‘Onze gemeente is rijk aan bewonersinitiatieven’

Interview met wethouder Hans van Daalen van Barneveld

12 november 2020

Hardrijders, rondhangende jongeren, hondenpoep. Als het gaat om leefbaarheid zijn de problemen in de Gelderse gemeente Barneveld vrij overzichtelijk, vindt wethouder Hans van Daalen. ‘Maar vergis je niet, ook wij hebben onze zorgen.’

Met bijna 60 duizend inwoners is het centraal gelegen Barneveld een middelgrote gemeente. Rondom het dorp Barneveld liggen de kernen Voorthuizen, Kootwijkerbroek, Garderen, Stroe, Terschuur, Zwartebroek, De Glind en Kootwijk. Kernen met van oudsher een sterke eigen identiteit en een goed ontwikkeld verenigingsleven. Verder kent Barneveld 60 recreatieparken. Hans van Daalen, al ruim 10 jaar namens de ChristenUnie wethouder, kent Barneveld door en door. Hij is bestuurlijk verantwoordelijk voor het sociaal domein, verkeer en vervoer, volksgezondheid en water en klimaat. In zijn vorige zittingsperiode had hij sport in zijn portefeuille.

Hans van Daalen

Wat is Barneveld voor gemeente?

‘Barneveld is een stabiele gemeente, ook als je het hebt over leefbaarheid. Landelijke cijfers laten zien dat wij goed scoren. Er zijn niet voor niets veel mensen uit de Randstad die hier komen wonen. Als je mij vraagt naar problemen met leefbaarheid dan denk ik in eerste plaats aan verkeersoverlast. Je legt ergens een drempel neer omdat er te hard gereden wordt. Vervolgens komen de omwonenden klagen omdat de drempel zo’n lawaai maakt en ze daar wakker van worden.’

Kleine problemen?

‘Soms is er meer aan hand. Kijk, hier in Voorthuizen hadden wij plannen met windmolens. Actiegroepen kwamen daar fel tegen in het geweer. Als ze inspraken bij de commissie dan gebeurde dat lang niet altijd op een vriendelijke manier. Geregeld verschijnen er gepeperde stukken over windenergie in de krant. Die windmolens houden de gemoederen behoorlijk bezig. Ook in Kootwijk, midden op de Veluwe, raken de gemoederen geregeld verhit. Al tientallen jaren worden daar paardenevenementen georganiseerd. In die omgeving zijn nieuwe mensen komen wonen, deels uit de Randstad. Ze zijn gekomen voor hun rust, maar ze ervaren lawaaioverlast van die paardenevenementen. Dat leidt tot problemen, met rechtszaken, advocaten en mediation die niet lukt.’

Wat doet de gemeente?

‘Enkele jaren geleden hebben wij een beleidsplan opgesteld met de aanpak. Mensen voorop, is de titel. Uitgangspunt is dat mensen in principe verantwoordelijk zijn voor hun eigen omgeving. Als dat niet volstaat, kijk je om je heen welke organisaties een rol kunnen spelen. Pas in de derde plaats is er de gemeente, als vangnet. De bal ligt dus in eerste instantie bij de inwoners en de organisaties. Een voorbeeld is de totstandkoming van een buurtkamer in de wijk Zuid 3. Het wijkplatform gaf aan: we hebben helemaal geen buurthuis, geen ontmoetingsplek. Toen er ook nog eens een school werd afgebroken waar ze wel eens samenkwamen, hebben wij met de woningstichting een woning beschikbaar gemaakt die nu als buurtkamer functioneert. Het initiatief lag bij de mensen uit de wijk, de gemeente heeft het gefaciliteerd. Wij nemen de huur voor onze rekening, zij houden de tent draaiende.’

'Welzijn zit in Barneveld niet steeds op de schopstoel. Dat geeft rust en continuïteit.'

Zijn er kwetsbare wijken?

‘Vergis je niet, ook wij hebben hier onze zorgen. Er zijn wijken waar mensen dicht op elkaar wonen. Het Oldenbarneveldplein is daar een voorbeeld van. Er is daar een gemengde bevolking en rond het plein staan kleine huizen dicht op elkaar. Over het plein scheuren brommers, er wordt veel gevoetbald. Er komen verschillende problemen bij elkaar. Het gaat niet alleen over scooteroverlast. Verschillende culturen in de wijk leven hier samen en dat gaat niet vanzelf. Denk aan Turkse winkeltjes waar mensen buiten tot laat staan te kletsen, terwijl er daarboven iemand op zijn balkon zit. Als gemeente willen we hier een nadrukkelijker rol gaan spelen. Op dit moment brengen wij in kaart: wat speelt er allemaal? Welke groepen, partijen en organisaties spelen hier een rol? Als gemeente maken we samen met het wijkplatform intussen ook wat slagen op de korte termijn. De wijkagent laat zich wat vaker zien. Tegen muurtjes waar tegenaan gevoetbald werd, hebben wij struiken gezet. Het is belangrijk dat inwoners zien en ervaren: er gebeurt wat.’

En de leefbaarheid op de recreatieparken?

‘Problemen die zich daar voordoen, betreffen vooral kwetsbare mensen: verslaafden, mensen in scheiding, mensen met verward gedrag. Ik ben een keer mee geweest om maaltijden thuis rond te brengen. Ik kwam op een vakantiepark bij een vrouw van 80, 90, bijna blind. De maaltijden van Tafeltje Dekje stonden op volgorde in de vriezer, zodat ze zich net met eten kan redden. Onverantwoord eigenlijk. Op de meeste parken zijn vrijwel geen voorzieningen. Als we in de parken dingen zien gebeuren die niet door de beugel kunnen, dan grijpen we in. Maar we gaan er niet allerlei acties voeren om permanente bewoning tegen te gaan. Ook omdat we als gemeente verantwoordelijk voor deze mensen zijn als ze op straat komen te staan.’

Waar bent u trots op?

‘Op de vele initiatieven die mensen nemen. Er gebeurt hier ongelooflijk veel. Neem Zwartebroek-Terschuur. Daar hebben inwoners met ‘right to challenge’ een eigen speeltuin gerealiseerd. Ze hebben ons uitgedaagd om zelf een taak van de gemeente op zich te nemen met het beschikbare budget. In Kootwijkerbroek is al jaren geleden een Kulturhus opgezet dat de inwoners zelf draaien. Een ander mooi voorbeeld is Stroe. Bij een voetbalvereniging moesten de kleedkamers worden vervangen. Maar de vereniging wilde ook een nieuw clubhuis en tribune. In de gemeentelijke begroting was er alleen geld voor de kleedkamers. Ze hebben het budget voor de kleedkamers gekregen en met veel zelfwerkzaamheid, vaak in de avonden, meteen een prachtig clubhuis neergezet. Dat kenmerkt de manier waarop wij als gemeente graag willen samenwerken met inwoners en organisaties. Ik ben trots op de enorme kracht van de Barneveldse samenleving, die zich ook weer in de afgelopen periode met corona heeft getoond. Mensen staan hier voor elkaar klaar. Ik zie op veel plekken hartelijke gastvrijheid. Dat maakt dat ik met extra veel passie en plezier werk in en voor Barneveld.’

Wat kunnen andere gemeenten leren?

‘Wat ik sterk vind, is dat wij in Barneveld structureel samenwerken met organisaties in het sociaal domein. Ik hoor geregeld over andere gemeenten die om de zoveel tijd het welzijnswerk aanbesteden. Daar lekt enorm veel energie mee weg. Wij hebben een stabiele samenwerking met onze vaste organisaties, die zijn meegegroeid met de samenleving. Als wij het welzijnswerk zouden aanbesteden, dan zouden we misschien uitkomen bij een organisatie uit een heel andere gemeente. Maar voordat je dan weer op het niveau bent waar je nu bent, ben je zo weer een tijd verder. Onze aanpak garandeert rust en continuïteit. Welzijn zit niet steeds op de schopstoel. Die stabiliteit draagt bij aan de stabiele gemeente die Barneveld is en graag wil zijn.’