Ervaringsdeskundigheid in de uitvoering van de Participatiewet: ‘Hoeveel bewijs wil je hebben dat iets goed is?’

Hoe kunnen uitvoerende professionals nog beter leren werken vanuit de menselijke maat? Als onderdeel van het programma ‘Participatiewet in Balans’ inventariseerde Movisie in opdracht van het ministerie van SZW het aanbod hierop. Daar hoorde ook een goed gesprek met ervaringsdeskundigen en uitvoerende professionals bij. Deel 2 van een tweeluik.

Stella de Swart werkt als ervaringsdeskundig adviseur menselijke maat bij UWV. Ze nam deel aan een gespreksronde met experts met wetenschappelijke, vakkennis of ervaringskennis, om het begrip menselijke maat vanuit de verschillende perspectieven te belichten. In een eerder artikel over de Quick scan ten behoeve van spoor 3 ‘Participatiewet in Balans’ noemde ze enkele diensten waaraan op basis van ervaringskennis sterke behoefte blijkt. Met deze inbreng laat De Swart zien dat ervaringsdeskundigheid kan helpen om het beleid in de uitvoering van de Participatiewet te verbeteren. 

Ieder verhaal is anders

In het rapport bij de quick scan wordt daarnaast ook de inzet van ervaringskennis in de directe samenwerking met uitvoerende professionals aanbevolen: ´Als je het zelf hebt meegemaakt, zal je eerder signalen oppikken. Dit kun je niet aanleren. Het is dan ook belangrijk om mensen met ervaring in het team te hebben.´ De Swart zag dit belang onderstreept tijdens de genoemde bijeenkomst. ‘Elke ervaringsdeskundige heeft op zijn eigen manier vastgezeten, of zit nog steeds vast in de problemen. Ieder verhaal is dus anders.’ 

Niet per se voorstander

Tjalling Smit heeft zo’n twintig jaar ervaring als professional in de uitvoering van de Participatiewet en de voorgangers daarvan. Hij heeft in al die jaren vele mensen aan de andere kant van de tafel ontmoet. ‘Ik ken de verhalen’, zegt hij. ‘Ik heb zoveel gehoord, van verslaafden tot fraudeurs. En ik weet ook dat iedereen wel eens een foutje kan maken.’ Smit is dan ook niet per se voorstander van de inzet van ervaringsdeskundigen in het gesprek met de inwoner. 

'Als er meer wederzijds begrip komt, dan kan vak- en ervaringskennis complementair worden aan elkaar’

Brede weging

Buiten de spreekkamer ziet Smit wel mogelijkheden ervaringsdeskundigheid in te zetten, als dat tenminste op een reflectieve manier gebeurt. Dat is volgens hem nog lang niet altijd het geval: ‘De inzet van ervaringsdeskundigen volgt te vaak een wij-zij-patroon. Daardoor voel ik me wel eens onbegrepen door ervaringsdeskundigen. Ze snappen niet altijd dat ik een brede weging te maken heb. Daarom zou ik heel graag mijn verhaal aan hen uit willen kunnen leggen. Als er meer wederzijds begrip komt, dan kan het wel echt leerzaam worden. Dan kan vak- en ervaringskennis complementair worden aan elkaar.’

Spagaat

De Swart is het daar helemaal mee eens. Ze ziet hoe professionals vaak in een spagaat zitten: dat ze aan de ene kant de mensen goed willen ondersteunen, maar zich aan de andere kant ook te houden hebben aan de kaders van de wet en de lokale regels. Ze noemt als positief voorbeeld een aanpak waarbij een ervaringsdeskundige en een professional als duo optrekken. ´De ervaringsdeskundige kan in zo´n tandemconstructie een andere rol hebben dan de beroepskracht. De eerste kan werken aan het vertrouwen, een luisterend oor bieden en de inwoner helpen bij het vertellen van zijn verhaal. De ervaringen helpen om de emoties van de inwoners te kunnen volgen. Daarmee helpt de ervaringsdeskundige de professional, omdat die op dat moment bij de feiten kan blijven.’

Doorpakken

Het werken in duo’s is het meest effectief als ze langdurig samenwerken. Alleen al om die reden zou het volgens De Swart goed zijn als ervaringsdeskundigen vaker in loondienst komen. ‘Het gebeurt nog te vaak dat ervaringsdeskundigen met een VVV bon worden afgescheept. Projecten lopen vaak maar kort. Als het geld op is dan stopt het, ook als het succesvol is. Dat is funest voor de continuïteit en voor het vertrouwen dat je als overheid wilt terugwinnen. De landelijke overheid en gemeenten zouden nu echt door moet pakken. Hoe veel bewijs wil je hebben dat iets goed werkt?’

Gelijkwaardige kennisbron

Movisie onderzoeker Gery Lammersen sluit zich daar bij aan: ‘Ervaringskennis is een gelijkwaardige kennisbron, naast de wetenschappelijke en vakkennis. Die erkenning is nodig. Daar moeten we werk van maken, want anders verliezen we menselijk kapitaal. Dat betekent bijvoorbeeld dat overheden en uitvoeringsorganisaties ervaringsdeskundigen in dienst moeten nemen. Op formele plekken, in formele functies en met passende salarissen.’

Onderliggende waarden 

Lammersen is het met Smit eens voor wat betreft de reflectieve houding die er in de samenwerking tussen ervaringsdeskundigen en professionals zou moeten zijn. ‘Het gaat niet alleen om elkaars kennis te delen, het gaat er ook om onderliggende waarden met elkaar te bespreken. Als het devies is om mensen zo snel mogelijk uit de uitkering te krijgen, dan kan dat verworden tot mensen zo snel mogelijk doorschuiven. Zonder de vraag te stellen of iemand echt geholpen wordt.’

'De eigenlijke vraag aan de inwoner zou moeten zijn: wat past bij jou, wat brengt jou verder?' 

Echt geholpen

Lammersen ziet in de praktijk dat er wat dat betreft verschillende visies naast elkaar bestaan, ook onder inkomensconsulenten. ‘De een zegt bijvoorbeeld dat een uitkeringsgerechtigde vrijwilligerswerk kan doen, en daardoor ontheven wordt van de sollicitatieplicht. Maar er zijn er ook die zeggen dat dat niet kan. Maar de eigenlijke vraag aan de inwoner zou moeten zijn: wat past bij jou, wat brengt jou verder? Het gesprek voeren over wanneer iemand echt geholpen is, dat heeft ook met die diepere waarden te maken.’

Gemeenschappelijke besluitvorming

Idealiter is de inbreng van ervaringsdeskundigheid in de spreekkamer niet nodig, zegt Marcel van Druenen, directeur van beroepsvereniging SAM. ‘Want als de relatie tussen de klant en de professional goed is, dan speelt het leven en de inbreng van de klant een belangrijke rol in de gemeenschappelijke besluitvorming. Dus als een professional zijn werk goed doet, dan kan de ervaringsdeskundige op casusniveau niets meer toevoegen.’

Ellende besparen

Maar evenals de rest is ook Van Druenen wél voorstander van de inbreng van ervaringsdeskundigheid als het over beleidsbeïnvloeding gaat. Voor De Swart is het kraakhelder wat het aan ellende kan besparen als ervaringsdeskundigen meedenken bij beleidsaanpassingen: ‘In de tijd dat mijn WW-uitkering stopte, moest je minstens acht weken wachten tot je voor het eerst een bijstandsuitkering gestort kreeg. Er was destijds niet goed nagedacht over hoe het uitpakt voor de mensen die er mee te maken hebben. Mensen kwamen daardoor in de schulden, ze konden aansluiten in de rij bij de voedselbank. Ik heb toen acht weken droog brood gegeten, want in de WW heb je ook niet de ruimte om een buffer op te bouwen.’

Participatiewet in balans

Het programma 'Participatiewet in balans' van het ministerie van SZW beoogt meer menselijke maat, vertrouwen en eenvoud te brengen in de Participatiewet. De wet dient niet alleen een doelmatig, maar ook een begrijpelijk en voorspelbaar vangnet te bieden. Het programma bestaat uit drie sporen. Spoor 3 gaat over de het vergroten van het vakmanschap van de uitvoering van de Participatiewet. De inventarisatie die Movisie maakte hoort bij dit derde spoor. Dit artikel is het tweede deel van een tweeluik ten behoeve van spoor 3 Participatiewet in Balans. Lees ook het eerste deel: Quick scan menselijke maat laat zien: breed aanbod, uitdaging zit in de toepassing

Tekst: Tea Keijl