Samenwerken in de wijk: de 10 belangrijkste vragen

artikel - 28 november 2016

Eén huishouden, één plan, één regisseur: dat is het uitgangspunt van de integrale benadering van veel wijkteams. Hiervoor zijn korte lijnen, snelle afstemming en uitwisseling van expertise tussen diverse hulpverleners wel noodzakelijk. Oók buiten het wijkteam. In de praktijk blijkt dat makkelijker gezegd dan gedaan. Movisie deed onderzoek en vond 10 vragen en dilemma’s.

‘Vanuit het programma Integraal Werken in de Wijk hebben we een inventarisatie gedaan onder bestaande onderzoeken en evaluaties. Hieruit hebben we de tien belangrijkste vragen gedestilleerd die leden van sociale wijkteams hebben wanneer ze samenwerking buiten het team opzoeken’, vertelt Maaike Kluft, adviseur bij Movisie. ‘Een van de dingen die opvalt, is dat visie en werkwijze van verschillende professionals en opdrachtgevers niet altijd op elkaar aansluiten. Ook is niet altijd helder wie wat doet. Meer met elkaar in gesprek gaan en tot een gezamenlijke werkwijze komen, zou meer aandacht moeten krijgen.’

De 10 belangrijkste vragen als het gaat om samenwerken met professionals buiten het wijkteam

  1. Hoe maak ik ruimte in mijn agenda en takenpakket?
  2. Hoe kan ik anderen ontmoeten en het contact opbouwen?
  3. Hoe komen we op één lijn qua visie en werkwijze?
  4. Hoe weet ik zeker dat de ander mij en de bewoner verder helpt?
  5. Wat doen we met die financiële schotten?
  6. Wie heeft welke taak en verantwoordelijkheid?
  7. Hoe ga ik om met belangen en gevoelde concurrentie?
  8. Hoe vergroot ik mijn onafhankelijke positie?
  9. Hoe ga ik om met organisatorische belemmeringen?
  10. Hoe krijg ik meer mandaat en ruimte om te experimenteren?

Tijdgebrek

Een van de belemmerende factoren hierin is tijd. Hoe maken professionals ruimte in hun agenda’s? Volle takenpakketten, administratieve druk en te weinig mankracht maken overleg en samenwerking met anderen lastig. Aanbestedingen zijn volgens de respondenten in de onderzoeken een boosdoener. ‘De structuur van aanbestedingen maakt dat organisaties beloftes hebben gedaan aan gemeenten over prestaties en resultaten die in de praktijk moeilijk te realiseren zijn’, legt Kluft uit. Hierbij is volgens een aantal respondenten te veel uitgegaan van een ideaalsituatie waarin de uitvoering op rolletjes loopt. In de praktijk blijkt dat iedere wijk een andere aanpak nodig heeft. Er zou veel meer gekeken moeten worden naar de samenstelling van bewoners en vragen die er spelen.’

(Onbewuste) twijfels

Opvallend vindt Kluft dat veel vraagstukken in de rapporten en evaluaties zijn beschreven als gebreken in systemische zaken. ‘Belemmeringen in de samenwerking kunnen ook ontstaan doordat beleid en regelgeving soms schuurt met dieperliggende kernwaarden van professionals over wat nodig is voor het welzijn van buurtbewoners.’ Als voorbeeld noemt ze dat vanuit de Wmo onder andere wordt gestimuleerd de regie zoveel mogelijk bij de buurtbewoner te laten en het sociale netwerk te benutten. ‘Maar soms gaat dit tegen de wens van de bewoner in. Wanneer volg je die wens en wijk je dus af van de Wmo?’

Mandaat

Dat levert meteen een volgende vraag op: Hoe krijg je de ruimte en het mandaat om hiermee te experimenteren? Kluft: ‘Het is belangrijk een open gesprek aan te gaan met de gemeente, maar ook met potentiele samenwerkingspartners. Zorg dat je het zelfvertrouwen en de vaardigheden krijgt om de ruimte binnen kaders te benutten en leer om te onderbouwen waarom je iets anders zou willen. Kijk met welke organisaties je kunt samenwerken om je doelen te realiseren. Regels en bureaucratische afspraken mogen de ondersteuning van buurtbewoners niet in de weg zitten.’

Financiële ontschotting

En dan is er nog de bekostiging. Onduidelijkheid hierover zorgt ervoor dat professionals vaak zoekende zijn en het verkokeren van geldstromen maakt samenwerking lastig. 'Gelukkig wordt in verschillende gemeenten geëxperimenteerd met financiële ontschotting. Denk bijvoorbeeld aan het werken vanuit een breed wijkbudget, waaruit alle ondersteuning voor een wijk wordt betaald. Zo wordt het makkelijker om maatwerk en integrale ondersteuning te bieden.’

Lees meer over alle 10 vragen in de publicatie Samenwerken in de wijk: 10 vragen rondom samenwerking tussen sociale wijkteams en andere professionals.

Deze publicatie is een uitgave van Integraal Werken in de Wijk. In dit landelijk programma bundelen Movisie, het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, Nederlands Jeugdinstituut, Trimbos-instituut, Vilans en de Werkplaatsen Sociaal Domein de krachten om samen met professionals en beleidsmakers kennis en expertise over integraal werken te ontwikkelen en toegankelijk te maken.

Reacties

Ik ga een voorstel doen. Ik ben een leek, wel een cliënt met de nodige ervaring met zorg vanuit de Wmo, dus aangestuurd vanuit het WIJ-team. Maar ik heb ook enige jaren van (mee)vergaderen over zaken zoals zorg-inkoop, ben betrokken geweest bij de cliëntenraadplegingen bij het opzetten van de Wmo (2007) en bij de gemeentelijke cliëntenraadplegingen bij de implementatie van de Wmo. En ten slotte ook nog twee jaar als cliënt-adviseur bij de adviesraad van het Zorgkantoor, dus, hoewel niet professioneel ik ben niet van alle kennis gespeend.
Laat ik ermee beginnen dat iedereen notie heeft van de fragmentering van de hulpverlening. die fragmentering lijkt het gevolg van een aantal elkaar snel opeenvolgende ontwikkelingen die voornamelijk opgevangen zijn door handelen vanuit financiële noodzaak en oplossingen op de korte termijn. Voor het overkoepelende aansturende proces lijkt maar geen tijd te zijn. Ook geen eenduidende visie over hoe je dat moet inzetten. Dus blijft het ad hoc aanmodderen. Ik denk dat iedereen het tot zover hier wel mee eens kan zijn. Hier komt mijn voorstel: laat vanuit het Kabinet met instemming van de Tweede Kamer (liefst ook nog de Eerste Kamer) een conceptwet opstellen voor een regie-proces met de Gemeenten als Centrale en Aansturende Instantie. In de uitvoering betrekt de Gemeente alle partners (liefst in die wet genoemd of als soort omschreven) en komt d.m.v. overleg en samenwerking tot een regie-protocol voor ketenzorg! Deze route betrekt alle politiek van invloed zijnde en erbij behorende instanties, bestuurlijk is de zaak dan geborgd. In de gemeentelijke implementatie is er dan nog volop ruimte voor maatwerk. En... in elke gemeente komt er dan een vastgelegd proces en werkwijze voor verantwoorde ketenzorg, dan valt er niks meer tussen wal en schip. Is dat een idee, of toch niet? Ik ben benieuwd.

Reageer op dit artikel

3 + 2 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.