Veel te winnen door beter hersteltraject

‘Er moet veel meer focus komen op goede nazorg, zodat psychoses kunnen worden voorkomen, verminderd en verzacht'

4 juni 2019

Mensen met complexe psychologische problemen krijgen vaak nog niet de juiste ondersteuning voor, tijdens en na een crisis. Christine Kuiper van Movisie pleit voor een betere domeinoverschrijdende aanpak: ‘Zorg dat politie, medisch- en sociaal domein samenwerken en situaties de-escaleren.’

Ondersteuning van mensen die een psychose hebben gehad is ondermaats. Dat is de conclusie van het onderzoek ‘Praten naast pillen’ dat de Vereniging van Gedrags- en Cognitieve therapieën vrijdag publiceerde. Naar schatting krijgen 75 duizend, van de in totaal 100 duizend psychotische patiënten in Nederland, geen psychologische ondersteuning. Terwijl dat volgens psychologen een terugval aanzienlijk kan voorkomen. Christine Kuiper, adviseur sociale innovatie bij Movisie, ziet nog veel meer mogelijkheden om mensen met een psychose beter te helpen bij hun herstel.

Sectoroverschrijdend

‘Van allerlei kanten komen signalen dat de huidige manier waarop we omgaan met crises niet altijd als passend wordt ervaren’, vertelt Kuiper. Dit komt omdat er vanuit het huidige systeem geredeneerd wordt: de zorgvraag past niet in de manier waarop zorg georganiseerd is. ‘Willen we crises adequaat aanpakken, dan moeten we redeneren vanuit de mens’, stelt Kuiper.

Eén taal

Een grote uitdaging daarin is sector overschrijdende aanpakken. Nu handelen zorg, welzijn en veiligheid nog vaak vanuit zichzelf en nog te veel op een eiland. ‘Die drie sectoren moeten samen één taal ontwikkelen die ze allemaal begrijpen en ervoor zorgen dat duidelijk wordt wie waarvoor verantwoordelijk is en wie hoe kan bijdragen.’

Juiste mensen op de juiste plaats

Nu wordt er bij een crises nogal eens verkeerde middelen ingezet. Een melding van iemand in een psychose komt nog vaak terecht bij de politie. ‘Het erop afsturen van een politieagent in uniform werkt niet de-escalerend’, stelt Kuiper. ‘Als iemand met een psychose vervolgens in de isoleercel of in een politiecel terecht komt, kan dat zelfs leiden tot een trauma. Terwijl als je er medisch personeel op afstuurt, de situatie waarschijnlijk minder uit de hand loopt en de patiënt beter geholpen is. Sommige grote steden werken daarom met een ‘psycholance’, zij verlenen de eerste opvang waardoor de politie er vaak niet meer aan te pas hoeft te komen.’

Alle partners in Amsterdam Zuid werken intensief samen om mensen met ggz-problematiek onderdeel te laten zijn van de wijk. Lees hierover meer in dit artikel.

Crisiskaart

‘Wat ik mis in het 'Praten naast pillen'-onderzoek is aandacht voor herstel’, zegt Kuiper. ‘We zien dat mensen die een psychose hebben gehad vaak te weinig hulp achteraf krijgen. Een goede methode is het maken van een crisiskaart met bij voorkeur een ervaringsdeskundige. In de crisiskaart schrijft de patiënt op welke signalen hij of zij waarschijnlijk gaat geven als het weer slechter gaat en wat de omgeving kan doen. Maak je zo’n kaart met een ervaringsdeskundige, dan hoef je veel van wat je hebt meegemaakt niet uit te leggen. Dat maakt het invullen van een zo’n crisiskaart makkelijker en een fijne stap in de richting van herstel.’

'Er moet veel meer focus komen op goede nazorg'

Nazorg

Overigens is het belangrijk dat die crisiskaart wel gebruikt wordt. ‘We zien helaas nog te vaak dat een nabije vorm van zorg (en een nabije houding) haaks staat op de procedures en systemen die we met elkaar bedacht hebben’, vertelt Kuiper. ‘Er moet veel meer focus komen op goede nazorg, zodat psychoses kunnen worden voorkomen, verminderd en verzacht. Niet alleen vanuit gespecialiseerde psychologen maar ook door omgeving, sociaal professionals en ervaringsdeskundigen te betrekken.’

Outreachend werken

‘Er moet ook een goede multidisciplinaire en domeinoverstijgende infrastructuur komen rondom verward gedrag’, denkt Kuiper. ‘Gemeenten zijn hiermee bezig, maar dat is nog in ontwikkeling. Er wordt momenteel met ZonMw-subsidie geëxperimenteerd met manieren om dat goed te kunnen doen. Wat essentieel is, is de aanwezigheid van outreachende intensieve hulp die snel beschikbaar is. Het 'Praten naast pillen'-onderzoek concludeert ook dat psychologen deze patiëntengroep niet alleen kunnen helpen van 9-tot-5 uit hun kantoor, maar echt achter de voorkeur moeten komen. Dat geldt ook voor andere ondersteunende professionals die achter de voordeur komen. Juist bij iemand thuis krijg je signalen waardoor je op tijd de juiste ondersteuning kan geven.’

Christine Kuiper geeft samen met haar Movisie-collega Anne-Marie van Bergen, Dorothé van Slooten van Phrenos en ervaringsdeskundige Danny Jacksteit een workshop op het 4e congres Mensen met verward gedrag. In die workshop vertelt een ervaringsdeskundige alles over zijn ‘klantreis’. Kijk hier voor informatie over dit congres en als je je wilt aanmelden.

 Dit artikel is verschenen op Zorg+Welzijn