Geen thuis meer na coming out

21 januari 2021

Toen ik als achttienjarige aan mijn ouders vertelde dat ik ‘op mannen viel’, bedacht ik me geen seconde dat deze boodschap ook zou kunnen betekenen dat ik mijn koffers zou moeten pakken. Helaas is dat voor sommige jongeren de realiteit. Zij hebben, ook van sociaal professionals, betere ondersteuning nodig.

Op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport deed Movisie in het voorjaar van 2020 een verkenning naar de situatie van dak- en thuisloze lesbische, homo, bi, transgender en intersekse (LHBTI) jongeren. Nederland telt naar schatting momenteel zo’n 1.000 tot 2.000 dak- en thuisloze LHBTI-jongeren.

Onveilig

Dak- en thuisloze jongeren hebben vaak al te maken met een gezinssituatie waarin verwaarlozing, geweld, psychische problemen en middelengebruik aan de orde zijn. Voor LHBTI-jongeren komt daar met enige regelmaat bij dat zij worden afwezen door hun omgeving. Deze problemen kunnen ontstaan als jongeren hun LHBTI-identiteit willen onderzoeken of uiten. Dit kan leiden tot een onveilige thuissituatie.

Niet meer welkom

Ik ging in gesprek met hulpverleners, belangenorganisaties en jongeren zelf. Er werd opvallend vaak gesproken over het fenomeen ‘acute dakloosheid’. Van het ene op het andere moment zijn zij niet meer welkom thuis. Een jongere wordt bijvoorbeeld ‘betrapt’ op het hebben van een relatie met iemand van hetzelfde geslacht. Er wordt geroddeld, een jongere wordt ‘verraden’ of er is sprake van een onverwachte en ongewenste ‘coming out’. In een aantal situaties leidt dit tot het direct wegsturen van de jongere. In andere gevallen ontstaat thuis een dusdanig conflict of onveilige situatie dat de jongere zelf besluit te vertrekken. Uit de verkenning blijkt dat religie vaak een rol speelt en dat het vaak om minderjarigen gaat.

Zorgelijke situatie

Voor LHBTI-jongeren zijn er weinig veilige plekken binnen de reguliere opvang. Ze krijgen vaker te maken met pesten, geweld en misbruik. Dat is extra kwalijk voor jongeren die worstelen met zelfacceptatie en zich afgewezen voelen. ‘LHBTI-jongeren kunnen maar heel slecht overleven in de bestaande voorzieningen. Ze worden gepest, staan vaak onderaan de rangorde en zijn er vaak niet veilig. Dat geldt ook als het gaat om opvang in de pleegzorg en in opvanggezinnen’, vertelde een professional die werkzaam is in de opvang tijdens een van onze gesprekken. Kortom, de situatie van deze jongeren is zorgelijk.

Focus

Onze verkenning bevat aanbevelingen voor de landelijke en lokale overheid, instanties voor jeugdhulpverlening, maatschappelijke opvang en crisisopvang en voor LHBTI-belangenorganisaties. Waaronder het zorgen voor voldoende veilige kleinschalige (crisis)opvang plekken waar ook LHBTI-jongeren zich veilig en welkom voelen. Ook ligt de focus op het faciliteren en investeren in training, voorlichting, bij- en nascholing van sociaal professionals en vrijwilligers in de jeugdhulpverlening en opvang om hun kennis, bewustwording en sensitiviteit van LHBTI-thema’s te vergroten.

Aan de slag

In 2021 gaan wij in samenwerking met het werkveld aan de slag met een aantal van onze aanbevelingen om echte verbetering voor deze ‘driedubbel kwetsbare’ jongeren te realiseren. Wil jij als sociaal professional die werkt met jongeren in de jeugdhulpverlening, maatschappelijke opvang of crisisopvang met ons meedenken? Stuur mij dan een e-mail op s.timmerman@movisie.nl.