Religie in de spreekkamer

Seksueel misbruik, het geloof en de eer door Hilde Bakker
artikel - 11 mei 2014
Eergerelateerd-geweld

Religie, eer en schaamte: ze kunnen grote invloed hebben op het leven van slachtoffers van seksueel misbruik. Aandacht voor religieuze en culturele invloed op problemen zou daarom vanzelfsprekend moeten zijn voor de specialistische GGZ en voor vrij gevestigde psychotherapeuten en psychiaters. Standaardtrajecten en een aanbodgerichte aanpak zijn niet aan te bevelen, omdat de behandeling dan niet effectief is.

Hilde Bakker: ‘Dit artikel gaat over slachtoffers van seksueel misbruik die afkomstig zijn uit kleine, min of meer gesloten gemeenschappen met sterke gedragsnormen en dogma’s over hoe men hoort te denken en te geloven. Over niet-westerse (eer)culturen en (orthodox-)religieuze groepen. Het betreft slachtoffers van misbruik in familieverband én in kerkelijk verband.’

Cultuur en religie

De gevolgen van seksueel misbruik zijn vaak ernstig. Daar bovenop brengt het opgroeien en leven in deze gemeenschappen een aantal specifieke gevolgen van het seksueel misbruik met zich mee. Bij de diagnose is een grondige verkenning nodig van de cultuur en religie als mogelijke factoren die een rol spelen bij het ontstaan of voortbestaan van seksueel misbruik. En bij de verwerking. Er komen vragen aan de orde als: wat is de rol van eer en schaamte? Hoe speelt God of Allah een positieve of negatieve rol? Culturele en religieuze aspecten meenemen betekent ook aandacht voor zingeving. Dan benut men ten volle het potentieel aan beschikbare en noodzakelijke hulp.

Seksueel misbruik in besloten gemeenschappen

In conservatief-religieuze gemeenschappen, waar een streng geweten, God en gebod voorop staan, verwacht men vaak niet dat dochters of meisjes seksueel worden misbruikt. Datzelfde geldt voor gemeenschappen waar maagdelijkheid en seksuele eer en familie-eer hoog in het vaandel staan. Helaas, ook in deze gezinnen komt seksueel misbruik maar al te vaak voor.

Fier Fryslân besloot incest te registreren

Bij Fier Fryslân in Leeuwarden, een expertise- en behandelcentrum op het gebied van geweld in afhankelijkheidsrelaties, worden meiden en jonge vrouwen van 14 tot en met 23 jaar opgevangen die te maken hebben gekregen met eergerelateerd geweld en eerwraak; het opvangcentrum van Fier Fryslân heeft de naam Zahir. Aanvankelijk was men bij Zahir niet gespitst op mogelijk seksueel misbruik onder de meiden en jonge vrouwen die daar aanklopten. Maar tijdens de hulpverlening bleek dat anders te liggen. Zulke ervaringen hadden de meiden en jonge vrouwen wel degelijk, en men besloot incest te gaan registreren. In hun boek De dochters van Zahir schrijven Crijnen en Van Dijke: ‘Van de 86 meiden die vanaf 1 januari 2008 tot 1 maart 2010 zijn opgenomen is van 45 bekend dat ze seksueel misbruikt zijn binnen het gezin of de familie (52%). Sommige meiden zijn door meerdere familieleden misbruikt.’

Huiselijk geweld en incest slachtoffer

De meiden en jonge vrouwen die van huis wegvluchten vanwege (dreiging met) eergerelateerd geweld, waren daarvoor vaak ook al slachtoffer van huiselijk geweld, en in vijftig procent van de gevallen die in Zahir werden opgevangen, dus ook slachtoffer van incest. Zij zijn zwaar getraumatiseerd; niet zelden is er sprake van een posttraumatische stress-stoornis.

Renate van der Zee publiceerde in 2010 een boek over de ervaringen van een meisje uit een traditioneel Marokkaans gezin dat seksueel werd misbruikt door haar broers. In dit boek, ‘Een meisje voor dag en nacht; hoe een Marokkaanse vrouw haar leven in eigen hand nam’, zegt de hoofdpersoon: ‘Wat zou ik haar (dat wil zeggen haar moeder) de ogen willen openen voor de bekrompenheid waarmee ze mij een jeugd lang van mijn vrijheid heeft beroofd. De onzinnige gedachte dat ik thuis moest blijven, omdat er buiten van alles met me zou kunnen gebeuren. Terwijl ik thuis juist het meest te vrezen had.’

1 op de 4?

Tijdens mijn onderzoek naar huiselijk geweld in orthodox-protestantse gezinnen kwamen veel voorbeelden van seksueel misbruik boven tafel. Zo zei een bestuurslid van een reformatorische jongerenorganisatie, die door veel jongens en meiden in vertrouwen werd genomen: ‘Ik dacht dat het een op de vier was die seksueel misbruik meemaakt, maar ik heb nu de indruk dat een op de vier geen incest meemaakt.’ Cijfers om dit te staven zijn er niet, maar er zijn wel indicaties dat het juist zou kunnen zijn. Bij een christelijke jongeren-hulpinstelling stonden incest en seksueel misbruik in 2010 bovenaan in de top-3 van probleemcategorieën waarvoor jongeren het vaakst contact opnamen. En orthodox-protestantse meisjes gebruiken vaker geen anticonceptie, lopen een groter risico ongewenst zwanger te worden en hebben vaker ongewenste seksuele contacten, zo blijkt uit de publicatie Seks onder je 25e (2012).

Misbruik in pastorale relaties

Behalve in gezinnen lopen kinderen en jongeren risico op seksueel misbruik in andere vertrouwensrelaties. De duizenden meldingen van mannen die in hun jeugd in katholieke internaten werden misbruikt zijn inmiddels via de media en de commissie-Deetman uit het verborgene gehaald. Mede daardoor gingen ook andere kerken zich realiseren dat misbruik ook bij hen in pastorale relaties kon voorkomen.

'Seksueel misbruik? Dat gebeurt niet in onze kerk. Dat kan niet.'

Al in 1999 deden de toenmalige Samen-op-Weg-kerken een synodale uitspraak over seksueel misbruik: ‘Seksueel misbruik is zonde: kwaad in Gods ogen en onrecht tegen de medemens. De kerk dient onomwonden te kiezen voor slachtoffers.’ De kerken kwamen met gedragscodes, protocollen en meldpunten (seksueel) misbruik in pastorale relaties. Toch is er nog onvoldoende aandacht voor dit probleem. Veel slachtoffers verlaten de kerk, omdat zij van het pastoraat niet de erkenning en steun ervaren die zij nodig hebben. Niet zelden zeggen gemeenteleden en kerkenraden: ‘Seksueel misbruik? Dat gebeurt niet in onze kerk. Dat kan niet.’

Gevolgen van seksueel misbruik

Seksueel misbruik heeft vele gevolgen. Daarbij speelt een scala van factoren een rol, zoals de ernst en de duur van het geweld, de leeftijd en omstandigheden van het slachtoffer en de geboden hulp. De gevolgen zijn over het algemeen ernstig, ook op de lange termijn. Waar kan een slachtoffer op de lange duur zoal mee te maken krijgen? Bijvoorbeeld met dissociatieve stoornissen, persoonlijkheidsproblematiek, seksuele problemen. Zijn er stoornissen in de verwerking, dan ontwikkelt zich niet zelden een vorm van posttraumatische stress-stoornis. Deze gevolgen gelden universeel voor alle slachtoffers van seksueel misbruik. Maar voor slachtoffers uit eerculturen of religieuze gemeenschappen komt er nog een aantal gevolgen bij, die het trauma alleen maar vergroten.

eergerelateerd-geweld

Seksueel geweld in cultureel perspectief

Voor de niet-westerse eerculturen bracht Marianne Cense dit in 2002 helder onder woorden in haar onderzoek  Door nieuwe ogen; betekenisgeving en hulp na seksueel geweld in cultureel perspectief. Zij stelt dat sommige migranten en vluchtelingen worden geconfronteerd met grote sociale gevolgen van seksueel geweld: ‘… taboeïsering, verstoting, isolement, maatschappelijk dood verklaard worden, niet meer kunnen trouwen, wraakneming door de familie en schande brengen over de familie. Deze sociale gevolgen hangen samen met de positie van vrouwen en de opvattingen over vrouwelijkheid die binnen hun sociale groep bestaan.’ Marianne Cense: ‘De combinatie van grote gehechtheid aan de groep en sterke veroordeling vanuit de groep maakt dat vrouwelijke migranten en vluchtelingen erg knel kunnen komen te zitten in het verwerken van de gevolgen van seksueel geweld.’

'Praten over incest is zo goed als onmogelijk, wanneer zo’n gesprek gezien wordt als een ernstiger misdrijf dan de incest zelf.'

Zwijgen

In een eercultuur staat de vrouwelijke kuisheid voorop. Als een meisje haar maagdelijkheid voor het huwelijk verliest, is dat een schending van de familie-eer. Heeft ze haar maagdelijkheid verloren ten gevolge van incest, dan is de schande nog groter. In sommige gevallen zal geweld gebruikt worden om de eer te herstellen, soms zelf door moord. Maar ook zonder moord zijn de consequenties groot. Zij lopen het risico nooit meer te kunnen trouwen, want geen man wil een meisje met een geschonden eer. Ze kan uitgehuwelijkt worden, soms zelfs aan de dader, als dit bijvoorbeeld een neef is. Door een huwelijk kan de familie de schande uitwissen. Niet zelden ook worden slachtoffers verstoten, sociaal dood verklaard. Praten over incest is zo goed als onmogelijk, wanneer zo’n gesprek gezien wordt als een ernstiger misdrijf dan de incest zelf. En ook al komt het seksueel misbruik niet aan het licht, een meisje is bang dat haar man tijdens de eerste huwelijksnacht ontdekt dat ze geen maagd meer is.

In orthodox-protestantse kring

Slachtoffers van incest uit orthodox-protestantse kring ervaren iets vergelijkbaars. Het is volgens de gemeenschapsregels niet de bedoeling om de vuile was buiten te hangen. Doet iemand dat toch, dan wordt hij of zij vaak uit de gemeenschap gezet. Dat gebeurt niet letterlijk, maar door negeren: je wordt dan letterlijk met de nek aangekeken. Slachtoffers weten dat niet praten veiliger is. Een van de respondenten in ‘De mantel der liefde’ verwoordt het als volgt: ‘In echt gesloten gezinnen is het zwijgen het sterkst. Slachtoffers verraden hun gezin niet. Meisjes komen niet met seksueel misbruikervaringen naar buiten. Heeft de vader een officiële status in de kerk, als ouderling, koster of jeugdleider, dan helemaal niet, want dan zet ze zijn positie op het spel.'

Seksueel misbruik in een religieuze context verdient extra aandacht

Het geloof speelt een extra rol in de overweging om te zwijgen. Stel, een vader pleegt incest met zijn dochter. Dan kan het meisje denken: als ik erover praat, draag ik eraan bij dat mijn vader in de hel komt. De verhouding tot God speelt een belangrijke rol. Slachtoffers vragen zich af waarom God het geweld toestaat en waarom hij niet heeft ingegrepen. Alertheid op geloofsaspecten bij de verwerking van seksueel misbruik in een religieuze context verdient extra aandacht. In het (ongepubliceerde) verslag van een quickscan van Movisie uit 2012, ‘Preventie seksueel misbruik in de kerken’, staat er het volgende over te lezen:

De religieuze context van het seksueel misbruik betekent voor het slachtoffer vaak een extra (godsdienstig) trauma. In misbruikrelaties schermen de plegers vaak met God: ‘Dit tussen ons is zo bijzonder, dit moet wel het werk van God zijn,’ zegt een predikant tegen zijn (volwassen) slachtoffer. Religie kan het misbruik aanjagen, legitimeren, het maakt slachtoffers tot iets bijzonders. ‘Wij hebben samen iets moois’, en ‘God heeft ons zo geschapen, dit is goed’, zijn enkele citaten die de respondenten als voorbeelden geven. Tegelijkertijd maken daders hun slachtoffer tot medeplichtige, als medeverantwoordelijke voor het misbruik. Als het geloof erbij komt is dat een extra misdadige laag: er wordt een hogere macht gebruikt om jou te verdoemen en schuldig te maken. In het (orthodox-)christelijk geloof wordt de mens als zondig en tot het kwaad geneigd beschouwd, dus als slachtoffer ben je ook slecht, de pleger maakt dit besef alleen maar groter. Men krijgt tegelijkertijd een beeld mee van God als de redder, de Zaligmaker. Veel slachtoffers vragen zich af: waarom grijpt Hij dan niet in? Hoe kan Hij dit toestaan? De God als bron van kracht en troost is dezelfde God die niet heeft ingegrepen. Een van de respondenten in ‘Preventie Seksueel Misbruik in de Kerken’: ‘Slachtoffers worstelen vaak jarenlang met hun geloof en hun godsbeeld, of ze nu wel of niet nog naar de kerk gaan, nog gelovig zijn. De dubbelheid maakt de verwerking van seksueel misbruik moeilijker. Het kan slachtoffers enorm helpen als hiervoor in de verwerking ook aandacht is’.

Hemels en aards recht

Als seksueel misbruik aan het licht komt in de kerk, werkt de kerk vaak toe naar een schuldbekentenis van de dader, waarna zij de stap naar vergeving van de dader in gang zet. Daarbij wordt onvoldoende rekening gehouden met de belangen en wensen van het slachtoffer, en dat hindert de verwerking van het misbruik. Intussen kan de dader met een beroep op God relatief makkelijk vergeving krijgen.

Prof. dr. J.C. Borst, tevens dominee, werkt met incestdaders. In zijn artikel ‘Twee mensen hebben een geheim’ uit 2011 schrijft hij: ‘De incestdader kan zich beroepen op Gods vergeving en ‘vlucht’ daardoor uit ieder gesprek’. Een gedetineerde vertelde: ‘Ik ben weer zo gelukkig, dominee. De Here heeft mijn tranen gezien… Als de muren van mijn cel konden spreken… Maar, de Hemelse Rechter heeft mij vergeven, wat kan de aardse rechter dan nog doen…?’

Wat betekent dit voor de hulpverlening?

Veel slachtoffers van huiselijk en seksueel geweld, en eergerelateerd geweld, komen terecht in de vrouwenopvang. De problematiek waar deze sector voor staat is in de loop van de jaren steeds zwaarder geworden. Er kan sprake zijn van posttraumatische stress-stoornis, psychische en psychiatrische stoornissen als gevolg van jarenlang geweld in huiselijk kring. Het is de vraag of de vrouwenopvang voldoende is toegerust? Hilde Bakker: ‘Ik denk dat het antwoord nee is. Of slachtoffers altijd terecht komen bij deskundige geestelijke gezondheidszorg, vraag ik mij af. Fier Fryslân achtte het bijvoorbeeld nodig specifieke psychiatrische en psychotherapeutische expertise in huis te halen’.

Ook onbegrip en weerstand

Het is ook de vraag of hulpverleners voldoende bekend zijn met de culturele en religieuze achtergronden van cliënten en of zij hiermee goed uit de voeten kunnen. Uit gesprekken voor ‘De mantel der liefde’ proefden wij bij niet-christelijke hulpverleners over strenge geloofsopvattingen vaak onbegrip, soms zelfs weerstand, zeker als de hulpverlener zelf de kerk en het geloof de rug had toegekeerd. 

Terminologie

Veel conservatieve christenen kiezen voor een christelijke hulpinstelling, omdat ze de verwachting hebben daar beter gehoor te krijgen voor hun geloofsvragen. Voor hulp aan gelovige slachtoffers van seksueel misbruik ontbreekt echter vaak de juiste taal, is de ervaring van pastoraal werkers. Bijbelse taal, vol begrippen als zonde en schuld, en gericht op vergeving en verzoening, werkt niet goed. Deskundigen, zoals ds. Alexander Veerman, pleiten ervoor om termen als ‘recht en gerechtigheid’ te gaan gebruiken. Het is de vraag of de christelijke GGz voldoende gespitst is op deze terminologische kwestie.

Dit is mij aangedaan

Bij hulp aan slachtoffers uit eerculturen moet rekening worden gehouden met veranderingen in beleving en betekenisgeving van geweld. De eerste generatie hindoestaanse vrouwen denkt bijvoorbeeld vanuit een religieuze verklaring van het lot: ‘Dit is mij overkomen, misschien heb ik iets verkeerd gedaan in mijn vorige leven’. Hun dochters, en zeker hun kleindochters, zeggen iets anders: ‘Dit is mij aangedaan’. (vrij naar Indra Boedjarath, in: Cense, 2002). De hulpverlener moet weten dat binnen een bepaalde cultuur grote verschillen in opvatting en beleving kunnen bestaan.

De hulpverlener

De houding van de hulpverlener heeft veel invloed op een succesvol verloop van de hulpverlening. Belangrijk zijn algemene zaken als vertrouwen wekken en behouden, integer en transparant zijn. Daar komt iets bij. De hulpverlener moet ook rekening houden met het ‘systeem’ waar iemand deel van uitmaakt. Dat kan betekenen: indirect zijn, omdat het taboe op seksueel geweld bij cliënten uit wij-culturen zo groot is dat je er niet rechttoe-rechtaan over kunt spreken. Je moet misschien een formulering gebruiken als: ‘Dat wat je uit je slaap houdt’, om incest aan te duiden. Ook moet je symboliek en metaforen van de cliënt leren begrijpen. ‘Ik ben geen jonge bloem meer’ kan betekenen: ‘Ik ben ontmaagd.’ (De voorbeelden komen uit Cense, 2002).

Soms standaard werkwijze loslaten

Niet rechtstreeks kunnen praten over seksueel geweld heeft sociale gevolgen binnen de eigen gemeenschap. Er worden geen gesprekken gevoerd met partner of familie. In zo’n systeem moet je het als hulpverlener aan de cliënt zelf overlaten of ze al dan niet het zwijgen over hun geheim wil doorbreken. Hulpverleners zullen soms hun standaard-werkwijze los moeten laten en er niet op blijven aandringen dat een meisje het misbruik toch echt aan haar ouders moet vertellen. Bij een behandelprogramma bij de kliniek voor Jeugd van het UMC was deze werkwijze standaard. Maar hoeveel projecten er ook werden opgezet, er kwamen nauwelijks allochtone slachtoffers van seksueel geweld op af. De enkeling die wel kwam, haakte snel weer af. Slachtoffers zijn veel te bang om het te vertellen. Hulpverleners vertrouwen ze ook niet.

Welke interculturele competenties zijn nodig?

Om werkelijk in contact te komen met de cliënt zijn interculturele competenties van hulpverleners onontbeerlijk, aangevuld met competenties op religieus terrein. Dit betekent dat de hulpverlener op de hoogte moet zijn van zijn eigen culturele en religieuze bagage en van de eigen vanzelfsprekendheden. Pas dan kun je de verschillen met een ander goed zien. Behalve de kennis over zichzelf, moet de hulpverlener natuurlijk kennis hebben van de achtergrond van de cliënt, met name van het leven in collectieve systemen.

Vooroordelen

Wanneer de hulpverlener zijn eigen vooroordelen onderkent, voelt hij zich niet gauw beter dan de ander. Hij zal dan niet gauw een neerbuigende opmerking maken als ‘Doen jullie dat nog?’ De hulpverlener weet: na zo’n opmerking zal de cliënt eerder dichtslaan dan zijn hart luchten. En de hulpverlener dient kennis te hebben van ‘zonde en schuld’, hij moet als het ware de taal van de ander kunnen spreken. Hij moet zich verplaatsen in het perspectief van de ander en oprechte belangstelling tonen voor de ander. 

'Het wij-perspectief biedt een respectvolle manier om met conflicten om te gaan.'

Spreek de taal van de cliënt

Als hulpverlener moet je er rekening mee houden dat veel mensen met een niet-westerse migrantenachtergrond op een bedekte, impliciete manier communiceren. Men communiceert op basis van wat de ander verwacht. Voor westerse hulpverleners kan het overkomen alsof de ander om de hete brij heen draait, de waarheid niet spreekt. Het wij-perspectief biedt echter een respectvolle manier om met conflicten om te gaan. En om schande en schaamte te beperken bij lastige en ingewikkelde zaken. Vanuit een collectieve mentaliteit is het moeilijk om eigen keuzes te maken. Wat is je hulpvraag? is vaak geen relevante kwestie, want er is meer sprake van een hulpbehoefte.1) 

Ten slotte: de rol van God

Ondanks alle goede zorgen, ondanks alle aandacht voor diversiteit en culturele achtergronden kan de hulpverlening wel eens ondankbaar lijken: heb je goede en effectieve hulp geboden, wordt het effect daarvan niet aan jouw deskundigheid toegeschreven, maar aan God…
Ik sluit af met het citaat uit het tijdschrift Eleos Script. Het is van een man die als kind door zijn vader, een kerkelijk ambtsdrager, in het kerkgebouw was misbruikt. Hij kreeg psychotherapie en EMDR-behandelingen bij Eleos, een christelijke GGZ-instelling.

‘Ik heb nooit getwijfeld aan het bestaan van God. Ik heb nooit gevraagd waar hij was en waarom mij dit overkwam. Later in mijn depressie heb ik echt aanvallen van de duivel gehad. Een geestelijke strijd om mijn ziel was gaande. Juist toen heeft God zich geopenbaard als de sterke Held die mij eruit haalde en Hij deed wat Hij had beloofd.’
 

Over Hilde Bakker
Hilde Bakker is senior adviseur en projectleider bij Movisie, landelijk kenniscentrum voor maatschappelijke vraagstukken. In asielzoekerscentra interviewde zij meisjes en vrouwen over hun veiligheidsbeleving en de seksuele grensoverschrijvingen waarmee zij te maken kregen. In samenwerking met de Universiteit van Gent onderzocht ze seksueel en gender-gerelateerd geweld tegen vluchtelingen en asielzoekers. Zij was projectleider voor diverse projecten rond eergerelateerd geweld. Verder deed Hilde Bakker met Hanneke Felten een verkennend onderzoek naar huiselijk geweld in orthodox-protestantse gemeenschappen. Dat resulteerde in het rapport De mantel der liefde (Movisie, Utrecht 2012). In dezelfde tijd werkte ze mee aan de quickscan Preventie Seksueel Misbruik in de Kerken (ongepubliceerd verslag). Op het ogenblik is zij projectleider van Herder op zijn hoede, waarin kerken ervaring en kennis uitwisselen over preventie van seksueel misbruik in pastorale relaties, en van het project Ik ben van mij!, waarin Chinese, Somalische en traditioneel-christelijke jongeren taboes bespreekbaar maken onder hun peers.

1) De informatie uit deze alinea is gebaseerd op het artikel ‘Beschermjassen, transculturele hulp aan families’ van I. Zwaan en T.A. Die, in: Anke van Dijke, De dochters van Zahir; tussen traditie en wereldburgerschap, SWP 2010


Download aanvullende cijfers over:

  1. Kerken in Nederland: de cijfers.
  2. Migranten in Nederland: de cijfers.
  3. Nederland en de rest van de wereld.
  4. Hoe is de situatie in traditionele migrantengezinnen en orthodox christelijke gezinnen?
  5. Misbruik in orthodox christelijke gezinnen en traditionele migrantengezinnen: oorzaken en risicofactoren.
  6. Misbruik in pastorale relaties: oorzaken en risicofactoren.
  7. Bronnen van troost en herstel, zowel voor slachtoffers uit niet westerse culturen als voor slachtoffers uit kerkelijke kring (volgens de geïnterviewde therapeuten).
DownloadsTypeGrootte
Aanvullende-cijferspdf309.08 KB

Reacties

Reageer op dit artikel

4 + 2 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.