iemand nog wél kan’

Janice Spaander is een van initiatiefnemers van de King Arthur Groep. Zij bieden kleinschalige zorg voor mensen met dementie aan: zowel ondersteuning en activiteiten aan mensen in een thuissituatie als 24-uurs zorg in woonzorgvoorziening. Spaander: ‘Sinds kort zijn we ook begonnen met het aanbieden van logeeropvang. We zagen de vraag toenemen, hoe kunnen we in wijk respijtzorg bieden? Inspiratie haalden ze uit Indonesië. ‘In Indonesië zijn ouders deel van het gezin. Centraal staat wat mensen nog wél kunnen in plaats van denken in beperkingen. Dat inspireerde mij’.

Het voor elkaar krijgen

Mensen met dementie hebben op een gegeven moment vierentwintig uur toezicht nodig. De King Arthur Groep wil dat de logeeropvang niet leidt tot verwarring voor de cliënt. ’We hebben besloten om ook een ontmoetingscentrum op te zetten waar mensen een paar dagen naartoe kunnen en ook kunnen blijven slapen. Zo voelt het bekend, en thuis voor de mensen met dementie’. Om dit de voor elkaar te krijgen heeft King Arthur Groep een jaar uitgetrokken om een financiële basis te creëren. ‘In gesprek gaan met gemeenten voor financiering, en een juiste mix vinden’.

King Arthur Groep
 

Uitdagingen

  • Blijvend komen aan goede mensen in de begeleiding.
  • De financiering blijft “een gedoe”.
  • Opvang is niet altijd planbaar.  

Ambitie

  'In elke wijk in Hilversum, Utrecht en Amersfoort een logeerhuis hebben zodat mensen ook écht langer thuis kunnen blijven wonen.'

Tip

'Niet stoppen doordat de financiering nog niet vlot, blijf doorzetten!'

Logeerhuis De Kapstok

Paul Halmans is mede oprichter en bestuurslid van de logeerhuis De Kapstok in Venray. De Kapstok is een kleinschalige opvang. Het wordt gerund door vrijwilligers en een paar betaalde krachten. De Kapstok is een initiatief van een jonge ondernemer die zelf mantelzorg verleende aan demente ouders.
Pauls persoonlijke ervaring met dementie motiveerde hem om zich ook bij de Kapstok aan te sluiten. Een halfjaar na oprichting werd duidelijk dat het met alleen vrijwilligers niet mogelijk was om 24/7 zorg te verlenen. ‘De Kapstok was genoodzaakt om alleen op werkdagen geopend te zijn, ook al kun je dan niet altijd zorg bieden terwijl zorgen voor iemand niet ophoudt in de weekenden’ zegt Halmans. Nu is De Kapstok - door professionals in te schakelen - ook twee weekenden in de maand open.

Het voor elkaar krijgen

De Kapstok ging gesprekken aan met omliggende gemeenten en de provincie. De gemeente Venray heeft over een periode geld beschikbaar besteld. Halmans:  ‘Daar staat tegenover dat er dus geleverd wordt als de gemeente doorverwijst. Ondanks deze financiering komen we nog tekort en daarom blijven we in gesprek met alle gemeenten in Noord-Limburg.’

De Kapstok

Uitdagingen

  • Het bedienen van een regio met meerdere gemeenten en daardoor meerdere belangen. Het bespaart kosten als je het samen doet, maar dit is moeizaam. Want de wethouders willen graag het zichtbaar maken voor hun eigen gemeente wat de meerwaarde van logeerzorg is en daarmee scoren.
  • Structurele steun/financiering vinden.
  • Blijft uitdagend om de balans te bewaken tussen de druk op vrijwilligers en zorgzwaarte van gasten.

Ambitie

'Uitbreiding van de voorziening naar tien kamers!'

Tip

Met veel vrijwilligers werkt het en houdt de regionale samenwerking hoog in het vaandel.  

Aan de slag met thematafels

De aanwezigen namen deel aan één van de vijf thematafels om ideeën over knelpunten en oplossingsrichtingen uit te wisselen. Bij iedere thematafel sloot een voorbeeld uit de praktijk aan. De resultaten komen grotendeels overeen met wat gevonden is in een verkenning door Movisie. Hieronder een greep uit de uitkomsten per thematafel.

       1. Het opzetten van een logeerhuis als vorm van respijtzorg: hoe pak je het aan?

       Praktijkvoorbeeld: Maison Patrick uit Bleskensgraaf

  • ‘Het is van belang om de doelgroep goed af te bakenen’.
  • ‘Lastig in de Wmo: verschillen in tarieven tussen gemeenten. Ook is het in sommige gemeenten lastig beschikkingen te krijgen voor logeerzorg’.
  • ‘De ervaring is dat zelfs wanneer je bestaansrecht hebt bewezen het nog sappelen is om de financiering rond te krijgen’.
  • ‘Als initiatiefnemer moet je een lange adem hebben’.

       2. Logeeropvang (wanneer) kan het met alleen vrijwilligers?

       Praktijkvoorbeeld: De Opstap uit Groningen

  • ‘Herstel- en respijtzorg is vaak een gouden combinatie’.
  • ‘Vrijwilligers hebben veel toegevoegde waarde voor de welzijnskant ten opzichte van de zorgkant’. 
  • 'Het systeem is ingewikkeld. Wat zou helpen is een algemene pot, voor gemeenten, zorgkantoren en zorgverzekeraars, van waaruit logeerzorg als algemene voorziening kan worden aangeboden’.

       3. Verwijzing naar logeeropvang: hoe komt ik bij een logeerhuis?

  • ‘Het is nog niet overal bekend of bekend onder een andere naam, dat is ook in de doorverwijzing niet handig. We pleiten dus voor een betere informatievoorziening.
  • ‘Inzicht in capaciteit is nodig voor doorverwijzers’.
  • ‘Het achteraf kunnen toetsen in plaats van vooraf door bijvoorbeeld wijkverpleegkundige zou uitkomst bieden bij acute problemen’.  

       4. De exploitatie van logeeropvang: van visie naar exploitatie

       Praktijkvoorbeeld: King Arthur Groep (Amersfoort, De Bilt en Hilversum)

  • ‘Het zou mooi zijn als alle betrokkenen, zoals gemeente, zorgverzekeraar, zorgkantoren en het Rijk, erkennen dat we samen voor een grote uitdaging staan en hier gezamenlijk oplossingen voor gaan zoeken’.

       5. Regionaal coördinatiepunt tijdelijk verblijf: de samenwerking tussen gemeente en
       zorgverzekeraar  

       Praktijkvoorbeeld: Vivium Zorggroep uit de regio Gooi en Vechtstreek

  • ‘Er zijn verschillende vormen van tijdelijk verblijf, goede triage is belangrijk om de juiste plek te bepalen’
  • 'Bedden kunnen voor meerdere doeleinden worden gebruikt, verschil in tarifering gaat dan een rol spelen in de afweging’.
  • ‘Gemeente en zorgverzekeraar kunnen een rol in spelen in het kostenplaatje aan de achterkant door samen te werken’.

En hoe nu verder?

De behoefte van de mantelzorger moet centraal worden gesteld bij het vormgeven van logeerzorg. In de praktijk is nu vaak nog bepalend welk ‘bed’ door wie wordt gefinancierd en wie daarmee beslist over de toegang. Beleidsmedewerker Gemeente Gorinchem:  ‘Ik ben er vandaag om in contact te komen met andere partijen. De oplossing ligt volgens mij in het samen optrekken. Waar ik tegen aanloop is de systeemwereld waarin we het onszelf zo lastig hebben gemaakt. Een oplossing heb ik niet en we houden het misschien zelf in stand’. Medewerker bij zorgverzekeringsmaatschappij Zorg&Zeker: ‘Een voordeel is dat we hier op landelijk en niet enkel regionaal niveau in contact komen met elkaar. Ik ben hier vandaag om signalen op te vangen en goede ideeën naar boven te halen. En die heb ik zeker gehoord! Dat is echt iets wat ik meeneem in het werk’.

‘Logeeropvang is geen luxevoorziening, maar daarom mag die nog wel aantrekkelijk zijn!’ - Laura van Tamelen (gemeente Amsterdam)

Het initiatief voor het leerlab lag bij de G4. ‘Wij zien meerdere knelpunten rondom tijdelijk verblijf en vinden het belangrijk daar ook op landelijk niveau over in gesprek te blijven’, aldus Gerard de Geus, beleidsadviseur gemeente Utrecht. Laura van Tamelen, beleidsadviseur gemeente Amsterdam, vult aan: ‘We moeten de behoefte altijd voorop blijven stellen en ons niet laten leiden door regels. Daarnaast neem ik mee dat het belangrijk is te differentiëren in het aanbod zodat je alle mensen bereikt’.

Nils ter Braake (beleidsmedewerker ministerie van VWS) geeft aan dat het onderwerp ook bij VWS hoog op de agenda staat. De komende periode start het ministerie met pilots logeerzorg. Die pilots richten zich op de samenwerking tussen gemeenten, zorgverzekeraars en aanbieders van logeerzorg. Op 17 april vindt de aftrap van de pilots logeerzorg plaats bij Strandgoed ter Heijde. Movisie begeleidt de pilots. In de pilots wordt in de praktijk geëxperimenteerd met het bieden van logeerzorg om te kijken wat het oplevert voor mantelzorgers en hoe de uitdagingen die ook uit dit leerlab naar voren zijn gekomen kunnen worden opgelost.