Hoe vernieuwen gemeenten de cliënten- en burgerparticipatie?

artikel - 26 oktober 2015
vernieuwing cliënten- en burgerparticipatie

Movisie volgt sinds de zomer negen gemeenten in hun zoektocht naar vernieuwing in cliënten- en burgerparticipatie. De transformatie in het sociale domein roept de vraag op hoe zij op een andere manier cliënten en burgers kunnen betrekken bij het beleid in het sociale domein. En is het mogelijk om een bredere groep burgers te betrekken? Een ronde langs voorbeeldgemeenten leverde de volgende punten op.

1. Gemeenten kiezen voor brede adviesraden

Steeds meer gemeenten kiezen voor integrale adviesraden voor het hele sociale domein. In deze raden zitten veelal burgers op persoonlijke titel. Ze geven de gemeente advies over allerlei zaken die de Wmo, Participatiewet en Jeugdwet betreffen. De leden zijn vooral beleidsdeskundig. Ervaringsdeskundigheid is minder aanwezig. Over hoe deze brede adviesraden functioneren, is nog weinig te zeggen. Wel ziet menigeen het risico van zo’n raad met een afstand tot de samenleving. Raden proberen dit te voorkomen door te werken met klankbordgroepen en netwerken van belangenorganisaties en actieve burgers.

2. Er is behoefte aan direct contact met burgers

Gemeenten hebben, naast de radenstructuur, behoefte aan direct contact en dialoog met burgers en cliënten. Dit gebeurt bijvoorbeeld via focusgroepen, stadspanels, dialoogsessies en cocreatie-trajecten. Amersfoort gaat starten met een participatieteam van creatieve en netwerkende vrijwilligers. Wanneer de gemeente in gesprek wil met mensen die ervaringen hebben met dagbestedingsmogelijkheden in de wijk, dan kan de gemeente in samenwerking met dit team een ontmoeting in de wijk organiseren. Groningen organiseerde spiegelgesprekken met cliënten en hun mantelzorgers. Daarnaast organiseerden ze in Groningen een deliberatieve peiling. In deze vernieuwende vorm van burgerparticipatie krijgen deelnemers gewogen informatie over een probleem, waar ze vervolgens over discussiëren. Een deliberatieve peiling levert vaak genuanceerde beslissingen op. Idealiter wil Stichtse Vecht eind 2016 een netwerk van actieve burgers waar de gemeente mee kan klankborden of gezamenlijk mee kan optrekken voor het aanpakken van maatschappelijke opdrachten.

Via straatgesprekken wil de gemeente Zaanstad een nieuwe participatiestructuur ontwikkelen.

3. Ook het regionale niveau moet je organiseren

Lastig: participatie op regionaal niveau is nodig omdat op dat niveau het beleid wordt gevormd en inkoop van zorg plaatsvindt. Maar voor het dagelijks leven van burgers is dit vaak minder relevant omdat de uitvoering van het beleid vooral op wijkniveau plaatsvindt. In Drechtsteden bestaat sinds 2015 de Regionale adviesraad die een goede wisselwerking heeft met lokale Wmo-raden. In Nijmegen en omgeving is in 2015 een Regionaal Platform voor Ervaringsdeskundigen opgericht, een netwerkconstructie met leden van de verschillende Wmo- en cliëntenraden die de regiogemeenten adviseren. Er wordt gewerkt met tijdelijke themagroepen waarbij ook andere ongeorganiseerde burgers worden betrokken.

Wilt u meer weten over de nieuwste inzichten en praktijkervaringen van experts op het gebied van cliënten- en burgerparticipatie? Bekijk dan het gratis magazine 'Nieuw perspectief' ter ere van het vijfjarig jubileum van het kennisprogramma Cliëntenparticipatie.

4. Omslag bij gemeenten nodig

Vernieuwing in cliënten- en burgerparticipatie vraagt om vernieuwing bij gemeenten. Een andere houding: meer dialoog, meer investeren in netwerken en cocreatieve trajecten. Leeuwarden vindt het belangrijk dat mensen vanaf het begin worden betrokken bij het proces en de beleidsontwikkeling. Dit vraagt ook een andere houding van ambtenaren. Van hen wordt verwacht dat voordat er een beleidsstuk ligt, ze zelf ook informatie bij hun vertegenwoordigers en de wijk ophalen. Elk nieuw beleidsplan moet vooraf met burgers worden besproken. Als de gemeente meer met de bewoners ‘achter de instituties’ in gesprek wil, dan vraagt dit om kennis van bestaande netwerken en een proactieve en nieuwsgierige houding van de gemeente, stelt Groningen. Schiedam stelt dat een belangrijke voorwaarde voor een vernieuwende werkwijze is dat gemeente zelf werkt vanuit een visie die past bij deze aanpak: ruimte voor de inbreng en actieve rol van de doelgroep, zonder teveel beperkende regels.

5. Andere rol van de gemeenteraad

Een nieuwe aanpak vraagt niet alleen een andere houding van ambtenaren, maar ook van de gemeenteraad. De gemeenteraad zal de sturing wat meer los moeten laten en meer aan inwoners overlaten. De gemeente Schiedam wil bijvoorbeeld dat de raad en bewoners meer in co-creatie beleid maken. Elkaar vragen stellen en zoeken naar instrumenten en aansluiting om deze gezamenlijke doelen vorm te geven. De gemeente Zaanstad zoekt naar een participatievorm die voor zoveel mogelijk mensen aansprekend moet zijn. Via onder andere straatgeprekken wil de gemeente een nieuwe participatiestructuur ontwikkelen. In Groningen waren gemeenteraadsleden bij de gesprekken in de wijk.

'Als de gemeente meer met de bewoners ‘achter de instituties’ in gesprek wil, dan vraagt dit om kennis van bestaande netwerken en een proactieve en nieuwsgierige houding van de gemeente.'

6. Meedenken, meedoen en meebeslissen passen

Meedenken met beleid, meedoen en meebeslissen zijn rollen die meer in samenhang moeten worden gezien, stellen de gemeenten. De gemeente Peel en Maas heeft een ‘Sociale Raad van gelote burgers’ ingesteld die een vraagstuk in het sociale domein van allerlei kanten belicht. De raad vormt een oordeel over z’n vraagstukken en de gemeenteraad betrekt het resultaat in haar besluitvorming. Amersfoort heeft een G1000 georganiseerd en een G250 op wijkniveau. De gemeente Schiedam ondersteunt burgers bij het ontplooien van hun eigen initiatieven om de participatie van kwetsbare burgers te vergroten op basis van gelijkwaardigheid. Buurtvrouw is daarvan een mooi voorbeeld. Een initiatief van een aantal actieve bewoners om in een leegstaand pand werkgelegenheid te creëren voor mensen met een beperking. Ze organiseren een buurtwinkel met een eigen atelier, koffiecorner en productielijn. De vraag is hoe de verschillende initiatieven en structuren elkaar kunnen versterken. Groningen heeft met hulp van het ‘vliegwiel doe-democratie’ van Movisie onderzocht in hoeverre actieve wijkbewoners signalen hebben die bruikbaar zijn voor de stedelijke adviesraad en belangenorganisaties.

7. Een actieve wethouder met focus

Veel van de gemeenten zitten middenin de zoektocht naar vernieuwing. Wat daarin lijkt te helpen is een wethouder die een duidelijke koers voor ogen heeft en daarover vanaf de start transparant is. Dit geeft de kaders om vervolgens van onderop na te denken over hoe een bredere groep burgers betrokken kan zijn bij het beleid. Tegelijkertijd: wanneer in die koers de vorming van een brede adviesraad voorop staat en er weinig ruimte is voor andere vormen, roept dit vaak weerstand op en kan het proces van onderaf stil komen te liggen. Zaanstad zit middenin zo’n proces waarin hierover gesprekken worden gevoerd met diverse cliëntgroepen, maar waar ook bewoners op straat en via het Stadspanel worden bevraagd. Volgens Almere ligt de sleutel voor succes in het feit dat het model door de betrokken organisaties zelf is opgesteld. Hierdoor is er een sterk gevoel van eigenaarschap. Nog een kanttekening van een aantal gemeenten: als de nieuwe structuur leidt tot het opheffen van de oude structuur dan kan dit alsnog tot weerstand leiden.

Dit artikel verscheen in MOVISIES 25 - oktober 2015. MOVISIES is ons relatieblad en verschijnt drie maal per jaar. Neem nu een gratis abonnement door u aan te melden.

Reacties

Reageer op dit artikel

3 + 10 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.