Homoseksueel in een orthodoxchristelijke omgeving

28 januari 2019

Uit de kast komen in een christelijke omgeving is makkelijker gezegd dan gedaan. Dat blijkt maar weer na de Nashville-verklaring. Christelijke LHBT-jongeren lijden aan minderheidsstress en soms zelfs zelfhaat. Movisie werkt aan een betere suïcidepreventie, ook voor deze groep.

‘In Nederland gaat het eigenlijk best goed met de homo-emancipatie in de christelijke hoek. Een grote kerk als de PKN (Protestants Nederlandse Kerk, red.) zegent bijvoorbeeld homohuwelijken in. De Nashville-verklaring en de discussies eromheen zetten die homo-emancipatie weer in een negatief daglicht.’ Aan het woord is René Broekroelofs, projectassistent bij Movisie en zelf homoseksueel en opgegroeid in een orthodoxchristelijke omgeving.

Standpunt weer expliciet

De verklaring stelt dat je geen goede christen bent als je homoseksualiteit en 'transgenderisme' accepteert, en impliceert dat je er ‘vanaf kan komen’. ‘Dit standpunt is niet nieuw, maar die verklaring zorgt wel dat het weer besproken wordt’, zegt Broekroelofs. ‘In negatieve zin.’  Christenen komen negatief in de aandacht en binnen de orthodoxchristelijke gemeenschap heeft de verklaring negatieve gevolgen.

Stilte is relatief fijn

Broekroelofs vertelt over een kennis wiens ouders hem stilzwijgend accepteerden. Het gesprek was gevoerd, zijn ouders wisten het en daarna is er niet meer over gesproken. ‘Het was een relatief fijne situatie. Iedereen kon door met zijn leven. Tot zijn vader, die dominee is, de Nashville-verklaring ondertekende. Op dat moment werd weer expliciet duidelijk dat zijn homoseksualiteit er van zijn omgeving, van zijn ouders, niet mag zijn.’

Homofobie

LHBT-jongeren in orthodoxchristelijke gezinnen hebben het moeilijk met hun geaardheid. Ze groeien op in een omgeving die hen niet accepteert. Ze leren dat homoseksualiteit slecht is en dat God boos op ze zal worden als ze het zijn. ‘Doordat ze hierin opgroeien internaliseren ze deze gedachten’, legt Broekroelofs uit. ‘Ze worden homofoob en als ze er dan achter komen dat ze zelf homoseksueel zijn, verafschuwen ze zichzelf. Dit kan serieuze gevolgen hebben, zoals suïcidegedachten.’

Niet uit de kast komen

‘Hulpverleners denken vaak: waarom komen ze niet gewoon uit de kast? Maar dat kan niet zomaar. Vaak zit hun hele sociale netwerk – familie, vrienden, school – in deze gemeenschap. Daar breek je niet zomaar mee. En daar komt de geïnternaliseerde homofobie nog bovenop. Uit de kast komen betekent afgewezen worden door God. Dat is de reden van veel LHBT’ers binnen deze gemeenschap zich te conformeren aan de norm. Ze trouwen en krijgen kinderen. Maar ze houden dit niet vol. Ik ken mensen die op hun veertigste uit de kast komen. Het leven dat ze tot dan toe hebben opgebouwd, inclusief gezin, valt in duigen.’

Hulpverleners zijn terughoudend om de LHBT-identiteit van jongeren te bespreken

Minderheidsstress

Uit onderzoek blijkt dat hulpverleners terughoudend zijn om de LHBT-identiteit van jongeren te bespreken. ‘Ze willen iemand niet uit de kast praten. Dat is privé. Het moet je eigen keuze zijn. Maar deze jongeren hebben vaak psychische problemen door hun situatie. Ze zijn anders dan iedereen die ze kennen. Dat levert stress op.’ Uit onderzoek blijkt dat deze ‘minderheidsstress’ veel psychische gevolgen heeft, zoals depressieve klachten, hoofdpijn of concentratieproblemen. ‘Hulpverleners zoeken dan naar oplossingen voor die symptomen, terwijl het beter is als ze voorzichtig zouden vragen naar de seksuele geaardheid van de jongere. Niemand anders vraagt deze jongeren ooit naar hun seksuele identiteit.’

Suïcidepreventie

In extreme gevallen zorgt minderheidsstress voor suïcidegedachten. Uit cijfers van het CBS blijkt dat in 2017 het aantal zelfdodingen drastisch steeg onder jongeren. Van  49 jongeren  in 2016 naar 81 jongeren in 2017. Mede daarom doet Movisie in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen en 113 Zelfmoordpreventie momenteel een onderzoek naar betere suïcidepreventie. ‘Hoewel nog niet bekend is wat de oorzaak is van de stijging, is elke vorm van preventie gewenst’, aldus Broekroelofs. ‘Wij interviewen LHBT-jongeren, hun ouders en hun hulpverleners. We zijn benieuwd wat ouders en hulpverleners doen om LHBT-jongeren met suïcidale gedachten te helpen. Het gaat om alle vormen van hulp. Van de simpelste vraag “hoe gaat het met je?” tot het inschakelen van hulpverlening.’

Dit artikel verscheen eerder op Zorg + Welzijn

Oproep
Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen en Movisie doen onderzoek naar ervaringen met hulpverlening en/of steun voor lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender (LHBT) jongeren met zelfmoordgedachten.  Daarnaast willen zij onderzoeken welke wensen en behoeften (LHBT) jongeren hebben met betrekking tot  steun en/of hulpverlening. Voor dit onderzoek worden deelnemers gezocht die hun ervaringen willen delen in een interview. Er wordt nog gezocht naar:

- Ouders van LHBT-jongeren die last hebben gehad van zelfmoordgedachten, vooral nog ouders van LHB-jongeren
- Professionals die gewerkt hebben met LHBT-jongeren met zelfmoordgedachten

Voor meer informatie en aanmelden: www.rug.nl/gmw/lhbtonderzoek. Voor vragen over het onderzoek kan contact opgenomen worden via: r.broekroelofs@movisie.nl.