‘Benut de speelruimte die wetgeving in sociaal domein te bieden heeft.’

3 december 2019

Een meneer van 82 jaar krijgt te horen dat hij zijn huis uit wordt gezet, omdat hij de huur niet meer kan betalen. Wat doe je daar mee als gemeente? In elk geval meer dan alleen maar een formulier voor bijzondere bijstand invullen, vinden ze in Huizen. ‘We spelen in op het verhaal achter de vraag’, aldus Jeroen Bigot, afdelingshoofd maatschappelijke ondersteuning, ‘we kijken niet alleen naar waar iemand recht op heeft, maar vooral naar wat iemand nodig heeft.’

Het verhaal van de 82-jarige (zie kader) is een voorbeeld van de manier waarop een ambtelijke organisatie ruimte kan geven aan responsiviteit - oftewel: aan het vermogen van een professional om in te schatten wat werkelijk voor de ander van betekenis is. Responsiviteit staat centraal in ‘Anders Kijken’, het proefschrift van Movisie-bestuursvoorzitter Janny Bakker-Klein. Gedurende twaalf jaar (tot juni 2018) was zij wethouder in Huizen. In die rol gaf zij mede vorm aan de responsieve manier van werken binnen het sociale domein van deze gemeente. ‘We kijken hier niet alleen naar de regels en de grammaticale uitleg daarvan, maar vooral naar de vraag wat de wetgever heeft bedoeld met de wettelijke bepaling. En dat betekent in de uitvoering dat elke consulent binnen een bepaalde bandbreedte kan doen ‘wat nodig is’ voor de inwoner die tegenover hem zit’, licht gemeentesecretaris Paul Veldhuisen toe.

In het geval van de 82-jarige - een kwestie die drie jaar terug speelde - werd het Jeroen Bigot al snel duidelijk: deze meneer had in hoofdzaak een financieel probleem. Hij was radeloos en zag hij het niet meer zitten, omdat hij op straat zou belanden. Meneer had jarenlang zuinig geleefd, maar na zijn pensionering was zijn inkomen zo ver gedaald dat hij op den duur de huur niet meer kon opbrengen. Daarnaast was de woning te duur om voor huurtoeslag in aanmerking te komen. Eigenlijk was het huis ook veel te groot voor hem, maar een verhuizing kon hij niet betalen. De verhuurder verplichtte de man om de woning - en ook de tuin - in de oorspronkelijke staat terug te brengen. Ook dat zou duizenden euro’s gaan kosten, want elk spijkergat moest dicht en de tuin moest geëgaliseerd worden. Veel werk kortom, want de man had twee prachtige vijvers aangelegd en bomen geplant.

Als oplossing kreeg de man om te beginnen een vaste contactpersoon toegewezen. Deze consulente nam de regie op het proces, ging op huisbezoek en voerde verschillende gesprekken met meneer. Het lukte haar om een tweekamerwoning te regelen in een appartementencomplex. Daarnaast regelde ze via het welzijnswerk vrijwilligers die kwamen helpen met de verhuizing en klusjes in zowel het oude als nieuwe huis van de man. Via de bijzondere bijstand zorgde ze ervoor dat de gemeente bepaalde kosten op zich kon nemen, zoals verhuiskosten, inrichtingskosten, dubbele huur, woonkostentoeslag en de kosten voor het in oorspronkelijke staat terugbrengen van de huurwoning en de tuin. Ook trof ze een betalingsregeling met de verhuurder. Binnen drie maanden kon de man op een nieuwe plek rustig en zonder stress verder leven.

Zonder deze hulp was de man wellicht dakloos geworden. Jeroen: ‘We hadden ook kunnen zeggen: ‘gaat u maar naar daklozenopvang in Hilversum’. Alhoewel ik me dat eigenlijk niet kan voorstellen in het geval van een 82-jarige’. Hij vervolgt: ‘Misschien waren er ook mensen geweest die hulp bij fondsen of anderszins hadden gezocht. Er moest hoe dan ook een oplossing komen, want deze man kon structureel zijn huur niet meer betalen.’ Zijn collega Paul stelt: ’Iedere consulent heeft natuurlijk zijn eigen aanpak, werkwijze en beleving van wat de persoon die tegenover hem zit nodig heeft. Daarmee zou de vraag ‘wat nodig is’ kunnen leiden tot willekeur. Binnen een bepaalde bandbreedte kunnen onze consulenten immers doen wat zij nodig achten. Om willekeur te voorkomen streven we een zekere uniformiteit na.’ Jeroen legt uit: ‘We gaan we met elkaar in gesprek: hoe heb je dit aangepakt? Heb je het goed gedaan? Hoe zou je het de volgende keer doen? Door intervisie en casusoverleg zorgen we ervoor dat we samen op dezelfde koers blijven.’

Tijd en geld

Desgevraagd geven zowel Paul als Jeroen aan dat de responsieve manier van werken veel tijd kost. Desalniettemin biedt deze werkvorm de mogelijkheid om persoonlijk, oplossingsgericht en nabij de mensen te werken - een werkwijze die ze in Huizen voorstaan. Jeroen: ‘We kijken naar de hele situatie, niet alleen maar naar waar iemand recht op heeft. We kijken hoe het met iemand gaat en onderzoeken of er nog andere vraagstukken zijn waarbij iemand hulp nodig heeft. Daar is meer dan één gesprek voor nodig, we gaan ook op huisbezoek.’ Responsief werken kost daarom als het om personeel gaat meer geld; tegelijkertijd wordt op productkosten en begeleiding juist bespaard. Jeroen: ‘We hadden in het geval van de 82-jarige meneer ook kunnen zeggen: ‘we besteden het uit en huren voor een half jaar via WMO-contractbegeleiding een begeleider die deze meneer gaat ondersteunen. Dan waren we een half jaar begeleidingskosten kwijt geweest, zonder te weten of de situatie daarmee opgelost was. Ik wil maar zeggen: als je genuanceerd naar een situatie kijkt, dan is wat iemand nodig heeft niet altijd op te lossen met geld, producten, of begeleiding door een externe.’
Dat ze in Huizen kunnen werken zoals ze werken, heeft alles te maken met de rekkelijke regels in het sociaal domein. ‘De grote truc, kunst en vaardigheid, is om de speelruimte te benutten die de wet biedt’, verklapt de gemeentesecretaris, die waarschuwt voor te veel regels en verordeningen op lokaal niveau: ‘die kunnen een keurslijf veroorzaken die de speelruimte beperkt. En dat doen we in Huizen dus vooral niet.’

Symposium 'Anders kijken: responsiviteit in het sociaal domein'

Op 4 december organiseert Movisie in samenwerking met Sociale Vraagstukken en de Erasmus Universiteit Rotterdam het symposium 'Anders kijken: responsiviteit in het sociaal domein'. Janny Bakker-Klein, voorzitter van de Raad van Bestuur van Movisie, startte ruim twaalf jaar geleden met haar onderzoek, vanuit de verwondering over schrijnende situaties van mensen die in ons land in aanraking kwamen met het brede sociaal domein en die daarin veel leed werden aangedaan. Formeel klopte het beleid en klopten de regels, maar in de dagelijkse praktijk was de toepassing daarvan voor deze mensen niet in hun voordeel. Hoe kan dat, waarom gaan we in het sociaal domein met mensen om zoals we dat doen en waarom is het zo moeilijk om mensen op een voor hen betekenisvolle manier te helpen? Meld je gratis aan voor het symposium.

Tekst: Annelies van der Woude