Alternatieve voorzieningen bieden rust en ruimte

19 februari 2019

De Nederlandse systemen voor onderwijs en zorg zijn niet voor alle kinderen toereikend. Ouders en hulpverleners ontwikkelen daarom alternatieve oplossingen voor kinderen die buiten de boot vallen en noodgedwongen thuis zitten. OPaZ, een project van het ministerie van VWS, heeft deze thuiszittersinitiatieven onder de loep genomen. Een belangrijk kenmerk daarvan is rust en ruimte voor het kind.

‘Kinderen die niet passen in de bestaande systemen voor zorg en onderwijs, daar weten we niet goed raad mee, zegt Marjet van Houten, expert van het Team Participeren naar vermogen van Movisie. Zij houdt zich onder meer bezig met het programma Ondersteuning Passend Zorgaanbod (OPaZ), een initiatief van het ministerie van VWS. OPaZ zoekt structurele oplossingen die de zoektocht naar passende zorg bij complexe zorgvragen makkelijker maken. Bij complexe zorgvragen moeten verschillende sectoren samenwerken. De verantwoordelijkheden en financiering zijn daardoor ingewikkeld. De problematiek van thuiszitters – kinderen die uitvallen uit het onderwijs - is een van die complexe vragen waarvoor een oplossing wordt gezocht.

‘Binnen het OPaZ-onderzoek richten we ons op de inzichten die voortkomen uit de praktijk’

Inzichten uit de praktijk

‘Binnen het OPaZ-onderzoek richten we ons op de inzichten die voortkomen uit de praktijk’, vertelt Van Houten. ‘We hebben twee lijnen opgepakt. De ene lijn is de thuiszittersproblematiek. Er zijn verschillende organisaties en afspraken binnen de formele systemen rond kinderen en jongeren die thuiszitten, zoals samenwerkingsverbanden passend onderwijs, het thuiszitterspact en Gedragswerk. Daar worden kinderen vaak mee geholpen, maar er is ook sprake van een te grote groep die thuis zit, zo’n 4.000 kinderen en jongeren momenteel. Wij zijn nagegaan welke initiatieven er zijn ontstaan waarmee die thuiszitsituatie doorbroken wordt. Het andere onderwerp is omgaan met crisissituaties. Dit is niet gekoppeld aan een bepaalde doelgroep. We zijn op zoek gegaan naar initiatieven, soms binnen en soms buiten de formele systemen, die de crisissituatie op een andere manier benaderen. Wat is het dat zij anders doen?’

Persoonlijke beleving

Het uitgangspunt bij beide lijnen is de persoonlijke beleving van de mensen zelf. ‘De huidige crisisinterventies zijn vooral GGZ-georiënteerd, zoals de inzet van crisisdiensten, acute opnames, behandelingen’, zegt Anna van Deth, senior adviseur Participatie, die initiatieven die rust brengen in crisissituaties heeft geïnventariseerd. ‘Een kenmerk van een crisis is dat regieverlies kan optreden. Er wordt ingegrepen vanuit het formele systeem. De initiatieven die ik heb gevonden, sluiten aan bij de beleving van de mensen zelf, leggen contact, werken met persoonlijke netwerken, bouwen steunstructuren in. Deze initiatieven zoeken naar antwoord op de vraag hoe je rust kan brengen in een crisis, zodat mensen weer mogelijkheden voor eigen regie ervaren.’ Van Houten vult aan: ‘Wat mensen zelf als passende hulp ervaren, is niet hetzelfde als wat ‘het systeem’ als passend ziet. Kinderen die in het onderwijs vastlopen, komen in een molen terecht van steeds weer andere oplossingen, speciaal onderwijs, dagbesteding, enzovoort. Als het niet lukt leren en ontwikkelen op gang te krijgen, komt het kind zwaar getraumatiseerd thuis te zitten. De alternatieve initiatieven proberen eerst kinderen weer rust te geven.’

Neurodiversiteit

De twee verkenningen van OPaZ leggen een aantal overeenkomstige kenmerken bloot. Van Houten: ‘Alternatieve initiatieven bieden een plek om te zijn, om tot rust te komen. Niet meteen beginnen met leren, met doelen stellen, met behandelen, want dat is traumatiserend geweest. Daarnaast gaat het erom welke zienswijze je hanteert. Je kunt op twee manieren naar de problematiek kijken. Je kunt van autisme zeggen dat het een afwijking is van het normale, maar ook dat het een vorm van is van neurodiversiteit. Als hulpverlening kun je uitgaan van de beperkingen die autisme met zich meebrengt, in plaats van te willen dat iemand die beperking opheft met medicatie of door gedragstherapie. Zo kun je een crisis zien als ontstaan door iemands afwijking of door de persoonlijke situatie, maar je kunt het ook opvatten als een botsing tussen wat de maatschappij van iemand vraagt en wat iemand in wezen is.’

Conciërgewoning

Van Houten en Van Deth hebben 45 initiatieven gevonden die opvang bieden aan kinderen en jongeren die thuis zitten vanwege psychiatrische problematiek. Sommige initiatieven bevinden zich binnen het systeem. Van Houten: ‘In Doorn bijvoorbeeld heeft het Revius Lyceum in een voormalige conciërgewoning een huiskamer en werkplek ingericht om thuiszitters met extra begeleiding op te vangen. Kinderen kunnen hier tot rust komen en ze blijven toch dicht bij school.’ Andere initiatieven zijn door de inspanning van ouders of hulpverleners tot stand gekomen en bevinden zich min of meer aan de randen van het formele onderwijs- en zorgsysteem. ‘Deze initiatieven schuren met de formele systemen’, zegt Van Houten. ‘Het is geen onderwijs en geen zorg. Ze hebben te maken met verschillende regels en gemeenten. Er wordt gezegd dat binnen de regels veel kan, maar dat is niet de ervaring van de initiatieven. Zo heerst de opvatting dat een kind zo snel mogelijk terug moet naar school, anders naar een zorgvoorziening en dan terug naar school. Maar de meeste kinderen in de alternatieve opvang hebben die loopings al eens doorgemaakt. Deze alternatieve initiatieven bieden wel een passend antwoord, maar er is geen formele status. Soms lukt het om met de formele systemen afspraken te maken, bijvoorbeeld met een school die afstandonderwijs kan leveren. Maar er zijn ook alternatieven die door formele partijen als twijfelachtig worden gezien.’ Kwaliteit is dan ook een aandachtspunt. Van Houten: ‘Dat is een van de puzzels. De kwaliteit van het regulier onderwijssysteem is in grote lijnen goed, al moet er een en ander verbeterd worden. Maar hoe bepaal je de kwaliteit van maatwerk? Dat is iets individueels, iets dat past bij een bepaalde persoon.’

De ministeries van OCW en VWS hebben inmiddels uitgesproken dat onder bepaalde voorwaarden alternatieve aanpakken gefaciliteerd moeten worden.

Verandering kun je bekrachtigen

De ministeries van OCW en VWS hebben inmiddels uitgesproken dat onder bepaalde voorwaarden alternatieve aanpakken gefaciliteerd moeten worden. ‘Ook de professionals lopen tegen grenzen aan’, zegt Van Houten. ‘Leerplichtambtenaren bijvoorbeeld zien ook vaak dat er iets anders nodig is, maar binnen de context van de wet en hun vak kunnen ze weinig anders doen dan terugleiden naar school.’ Van Houten en Van Deth zien positieve ontwikkelingen. ‘Er zijn alternatieven die substantiële aanpakken ontwikkelen om jongeren in rustiger vaarwater te brengen en weer in ontwikkeling te krijgen. Deze initiatieven sluiten vrijwel altijd aan bij de eigen interesses en mogelijkheden van deze kinderen. Het gaat erom de omgeving zo in te richten dat kinderen zich kunnen ontwikkelen naar wie ze zijn.’ Van Houten verwacht dat de ministeries en de formele systemen veel van deze initiatieven kunnen leren. ‘Kijk wat er gebeurt en geef alternatieven de ruimte. Kijk naar hoe andere waarden ontstaan in de praktijk.’ Hoe deze alternatieve vorm van onderwijs en zorg zich zal ontwikkelen is moeilijk te voorzien. ‘Maar’, zegt van Houten optimistisch, ‘terugkijkend kun je zien hoeveel er de laatste tien jaar al veranderd is. Verandering kun je bekrachtigen.’

Meer informatie over Ondersteuning Passend Zorgaanbod (OPaZ): https://www.opaz.info/