Integraal werken stelt hoge eisen aan vakmanschap

Wie durft het aan?

2 april 2014

Het welslagen van dorpteams, buurtteams en wijkteams staat of valt met de kwaliteit van de professionals. Alleen met goede vaklieden die vertrouwen kunnen bieden is het mogelijk om de integrale aanpak in het nieuwe sociale domein dichtbij en mét de inwoners vorm te geven.

De roep om integraal werken bestaat al veel langer, maar klinkt tegenwoordig wel heel hard. Steeds meer gemeenten willen met integrale sociale teams het werk niet alleen dichter bij de burger organiseren, maar ook de bezuinigingen die gepaard gaan met de decentralisaties zo veel mogelijk opvangen. De verwachtingen zijn hooggespannen, misschien wel té hoog. Toch zijn de mensen die in sociale wijkteams werken er behoorlijk positief over. Ook de 55 tot nu toe verschenen evaluatieonderzoeken zijn voor de betreffende gemeenten voldoende reden om door te gaan.

Activering van burgers

Het belangrijkste doel van wijkteams is activering van burgers. Bewoners kunnen met vrijwel al hun vragen terecht bij de sociale teams. Die proberen individuele vragen te bundelen tot collectieve arrangementen, liefst door bewoners zelf georganiseerd. Waar mogelijk zetten wijkteams sociale netwerken in bij het oplossen van problemen. Ze doen een groot beroep op het zelfoplossend vermogen van mensen, maar wanneer specifieke vakkundigheid nodig is, wordt er snel geschakeld met de tweede lijn.

De meerwaarde van wijkteams is dat ze kunnen beschikken over kennis en kunde uit meerdere disciplines

Generalisten

Wijkteams bestaan uit mensen die generalistisch kunnen werken en tegelijkertijd de kwaliteiten van hun eigen vakgebied kunnen inzetten. Over het begrip ‘generalist’ bestaat echter nogal wat verwarring. Veel professionals vrezen dat ze als manusje-van-alles op alle vragen van inwoners deskundigheid moeten bieden. Ook zijn ze bang dat hun vakspecifieke kennis verloren gaat als zij als generalist moeten werken. Dat is een misvatting. De meerwaarde van wijkteams is juist dat ze kunnen beschikken over kennis en kunde uit meerdere disciplines. Zo is de wijkverpleegkundige deskundig in het beantwoorden van vragen op het gebied van zorg en gezondheid, is de maatschappelijk werker bedreven in individuele hulpverlening en onderkent de GGZ-agoog psychische problemen. Het generalistische werken zit ‘m in de gezamenlijke uitgangspunten en de uitstraling in het werkgebied.

Professional met een T-profiel

Generalistisch werken betekent dat de professional uitgaat van het hele scala aan mogelijkheden, vragen en beperkingen van de bewoners. Hij analyseert vragen niet louter vanuit het eigen vakgebied, maar opereert vanuit een holistische visie, levensbreed en levenslang. Voor de wijk opereert de professional als generalist. Binnen zijn team is hij specialist en kan hij snel en adequaat inspringen op vragen van collega’s; soms door zijn vakkennis te delen, soms door zelf specifieke vragen van bewoners op te pakken. Steeds vaker wordt er gesproken van een ‘professional met een T-profiel’. De verticale poot van de T geeft de vakspecifieke competenties van de professional weer, de horizontale balk staat voor de gemeenschappelijke uitgangspunten en competenties.

Voor de wijk opereert de professional als generalist. Binnen zijn team is hij specialist

Leefgebieden

Mensen in de wijk hebben vaak vragen op meerdere leefgebieden die sterk op elkaar inwerken. Denk aan werkloosheid, schuldenproblematiek, slechte gezondheid, opvoedingsproblemen of relatieproblemen. Het oplossen van het ene probleem kan zo weer onderuitgehaald worden door het andere. Een integrale werkwijze, waarin de vragen in hun onderlinge samenhang worden benaderd, ligt daarom voor de hand. Dat is effectiever en waarschijnlijk ook goedkoper.

Onzichtbare vraagstukken

Verder zijn er ‘onzichtbare vraagstukken’, zoals mensen met een psychiatrische achtergrond met een steeds kleiner sociaal netwerk en een risico van verwaarlozing. Eenzaamheid wordt eerder opgemerkt door professionals die de wijk en de bewoners goed kennen. Deelnemen aan wijkactiviteiten, vrijwilligerswerk of beschermde werkvormen zorgen voor structuur, sociale contacten en zingeving. Wie legt het contact en welke aanpak werkt het beste? Dat is de vraag binnen het wijkteam.

Participatiecoaches

Bij veel gemeenten speelt de vraag of ook medewerkers van de sociale dienst moeten worden ingezet in sociale wijkteams. Lelystad en Groningen zijn hiermee aan het pionieren. Het is nog te vroeg om hieruit lessen te trekken. De verwachting is wel dat gemeenten de invoering van de Participatiewet aangrijpen om in wijken met langdurige werkloosheid of jeugdwerkloosheid participatiecoaches in te zetten; ofwel door participatiecoaches daadwerkelijk op te nemen in wijkteams, ofwel door een ‘schil’ van gemakkelijk toegankelijke en gespecialiseerde professionals te organiseren.

Het is nog te vroeg om sociale wijkteams een succes te noemen

Vakmanschap

Met het bij elkaar zetten van professionals van uiteenlopende disciplines heb je nog geen wijkteam. Elke beroepskracht heeft eigen competenties en een eigen visie op zijn werk. Er zijn verschillen in mandaten en bevoegdheden. Ook zijn er beroepscodes, beroepsethiek en beroepswaarden die professionals hoog in het vaandel hebben. Samenwerken kan grote dilemma’s oproepen over het al dan niet delen van gevoelige informatie, het moment van ingrijpen in onwenselijke of onwettige situaties of het omgaan met vertrouwensrelaties.   Het is nog te vroeg om sociale wijkteams een succes te noemen. Veel hangt af van wat de professionals ervan weten te maken. Er zal een stevig beroep worden gedaan op hun flexibiliteit en vakmanschap. Goed kunnen samenwerken vereist inzicht in ieders persoonlijke en gemeenschappelijke kwaliteiten, in de eigen en collectieve deskundigheid en in de grenzen hiervan.

Lees meer over de tien competenties waar in het huidige werk volgens Welzijn Nieuwe Stijl en de Wmo de nadruk op ligt. Paul Vlaar is adviseur Vakmanschap bij Movisie. Dit artikel verscheen op donderdag 27 maart 2014 in het opinieblad Sprank.