Een Virtual Reality game tegen messengeweld

Geweld met steekwapens komt onder jongeren steeds vaker voor. De politie constateert dat jongeren tussen de 12 en 18 jaar steeds vaker betrokken zijn bij zware geweldsincidenten. Jongerenwerkers van MEE & de Wering uit Den Helder vonden een innovatieve manier om jongeren hierover voor te lichten en het messengebruik tegen te gaan: de Virtual Reality (VR) game ReAction. Hoe pakte MEE & de Wering dit aan?

Nikkie Siersma, jongerenwerker: ‘Steekgeweld onder jongeren komt voor ons heel dichtbij. In Den Helder zijn er steeds meer steekpartijen. Een tijdje geleden is een jongen onder het viaduct neergestoken. De jongeren die messen meenemen, worden steeds jonger. Hier moesten we iets mee doen. Scholen doen al veel aan voorlichting en laten politie of bureau HALT informatie geven. Dan kunnen we het nog een keer gaan vertellen, maar dat heeft geen meerwaarde.’

Bas Ouwens, jongerenwerker: ‘Voor dit onderwerp vonden we een voorlichting of een filmpje te weinig en dachten: laten we kijken of we een VR game kunnen ontwikkelen.’

Waarom Virtual Reality als middel?

Bas: ‘Bij jongeren draait het om het maken van keuzes. Het gaat niet perse om het mes. Dat is  slechts een middel wat ze gebruiken. Het gaat erom bewuste keuzes te maken in het leven. In het puberbrein is dat meestal heel lastig.’

Nikkie: ’Met de VR-game kan je die keuzes gemakkelijk oefenen. Dan beleef je het echt.’

Rob Hartings, bestuurder van MEE & de Wering: ‘Het gaat niet werken als je tegen mensen zegt: ‘Je moet de messen thuis laten.’ Je wilt dat de jongeren ervarend leren, maar je wil niet dat ze het in het echt uitproberen. Wat staat er dan het dichtst bij? Virtual Reality. We dachten eerst dat dit veel te duur zou zijn, maar uiteindelijk lukte het.’

Hoe werkt de game in de praktijk?

Susan Rozemeijer, projectleider ontwikkeling VR-game: ‘Bij elke situatie in de game kunnen de jongeren zelf bepalen welke keuze ze maken. Het spel heeft verschillende uitkomsten. Je kan een mes van iemand afpakken. Of in de cel belanden of in het ziekenhuis. Het gaat over: hoe kijk ik naar dingen, wie ben ik en wie ben ik in relatie tot anderen?’

Bas: ‘Leuk is dat in de klassen één iemand het speelt en de rest gaat meehelpen in het maken van de keuzes. Dan krijg je gelijk peer pressure, wat in het dagelijks leven ook voorkomt. Had je die keuze ook gemaakt als de klas dat niet had gezegd?’

Nikkie: ’Het is belangrijk om dit spel in te leiden. Dat ze weten wat ze tegenkomen, want sommigen schrikken ervan. Tijdens het nagesprek vragen we bijvoorbeeld ‘Wie heeft zoiets meegemaakt?’ Dan komen veel verhalen los. Soms gaat het niet eens over messen, maar dat ze bang zijn voor groepjes jongeren.’ 

Susan: ‘Het is een goed instrument om het gesprek aan te gaan. Je sluit aan op hun eigen platform: gamen. Bij een voorlichting zie je ze vaak wegtrekken, maar bij de game zoeken ze meteen uit wie als eerst aan de beurt mag. In het begin is het vaak joelen. ‘Doe dit, doet dat.’ ‘Pak het mes, koop het mes!’ ‘Mogen we nog een keer?’ Maar op een gegeven moment zie je ze denken: ‘Oh ja, als ik dit doe dan gebeurt dat.’ Aan het einde van de game krijgen ze het overzicht van wat ze hebben gedaan tijdens escalerende en de-escalerende momenten en vragen we: ‘Wat denk je dat er goed is gegaan en wat denk je dat er minder goed is gegaan? Wat zou je anders doen?’’

In een klaslokaal zitten leerlingen in een kring. Ze kijken naar een leerling op de voorgrond met een VR-bril op en controllers in zijn handen.

Foto: Susan Rozemeijer, projectleider ReAction

Waarom zien jullie het steekgeweld als een maatschappelijk probleem?

Rob: ‘Laatst heeft in een dorp een jongen van 15 een jongen van 17 neergestoken. Het ging om een ‘schuld’ van 50 euro. De jongen van 15 werd opgeborgen en mag een tijdje niet meer naar buiten. De jongen van 17 heeft een paar weken in coma gelegen en het ternauwernood overleefd. Als je dan nagaat wat dat kost. En als die jongen weer terugkomt. Hoe gaat dat in zo’n gemeenschap? En waarom?’

Susan: ‘Een tijdje geleden is in Zaanstad een mes gevonden, verstopt in de bosjes in de grond. Jongeren weten dat kluisjes gecontroleerd worden. Met alleen kluisjescontroles en fouilleren komen we er niet. Het is een maatschappelijk probleem dat het normaal wordt om messen te dragen. Daar willen we van af.’

Hoe is de VR game ontwikkeld?

Samen met acht jongeren en programmeurs van ImproVive hebben de jongerenwerkers van MEE & de Wering in een week tijd het prototype voor de game gemaakt. MEE & de Wering, kunstencentrum Triade in Den Helder en de gemeente Den Helder hebben financieel bijgedragen. Vervolgens heeft een coalitie met andere welzijnsorganisaties en gemeenten gezamenlijk geld ingelegd en intentieverklaringen getekend om de VR game daadwerkelijk te gaan gebruiken. Het Ministerie van Justitie & Veiligheid heeft voor de helft bijgedragen aan de ontwikkeling. In drie testgemeenten is de VR game doorontwikkeld: Den Helder, Zaanstad en Rotterdam. Jongerenwerkers van deze gemeenten waren betrokken bij de inhoud en het proces en zij droegen de jongeren die meewerkten voor. De jongeren hebben stemmen ingesproken en hun bewegingen zijn via motion capture opgenomen. Hieruit zijn verschillende karakters ontstaan. In totaal hebben meer dan 80 jongeren meegewerkt. ‘We kregen echt een community gevoel. Samen gaan we ervoor.’

Hoe was de samenwerking met de jongeren?

Bas: ‘Die gasten hebben echt serieuze ervaringen opgedaan. Ze kregen les van een goede theaterdocent.’

Nikkie: ‘We hebben hen ook gevraagd hoe dat steekgeweld ontstaat. Je neemt niet zomaar een mes mee. Vaak begint het op social media. Een zin wordt verkeerd geïnterpreteerd en dan loopt het al snel uit de hand. Dat soort situaties moesten er inkomen. Dus het gaat om alles wat in het leven van de jongeren gebeurt.’

Bas: ‘Een van de jongeren is naar aanleiding van de VR-game ervaringsdeskundige geworden en heeft zijn certificaat behaald.’

Rob: ‘Tijdens het maken van de VR game kwam hij voor het eerst in zijn leven vijf dagen op tijd. Er moest een rap in komen en samen met een andere jongen hebben ze in een uurtje een rap bedacht. Ontzettend cool toch?’

Susan: ‘Ze hebben veel meer talent dan ze denken. Ze zien weer perspectief.’

Zien jullie andere terreinen waarop je dit kunt toepassen?

Rob: ‘We praten nu over gamification van het jongerenwerk, dus meer games toepassen in het jongerenwerk. Dat hoeft niet alleen VR te zijn. We zien ook kansen om iets over sexting te ontwikkelen. Dat is ook een probleem.’

Nikkie: ‘In de VR-game ReAction komen al veel van dit soort thema’s zijdelings voor.’

Rob: ‘Gokken of verslaving zijn ook belangrijke vraagstukken. Wat kunnen we daarmee doen? We zien dat jongeren de drugswereld in worden getrokken. Ze krijgen eerst een sigaret of kauwtabak, en even later moeten ze een pakketje bezorgen. En dan moeten ze hun bankpasje afgeven.’

Susan: ‘Uiteindelijk gaat het erom dat we jongeren weerbaarder maken, zelfbewuster en dat ze keuzes kunnen maken, zodat ze geen dingen doen door groepsdruk of druk van buitenaf.’

Leerlingen zitten in een kring en kijken hoe één leerling met een VR-bril op een spel speelt. Op de achtergrond is de game te zien op een smartboard.

Foto: Susan Rozemeijer, projectleider ReAction

Hoe kunnen welzijnsorganisaties innoveren met dit soort sociale technologie?

Rob: ‘Deze VR-game is een bedienmodel en geen verdienmodel. Het belangrijkste is om uit de kosten te komen en dat je samen met welzijnsorganisaties en gemeenten iets op gang brengt. We maken nog te weinig werk van innovatie in het sociaal werk. Met de financiële druk en bezuinigingen komt de preventie in het gedrang. Het jongerenwerk is een uitgesproken kans om meer aan preventie te doen. Dan zijn die games en innovatieve technieken uit andere sectoren belangrijk.’

Bas: ‘Het is heel fijn dat de gemeente vertrouwen heeft in onze organisatie. We krijgen kaders mee, maar je mag door-ontwikkelen. Ik voel me hierdoor vrij om een idee voor te stellen, om ervoor te gaan.’

Nikkie: ‘Maar kleinere gemeenten hebben soms maar anderhalve jongerenwerker. Die kunnen alleen maar straatrondes doen van twee uur per week om te praten met de kids. Daarna is de tijd op. Zo werkt het niet.’

Susan: ‘We moeten benadrukken dat op preventie zoveel bezuinigd is dat we nu in de problemen raken.’ 

Rob: ’De vraag aan gemeenten is: Wat is jullie visie op welzijnswerk en op het voorkomen van maatschappelijke vraagstukken? Is gokverslaving het probleem dat moet worden aangepakt of hadden we dat kunnen voorkomen? Het is ook een oproep: Laten we meer en beter aandacht geven aan preventie!’

Hoe gebruik je digitale technologie in het sociaal werk

De samenleving digitaliseert en de online wereld is nog maar nauwelijks te onderscheiden van de offline wereld. Je denkt bij sociaal werk niet snel aan VR games of kunstmatige intelligentie. Toch is de toenemende digitale leefwereld van mensen voor wie we werken een belangrijke reden om juist wel de kansen te benutten die internet en technologie bieden. De VR game ReAction waarmee jongerenwerkers steekgeweld tegengaan is daarvan een mooi voorbeeld.

In het najaar van 2023 start Movisie een leertraject over het benutten van technologie in het sociaal werk. Geef jouw sociaalwerkorganisatie op als jij en je collega’s meer willen leren over sociale technologie.

Meer informatie en aanmelden

Vier tips van MEE & de Wering voor andere organisaties die willen innoveren:

1. Werk bij het ontwikkelen van technologie samen met mensen met ervaringskennis en/of ervaringsdeskundigheid. Zij bieden kennis over wat bepaalde vraagstukken voor hen in het dagelijks leven betekenen en wat hen helpt. Zo sluit je goed aan bij de leefwereld van de mensen om wie het gaat.

2. Faciliteer ruimte en middelen voor sociaal werkers om bij te dragen aan professionalisering en innovatie. Professionals kunnen meedenken over hoe sociale technologie, op basis van de kernwaarden van het sociaal werk, een plek kan krijgen in de hulpverlening. Zo bouw je aan een goede samenwerkingsrelatie tussen de jongere of volwassene en de hulpverlener.

3. Bundel krachten in het sociaal werk. Innoveren in sociale technologie kost veel tijd en geld. Door samen te werken en kennis te delen kunnen welzijnsorganisaties en gemeenten innoveren in sociale technologie en het verschil maken in het aanpakken van maatschappelijke problemen.

4. De voorgaande punten staan of vallen met de tijd en middelen die gemeenten en landelijke overheid bieden aan welzijnsorganisaties en het sociaal werk om in te zetten op preventie.  

Over de auteurs

Julia Ketel: Onderzoeker bij Movisie met de thema’s: professionalisering sociaal werk, digitale inclusie en integraal werken in de wijk. Voorheen werkzaam als sociaal werker in een sociaal wijkteam.

Toine Broekhuis: Projectmedewerker bij Movisie met de thema’s: professionalisering sociaal werk, digitale inclusie, en junior e-learning ontwikkelaar.

Mellouki Cadat-Lampe: Senior onderzoeker en projectleider bij Movisie met de thema’s: leefbaarheid en sociale basis, diversiteit en inclusie, digitale burgerbetrokkenheid.

Sociaal werk en de digitale samenleving

Dit is het derde artikel van een nieuwe serie over sociaal werk en de digitale samenleving waarin Movisie deskundigen Julia Ketel, Mellouki Cadat-Lampe en Toine Broekhuis spreken met diverse experts en mensen uit de praktijk. Dit jaar verschenen eerder de artikelen Anders werken aan sociale vraagstukken met technologie en Digitalisering: hoe bieden sociaal werkers hulp in de digitale samenleving? In 2022 publiceerde Movisie een eerste serie artikelen over de digitale kloof: ‘De digitale kloof heeft veel impact op het geluk van iemand’, een interview met Alexander van Deursen, hoogleraar communicatiewetenschap aan de Universiteit van Twente en een interview met hoogleraar José van Dijck van de Universiteit Utrecht.

Literatuurvermelding

De Politie, 2022. Nog steeds zorgwekkend veel steekincidenten door jongeren. Op 3 april 2023 verkregen via https://www.politie.nl/nieuws/2022/januari/21/nog-steeds-zorgwekkend-veel-steekincidenten-door-jongeren.html

Dit artikel verscheen eerder in vakblad Sozio.