Seksuele oriëntatie en welzijn onder jongeren

In hoeverre is het welzijn van LHB-jongeren verbeterd?

6 januari 2022

Op Paarse Vrijdag publiceerde het Sociaal Cultureel Planbureau het rapport ‘Wat maakt het verschil? Over het welzijn, de sociale relaties en de leefstijl van lesbische, homoseksuele en biseksuele jongeren’. Ook in 2015 heeft het Sociaal Cultureel Planbureau inzicht gedeeld over het welzijn van jongeren. Hieruit bleek dat de ervaren gezondheid van LHB-jongeren lager lag dan dat van heteroseksuele jongeren. Hoe staat het nu met het welzijn van (LHB-) jongeren? Is de situatie verbeterd?

In het begeleidende nieuwsbericht van het SCP staat vermeld dat ondanks de lichte verbetering, het welzijn van LHB-jongeren achterblijft op dat van heteroseksuele jongeren. De belangrijkste bevindingen lees je hieronder. Let wel: gender- en sekse-kenmerken zijn in het hele onderzoek buiten beschouwing gelaten. Daarom wordt in dit onderzoek alleen gesproken over lesbische, homoseksuele en biseksuele jongeren. 

Eerder onderzoek 

Het SCP-rapport van 2021, dat zich baseert op onderzoek uit 2017, bouwt voort op het SCP-rapport over het welzijn van LHB-jongeren uit 2015. Het onderzoek voor dat rapport is gedaan in 2013. In dat eerdere onderzoek werd duidelijk dat LHB-jongeren vaker te maken hebben met psychosomatische (lichamelijke) symptomen en emotionele problemen. Ze beoordeelden hun gezondheid negatiever dan heteroseksuele jongeren en hadden in vergelijking meer problemen op school en in de thuissituatie. Het nieuwe SCP-rapport maakt het mogelijk om een voorzichtige vergelijking te trekken en na te gaan of er verbetering zit in het welzijn van LHB-jongeren in Nederland.   

Psychisch welzijn 

Uit antwoorden op de vraag hoe vaak jongeren zich ongelukkig voelen, blijkt dat LHB-jongeren zich 3 keer vaker ongelukkig voelen (32%) dan heteroseksuele leeftijdsgenoten (10%). Lesbische, homoseksuele en biseksuele scholieren geven hun leven gemiddeld een 6,8, waar heteroseksuele scholieren hun leven een 7,7 geven. Daarnaast blijkt – net als in het onderzoek uit 2013- dat LHB-jongeren op alle terreinen hun gezondheid slechter ervaren dan heteroseksuele jongeren. Om een beeld te schetsen; 37% van de LHB-jongeren zegt hun gezondheid als redelijk of slecht te ervaren tegenover 18% van de heteroseksuele jongeren. Onder de klachten vallen: hoofdpijn, maagpijn, rugpijn, slecht humeur, zenuwachtig en duizelig.  

Slaap 

Voor het eerst nam het SCP de indicator slaap mee in het onderzoek. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat slaap een belangrijke rol speelt bij het onderhouden van een goede lichamelijke en psychische gezondheid. Daarnaast is bekend dat een slechte slaapkwaliteit samenhangt met een verhoogd risico op onder andere depressie, suïcidale gedachten en middelengebruik.  

Onder LHB-jongeren heeft 31% moeilijkheden met slapen, tegenover 17% van de heteroseksuele jongeren. Alle onderzochte slaapproblemen waren bij hen aan de orde. Denk hierbij aan moeilijk in slaap vallen, vermoeid of uitgeput voelen, slechte slaapkwaliteit, gevoel hebben onvoldoende te hebben geslapen en niet uitgerust wakker worden. Op individuele slaapproblemen wordt hoger gescoord. Zo geeft 47% van de LHB-jongeren aan meer dan 1 keer in de week moeilijk in slaap te komen. 46% zegt het gevoel te hebben onvoldoende slaap te hebben gehad. 41% van de LHB-jongeren geeft aan zich meer dan 1 keer in de week vermoeid te voelen en 41% van de LHB-jongeren zegt zich echt uitgeput te voelen, tegenover respectievelijk 20% en 19% van heteroseksuele jongeren.  

Psychische problemen 

Ook op het gebied van psychische problemen zijn verschillen te zien tussen LHB-jongeren en hun heteroseksuele leeftijdsgenoten. 40% van de LHB-jongeren heeft emotionele problemen, tegenover 18% van de heteroseksuele jongeren. Ook als het gaat om gedragsproblemen (41% tegenover 27%) en hyperactiviteit (41% tegenover 27%) zijn grote verschillen geconstateerd.  

Verschillen 

Hoewel er geen zuivere vergelijking kan worden getrokken tussen het onderzoek uit 2013 en 2017 lijkt de achterstand in ervaren gezondheid voor LHB-jongeren niet kleiner geworden. Datzelfde geldt voor het verschil tussen LHB- en heteroseksuele jongeren dat zich in het laatste halfjaar ongelukkig heeft gevoeld. Wel kan worden geconcludeerd dat de psychische problemen onder LHB-jongeren iets zijn  afgenomen (53% in 2013 en 43% in 2017). Dat maakt ook het verschil tussen LHB-jongeren en heteroseksuele jongeren op het gebied van psychische problemen iets kleiner, namelijk 43% tegenover 19% onder heteroseksuele jongeren.  

Meiden 

Onder de LHB-jongeren blijkt dat meiden het grootste risico lopen op een lager welzijn. Zij zijn vaker ongelukkig en rapporteren meer psychosomatische, slaap en psychische problemen dan jongens. Er zijn geen cijfers bekend over jongeren die zich identificeren als non-binair. Ook kon het SCP geen significante verschillen vinden onder jongeren met verschillende culturele achtergronden en religies. Daar kan de beperkte omvang van de groepen een rol bij spelen.  

Biseksuele jongeren 

Ook is duidelijk dat biseksuele jongeren een extra kwetsbare positie innemen. Hun welzijn is aanzienlijk lager dan dat van lesbische en homoseksuele jongeren. Ook zij zijn gemiddeld vaker ongelukkig en hebben meer psychosomatische, slaap en psychische problemen.  

Het SCP beschrijft een aantal verklaringen voor de verhoogde kwetsbaarheid van biseksuele jongeren. Een van deze verklaringen is dat zij in vergelijking met lesbische en homoseksuele leeftijdsgenoten vaker negatief denken over hun eigen seksualiteit, hier minder open over zijn en ook dat zij minder contact hebben met gelijkgestemden. Daarnaast voelen biseksuele jongeren zich vaker niet begrepen, mede omdat zij zich niet herkennen in de meer gangbare hokjes hetero, homo of lesbisch.  

Conclusie 

Concluderend zijn er kleine positieve verschillen te zien op het gebied van psychisch welzijn van LHB-jongeren. Daarnaast wordt duidelijk dat er nog veel ruimte is voor verbetering. Om die reden blijft het, volgens Movisie, belangrijk om aandacht te besteden aan seksuele oriëntatie, genderidentiteit en sekse kenmerken. Zichtbaarheid van en bekendheid met de diversiteit op deze gebieden dragen bij aan acceptatie en verbreding van de norm, wat kan zorgen voor de afname van minderheidsstress bij lesbische, homoseksuele en biseksuele jongeren, bij transgender en intersekse jongeren en andere jongeren die zich niet identificeren als heteroseksueel of cisgender.