Solidariteit in tijden van corona: omzien naar elkaar in buurten en wijken

Rol voor gemeenten in aanpak eenzaamheid

18 juni 2020

Eenzaamheid is als vraagstuk urgenter dan ooit. Door de coronacrisis is eenzaamheid onder bepaalde groepen toegenomen, maar er zijn ook inspirerende initiatieven opgekomen om naar elkaar om te zien, juist nu. Wat zijn de mogelijkheden in de anderhalvemetersamenleving om toch betekenisvol contact met anderen te hebben? Welke rol kunnen gemeenten daarbij spelen? Tijdens de online leerbijeenkomst op 4 juni kwamen deze vragen aan de orde.

Radboud Engbersen (als expert werkzaam bij Movisie) stond in zijn bijdrage stil bij de begrippen nabijheid en solidariteit, die volgens hem juist nu van toepassing zijn. ‘Ouderen leven in veelal in een kleine omgeving. Daarvoor is nabijheid en steun in de eigen buurt heel belangrijk. Bij solidariteit gaat het om het omzien naar elkaar, activiteiten van burgers die iets doen voor een ander.’ De studies De bedreigde stad en De stille stad, respectievelijk over Rotterdam en Den Haag, leveren bewijs dat de nabije solidariteit is toegenomen. Engbersen legt uit: ‘De nabije solidariteit is gestegen, maar vooral mensen met hogere inkomens en jongeren zijn méér gaan helpen. Kwetsbare groepen zijn ook gaan helpen, maar in mindere mate. Daarin zit een aspect van wederkerigheid: hulptroepen zijn toegenomen, maar als je zelf niet kunt helpen, krijg je ook niet zoveel hulp.’

Ter illustratie noemt Engbersen de Opzoomerstraat in Rotterdam: ‘Een sociaal project van 25 jaar geleden, waarin mensen die in dezelfde straat wonen naar elkaar omzien. Niet alleen maar als iets kapot is en gerepareerd moet worden, maar ook als iemand uit het ziekenhuis ontslagen is, dat er dan een bloemetje wordt gebracht. Ik hoorde dat er begin april 1.200 straten (!) actief waren die iets deden aan de effecten van corona. Opbouwwerkers zeggen wel eens: geef mij maar een ramp, want dan sluiten de gelederen zich. Het lijkt erop dat de coronacrisis ervoor heeft gezorgd dat de nabije solidariteit is toegenomen.’


Ook buurtrelaties lijken versterkt te zijn door de coronacrisis, aldus Engbersen. Voor hoger opgeleiden en gepensioneerden geldt dit zeker, mensen met lagere inkomens geven aan dat hier minder sprake van is. Volgens Engbersen blijft het een uitdaging om de meest kwetsbare groepen te bereiken. ‘We zien dat veel zorg- en hulpverlening is afgeschaald. Wijkteams waren terughoudend met face-to-face-contact, vanwege de maatregelen. Wat we ook zagen is dat buurt- en opbouwwerk juist was opgeschaald. Zij draaiden overuren. Tot voor kort was de vraag: slagen we erin af te schalen naar het voorveld en meer in te zetten op preventie? De coronacrisis lijkt deze beweging te versnellen.

Eenzaamheid: ‘beleefde terughoudendheid’ of ‘nabije solidariteit’?

Wat kan je doen om eenzaamheid te voorkomen of te verminderen, in tijden van corona? Volgens Engbersen gaat het om basale activiteiten zoals een praatje maken, boodschappen doen, eten koken. ‘Liefst onder de paraplu van een zorg- of welzijnsinstelling.’ Hij introduceert de term ‘beleefde terughoudendheid’, eerder benoemd door Anja Michielse in de publicatie Onderbelichte aspecten van eenzaamheid. Engbersen: ‘We willen niet anoniem leven. Aan het individualisme zit een grens, vinden we. We willen best boodschappen doen, maar niet in iemands leven gezogen worden. Liefst niet elke avond met een pannetje soep op de deur staan. Dat leidt ertoe dat er schroom is om elkaar te helpen, vandaar ‘beleefde terughoudendheid’. Engbersen ziet juist in coronatijd allerlei initiatieven die die ‘beleefde terughoudendheid’ doorbreken: balkongesprekken, nieuwe vormen van huisbezoek, wandelmaatjes, het delen van je tuin. ‘Vormen van nabije solidariteit die we zonder de coronacrisis misschien wel niet gehad hadden. Het advies van de Raad voor de Volksgezondheid luidt dan ook om burgers te stimuleren blijvend contacten te leggen, ook en juist in de anderhalvemetersamenleving. Tot slot pleit Engbersen voor warme plekken in de fysieke nabijheid en (leef)omgeving van ouderen, zoals een bibliotheek of buurthuis. Die vormen van nabije solidariteit hebben we nu en straks echt nodig!’

De rol van gemeente bij de aanpak van eenzaamheid in tijden van corona

Lilian Lambrechts (werkzaam als coördinator dorpsgericht werken bij de gemeente Drimmelen) vertelt dat in Drimmelen in het begin van de coronacrisis in no time een Facebookpagina was opgezet om mensen in Drimmelen elkaar te laten helpen, variërend van een belmaatje tot het doen van boodschappen voor elkaar. In meerdere gemeenten wordt met zo’n vraag-en-aanbodpagina gewerkt. ‘Als het gaat om activiteiten op groepsniveau dan denk ik aan buurtsportcoaches. Zij werken normaliter in het verzorgingshuis, nu zijn ze de wijk in gegaan. Op een plek waar veel ouderen bij elkaar wonen, zijn ze aan de slag gegaan. En de ouderen deden mee vanaf hun balkon. Dat gaf veel energie en bleek toch ‘gewoon’ mogelijk op anderhalve meter.’ Volgens Lambrechts is het belangrijk om aandacht te hebben en te houden voor de behoeften van kwetsbare groepen. Ook een goede samenwerking met verwijzers, zoals huisartsen en poh’ers, ziet zij als een werkzaam element. ‘Als zij enthousiast zijn over een activiteit of aanbod, dan praat dat veel makkelijker en zijn mensen veel sneller geneigd aan te haken. Maar die samenwerking met verwijzers is ook belangrijk omdat zij achter de voordeur komen. Zij zijn vaak goed op de hoogte wat er speelt.’

Annemarieke Slavenburg (werkzaam als beleidsadviseur sociaal domein gemeente Nissewaard) vertelt over de initiatieven die er in haar gemeente worden opgezet in coronatijd. ‘Een welzijnsorganisatie heeft alle ouderen, die bij hen bekend zijn, gebeld en belmaatjes geregeld. Een buurtvereniging heeft een line dance georganiseerd, in de open lucht, waar iedereen die maar wilde aan mee kon doen.’ In Nissewaard zijn combinatiefunctionarissen actief, zij leggen verbindingen tussen organisaties en initiatieven. Zij denken juist nu ook mee hoe de landelijke richtlijnen van het RIVM te interpreteren zijn. Soms moeten ze afremmen in hun enthousiasme, omdat er toch te veel risico’s zijn. Zij spelen een stimulerende en verbindende rol, over de domeinen heen en verbinden zo zorg, welzijn, sport, cultuur en onderwijs.’


Monique Masselink van PRA Muziektheater uit Amsterdam vertelt over een inspirerend project met kwetsbare ouderen: ‘Door middel van een buitenoptreden maken we contact via dans en improvisaties. We willen mensen aan elkaar verbinden: ouderen, kinderen, kwetsbare mensen, buurtbewoners, zorgprofessionals. Dit buitenoptreden vindt op afstand plaats én komt toch heel dichtbij. De dansers werken met een stok van 1 meter 80 centimeter. Ze maken met die stok ook contact met ouderen, in hun tuin, of achter het raam. Verbluffend is hoe we contact konden maken. Heel bijzonder was welke energie er vrijkwam – zowel bij de bewoners, maar ook bij toevallige passanten. Muziek en dans doet echt iets met mensen en blijkbaar overbrugt het de fysieke afstand.’ Bekijk hier een voorbeeld van wat PRA Muziektheater doet met dans op afstand.

Hoe kunnen gemeenten hieraan bijdragen? Monique weet het wel: ‘Wat wij nu hebben, duet met een stok, wordt in binnentuinen gedaan. Ik ken een pleintje in Amsterdam-Noord, daar zou het ook kunnen. Met stoelen en plekjes op afstand. In openbare ruimte heb je een vergunning nodig. Dat zijn stappen die je moet zetten, dat kan best ingewikkeld zijn. Gemeenten kunnen daarbij helpen. Verder vinden dit soort optredens nu vooral plaats bij mensen die de ruimte hebben, bijvoorbeeld een grote tuin, maar bereiken we de meest kwetsbare groepen wel? Gemeenten zouden daar scherp op moeten zijn!’