‘Het waren vrijwilligers die aan de wieg van de Gay Games stonden’

23 september 2021

Op 16 oktober vindt weer de Roze Zaterdag plaats, dit jaar in Leeuwarden. In 1982 bedreigden groepen agressieve jongeren de demonstranten tijdens de Roze Zaterdag in Amersfoort. Ed van Betuw en Tom Bijlmer waren erbij: ‘Jongens kwamen uit steegjes aangerend en die begonnen blikjes en eieren naar ons te gooien. We konden geen kant op’. Kort daarna richtten LHBTI’s de zelfverdedigingsgroep Tijgertje op, waarna vele sportclubs volgden. Dat liep uit op Gay Games Amsterdam 1998, dat voor velen het hoogtepunt van de ‘roze revolutie’ werd.

Ervaringsverhalen over Gay Games Amsterdam 1998

De 11de Gay Games vindt plaats in Hong Kong in 2023. Movisie kijkt terug op Gay Games Amsterdam 1998, mondiaal een van de grootste LHBTI-evenementen ooit, georganiseerd met ruim 3.000 vrijwilligers, bijna 16.000 deelnemers en in totaal zo’n 275.000 bezoekers. Paul van Yperen, destijds woordvoerder van de Gay Games, zoekt organisatoren op om hun verhalen vast te leggen en vraagt Movisie-experts wat we nu van hun ervaringen kunnen leren.

Uit de Collectie van IHLIA LGBTI Heritage.

Agressie en zelfverdediging

Tom Bijlmer: ‘In 1982 werd een informatiestandje van het COC in Leeuwarden bekogeld met eieren. Een paar weken later was de Roze Zaterdag in Amersfoort. Ik herinner me dat na de demonstratie twee jongens op ons groepje af kwamen fietsen en die wilden gewoon dwars door ons heen rijden. Ik had zoiets van “wat?” en heb die jongens uit elkaar gedrukt, maar me helemaal niet gerealiseerd dat dat gevaar kon opleveren. Henk, een vriend van me zei: “Ik stond echt te kijken van wat je daar deed. Ik was er zelf helemaal ondersteboven van.” Bij de eindmanifestatie op een pleintje kwamen groepen jongeren uit steegjes aangerend en die begonnen blikjes en eieren naar ons te gooien. We konden geen kant op. Dat was echt vreselijk. Je voelde je op dat plein helemaal ingesloten. Later die dag is dat bij het eindfeest op een plein bij De Flint uitgelopen op enorme dreigende atmosfeer, waardoor mensen niet meer naar het station terug konden. Uiteindelijk heeft de ME ons uitgeleide gedaan.’

Ed van Betuw: ‘Ik liep daar als interviewer rond voor MVS Radio. Daar heb ik ook de legendarische aristocratische actievoerder Floris Michiels van Kessenich - bijgenaamd “de roze jonker” - ontmoet en geïnterviewd. Die interviews liggen nu bij het IISG. Tijdens die Roze Zaterdag was er een enorme agressie. Dat zie je tegenwoordig niet meer.’

Tom: ‘Dat is de aanleiding geweest dat mensen zeiden: “we moeten trainingen in zelfverdediging gaan opzetten”. Daar is Tijgertje uit voortgekomen. Tijgertje is niet alleen een voedingsbodem voor vechtsport geweest, maar het werd een koepelorganisatie waaruit meerdere sportclubs zijn voortgekomen, zoals de volleybalclub NetZo. Tijgertje was dus al meer dan tien jaar voor de Gay Games opgericht. Een team van NetZo met onder anderen John Avis is in 1990 naar de Gay Games in Vancouver gegaan en daar is toen het idee voor een Amsterdamse Gay Games ontstaan. Zelf had ik toen nog nooit van de Gay Games gehoord.’

Pas in aanloop naar Gay Games zijn lesbische vrouwen en homoseksuele mannen bij elkaar gekomen

Kloof tussen lesbische vrouwen en homomannen

Tom: ‘In de zeventiger en tachtiger jaren was er een behoorlijke kloof tussen lesbische vrouwen en homoseksuele mannen. Pas in de aanloop naar Gay Games zijn die twee groepen bij elkaar gekomen. Dat is heel bijzonder. Wij begonnen met tennis en we hadden het geluk – en we laten ons er nog steeds op voorstaan – dat wij 16 mannen en 16 vrouwen bij ons eerste tennistoernooi hadden. In 1993 hadden we de Roze tennisvereniging i.o. gestart. Drie jaar later hadden we een tennispark gereserveerd voor het Pinkstertoernooi. Dat leek in kannen en kruiken, maar op een gegeven moment kregen we een berichtje van de beheerder: “Ik heb een klein probleempje, want op zondag speelt Mona Lisa hier haar laatste tennistoernooi en die hebben eerder gereserveerd.”’

Ed: ‘Mona Lisa was een vrouwentennisgroep met onder anderen Andrea van Pol en Yo de Boer.’

Tom: ‘We zeiden tegen de beheerder: “Dat is wel heel erg onhandig want we hebben een groot toernooi en gaan tot en met maandag door.” Toen ben ik met Yo, Andrea en Ym Bosma van de Mona Lisa club gaan praten. Ik mocht op audiëntie komen, maar Ym zei meteen: “En wat hebben wij daaraan?”’

Ed (lachend): ‘Leuke binnenkomer!’

Tom: ‘Ik heb daar zitten praten als brugvrouw en uiteindelijk kwam de zegen van Ym. Het werd een gecombineerd toernooi. Op zondag gingen we rouleren. Niemand speelde met een vaste partner en niet in een afvalsysteem. Plezier moest voorop staan. We creëerden een dag waar het mogelijk werd dat de vrouwen op de helft van de banen een onderling toernooi konden spelen en dat op de overige banen de mannen hun normale schema konden afwerken. Dat heeft uiteindelijk Smashing Pink (de uiteindelijke naam van Roze Tennis Vereniging) zoveel vrouwelijke leden bezorgd, want na het toernooi werden veel vrouwen lid. Ik heb het idee dat in het begin zelfs meer vrouwen dan mannen lid waren.’ Dit jaar bestaat Smashing Pink 25 jaar.

Aan de wieg van de Gay Games

Ed: ‘In 1993 was bij de Gay Games al een werkorganisatie ontstaan, maar dat waren allemaal vrijwilligers. Vrijwilligers stonden aan de wieg van de Gay Games. Dat vind ik een belangrijk punt. Die groep werd steeds groter. Het was nog geen stichting maar wel een werkorganisatie. En wat deden Tom en ik? We gingen overal naartoe, naar sportevenementen in Frankfurt, Berlijn, Parijs, niet om te sporten, maar we maakten lange dagen in een stand om publiciteit voor de Games te maken. Zo hebben we heel veel mensen geronseld. De mensen reageerden heel positief. Gay Games was iets nieuws.’

(Tekst loopt door onder de afbeelding)

Ed van Betuw

Foto van Ed van Betuw, gemaakt door Marian Bakker.

Tom, hoe zag jouw leven er uit?

Tom: ‘Ik werkte in 1993 als automatiseerder bij Fokker en ik ging tennissen bij NedLloyd omdat dat op de weg naar huis lag. Ik had een sociale academie-achtergrond en ze zochten mensen die techneuten met elkaar konden laten praten. Ik kreeg daar een coördinerende functie voor de automatiseringsafdelingen. Ed en ik kenden elkaar al vanaf 1973 van het COC en zaten in dezelfde vriendenclub. We hebben daarna eens anderhalf jaar samen getennist bij een club in Buitenveldert tot het clubgebouw afbrandde. In 1993 werd bekend dat de Gay Games naar Amsterdam kwamen. Ik heb toen met mijn toenmalige baas afgesproken dat ik in de maanden voor de Gay Games minder kon gaan werken. Op een gegeven moment waren ze eraan gewend dat ik ‘s ochtends voor 11 uur – tenzij er brand was – eerst de Gay Games deed. Het Fokkeradres was ook het enige e-mailadres dat ik had. Alles ging toen via de werk e-mail en de fax. Ik werkte daar in 1994 en toen waren de Gay Games in New York. Ik deed de administratie van de sporters die naar New York gingen, want ik dacht: daar ligt het potentieel voor al onze vrijwilligers. Zo veel mogelijk mensen moeten proeven aan wat daar gebeurt. Team NL New York bestond in 1994 uit 250 Nederlandse deelnemers die de basis vormden voor de vrijwilligers voor Amsterdam. Uiteindelijk heb ik dat allemaal binnen werktijd kunnen organiseren en daar hadden we de middelen: printers bijvoorbeeld. Wat ik daar niet aan deelnemerslijsten heb uitgedraaid!’

Wie zijn Ed van Betuw en Tom Bijlmer?

Ed van Betuw (1951) en Tom Bijlmer (1953) zijn al sinds 1973 vrienden en hebben een gezamenlijke passie voor tennis. In 1996 waren zij betrokken bij de oprichting van tennisclub Smashing Pink. Ook stonden zij aan de wieg van Gay Games Amsterdam 1998. Ed werd coördinator racketsporten en Tom medeorganisator van het tennistoernooi dat 1400 deelnemers telde. Ed werkte verder als sociaal raadsman, o.a. binnen de sociale dienst en op het stadhuis en hij was redacteur en bestuurslid van MVS Radio. Tom werkte voor Fokker en ING, en was actief voor GALA, ING’s LHBT-netwerk en Workplace Pride. Tegenwoordig is hij actief betrokken bij Roze Stadsdorp, netwerkbijeenkomsten voor oudere LHBTI’s.

Zijn jullie in 1994 naar New York gegaan?

Ed: ‘Dat was heel leuk. Toenmalig journalist en nu directeur van RTL 4, Peter van der Vorst was ook in New York aanwezig namens De Gay Krant. Hij interviewde daar mensen en kwam naar het tennissen kijken. Ik heb nog een foto waar hij op staat.’

Tom: ‘Ik heb een ander verhaal waarvoor ik De Gay Krant eigenlijk dankbaar moet zijn. In 1991 had ik twee mensen van het New York City Gay Men’s Chorus gehost. Met Wayne, een goede tennisser, hebben wij toen ook getennist. Wayne had net een groot huis gekocht in Brooklyn en nodigde ons uit om bij hem te komen logeren tijdens de Gay Games waar hij ook aan mee zou doen. Ik ging samen met mijn toenmalige vriend Hans. Dus wij dachten: “New, York, New York, we gaan drie-en-een-halve-week naar New York. We hebben onderdak.” Ik was constant met Wayne in contact, maar op een gegeven moment viel dat stil. Toen kreeg ik een brief dat hij in het ziekenhuis lag, maar dat het allemaal onder controle was. Begin mei, anderhalve maand voor de Games belde ik hem op en hoorde op zijn antwoordapparaat dat hij aan de gevolgen van aids overleden was. Dus daar zaten we: drieënhalve week New York geboekt, zonder onderdak. Dat vertelde ik bij de Gay Games-stand tegen iemand van de Gay Krant. De maandag erop belde die mij: “Misschien heb ik een oplossing, want ik had ingeschreven voor Hosted Housing, maar ik heb intussen een hotel geregeld.” Dus ik belde zijn host, Lawrence, op en die zei: “Oh, dat is geen enkel probleem”. Ja, antwoordde ik, maar ik kom wel met mijn vriendje. “Oh, dat is ook geen probleem.” Ja, maar we hebben drieënhalve week gepland. “Oh, dat is ook geen probleem.”’ Iedereen lacht.

(Tekst loopt door onder de afbeelding)

Tom Bijlmer met balonnen

Foto van Tom Bijlmer, gemaakt door Marian Bakker.

Ed: ‘Ik had een ander logeeradres. Ik logeerde vlak bij de Twin Towers, bij Rein van der Lugt, de Nederlandse cultureel attaché.’

Tom: ‘Lawrence zei: “Ja, ik had eigenlijk het Australische waterpoloteam verwacht.” Gelach. ‘Dus dat klikte meteen. De hele Nederlandse delegatie werd uitgenodigd en daar zaten we mee aan de borrel. De volgende dag liep ik naar het Penn-hotel waar de inschrijving was en op Union Square hingen vlaggen van de Gay Games. Aan alle lantarenpalen van Broadway, in the Village, overal hingen de vlaggen van de Gay Games. Het bruiste. Tijdens de week liep iedereen met zijn badge omdat je daar gratis met de metro kon reizen. Op metrostations begonnen mensen naar elkaar te zwaaien, over de sporen heen. Lawrence zei verbaasd: “Dit is nog nooit vertoond. Op een metrostation gebeurt het zelfs niet dat mensen elkaar aanspreken. Dit is een wonder.”

Ed: ‘Ja, dat gebeurde later in Amsterdam ook. Diezelfde goede sfeer hing er.’

Tom: ‘Inmiddels was een vriend van Lawrence op straat komen te staan. Die logeerde in de keuken. Lawrence had twee vriendjes die af en toe langs kwamen en Hans en ik lagen in het enige tweepersoonsbed in het midden van een “railroad” appartement met klapdeuren. Dat klapperde de hele nacht want mensen gingen naar de wc of kwamen laat thuis. Op de derde dag ging ik door mijn enkel heen en twee dames uit Groningen waren fysiotherapeut. Toen liep dus ook de halve lesbische tennisploeg daar in en uit. Op vrijdag heb ik tegen Hans gezegd: “Het lijkt me niet handig om hier nog tweeënhalve week te blijven zitten, dat is vragen om moeilijkheden.” We hebben bij de organisatie van de Gay Games geïnformeerd of we nog bij iemand anders ondergebracht konden. Toen zei één van die jongens: “Ja, ik pas op een appartement met een hond. De mensen van de Gay Games gaan weg, maar als jullie op dat appartement willen passen heb ik in Brooklyn een appartement voor jullie. Toen zijn we nog wel een weekend met Lawrence naar zijn buitenhuis gegaan. Sindsdien ga ik elk jaar naar New York, behalve in 1998. En logeer ik nog steeds bij Lawrence, inmiddels 73.’’

Hoe ging het in de periode na New York?

Ed: ‘We zijn gewoon doorgegaan met onze sporten organiseren.’

Tom: ‘Ik ben toen tennis gaan doen en jij werd coördinator racketsporten. Er zijn toen een aantal clusters gemaakt: tennis, badminton, squash en tafeltennis.’

Ed: ‘Klopt, en daar heb ik toen een aantal mensen voor gezocht. Judith van Cleeff ging bijvoorbeeld het squash organiseren. Die had nog nooit gesquasht maar wilde wel meedoen. Zo ging dat.’

Tijdens de Gay Games zat ik de hele tijd op de fiets om de uitslagen naar het stadhuis te brengen

Tom: ‘Ik ben met Hein Jan Lapidaire en Ellen Soeters het tennistoernooi gaan organiseren. We hadden de taken verdeeld. Hein Jan deed het wedstrijdgedeelte, Ellen de vrijwilligers en ik de externe contacten. Tijdens de Gay Games zat ik dus de hele tijd op de fiets om de uitslagen naar het stadhuis te brengen, want we hadden geen fax meer - de faxen op de sportlocaties moesten weg vanwege de bezuinigingen.’

Ed: ‘Ik deed vooraf de coördinatie, maar in de week zelf heb ik vooral getennist. Toen heb ik in de Mixed Double samen met Lysbeth Donders goud gewonnen.’

Tom: ‘Het toernooi was op de tennisparken van Gold Star, Nieuw Tenniscentrum en Dicky Squash. Dat waren drie parkjes die naast elkaar lagen en op een gegeven moment was het hek tussen het Nieuw Tenniscentrum en Dicky Squash weggehaald. Na de Gay Games vroeg Gold Star of wij op hun park wilden komen spelen. Die eigenaar zei: “Ik heb nog nooit tijdens toernooien tennissers en gasten meegemaakt die zo beleefd op hun beurt stonden te wachten.”’

Ed: ‘Gold Star was natuurlijk een begrip in de tenniswereld. Daar was de tennisschool voor toptennissers.’

(Tekst loopt door onder de afbeelding)

Ed en Tom staan naast elkaar op de tennisbaan achter het net

Tom en Ed op de tennisbaan, gemaakt door MacSiers.

Wat was voor jullie het hoogtepunt van de Gay Games?

Ed: ‘Dat er zoveel mensen bij elkaar kwamen. Je denkt: “Ik besta niet alleen.” Niet als individu, niet als tennisgroepje, maar er kwamen mensen van over de hele wereld. Het was zo groot. Outreach is altijd voor mij een punt geweest, solidariteit met anderen ‘kleeft’ aan mij. Nu heb ik dat met Tunesië, waar LHBTI’s strafrechtelijk nog steeds vervolgd kunnen worden op basis van art. 230. Na de Arabische lente in 2011 heeft Tunesië een nieuwe, goede grondwet gekregen waarvoor ze met de Nobelprijs van de Vrede zijn onderscheiden, maar paradoxaal genoeg staat dit discriminerende artikel er nog steeds in.’

Waar komt dat vandaan?

Ed: ‘Eigenlijk uit mijn persoonlijke gevecht met homoseksualiteit. Rond mijn coming-out in Limburg heb ik een zware tijd gehad, hoewel ik er als de kippen bij was als het gaat om de praktijk.’ Lacht. ‘Ik gaf mijn ogen de kost en ben nooit bang geweest. Op de middelbare school had ik al een seksvriendje, maar om naar buiten te treden als homo…  dat was moeilijk. Dat is allemaal wel goed gekomen, maar je weet dat je maatschappelijk niet geaccepteerd wordt. Dat maakte het een zware periode. Dat is voor mij een verwerkingsproces geweest. Ik ben in 1973 naar Amsterdam gegaan, letterlijk om uit te breken. Daarvoor had ik al eens een half jaar in Amsterdam gewoond toen ik stage liep bij het NIVON. Later dacht ik: “Amsterdam, oh ja, heerlijk, ik ga terug, ik wil hier werken, ik wil hier wonen”. En dat heb ik ook gedaan.’

Ed van Betuw: ‘Dat samenwerken verbroedert enorm. Daar hoef je ook helemaal niet met elkaar over te praten. Je deelt iets gemeenschappelijks. Bij mij is dat gevoel heel sterk. Ik wil dat uitdragen omdat ik solidariteit voel. Mijn drive is dat ik mensen sterker wil maken.’

En dat wilde je meer mensen meegeven?

Ed: ‘Ja. Naderhand las ik dat anderen ook met coming-out problemen zaten. Dan is er niet veel nodig om te zeggen dat je samen dingen moet oppakken. Daarom zijn wij ook samen die tennisvereniging begonnen, en later ook de Gay Games. Dat samenwerken verbroedert enorm. Je deelt iets gemeenschappelijks. Ik vond de beleidsmatige kant van de Gay Games belangrijk. Proberen om ook deelnemers uit landen te betrekken waar de homo-emancipatie nog niet eens in de kinderschoenen staat. Ik ben contacten gaan leggen met organisaties die in Amsterdam zaten zoals Amnesty International en HIVOS. Die hadden lijsten van mensen in die landen die vervolgd werden en die ze ondersteunden. Bij mij thuis zijn in 1998 nog twee jongens uit Zimbabwe geweest die door die engerd - voormalig premier Robert Mugabe - daar vervolgd werden. Want dat deden we ook bij de Gay Games; die mensen vingen we op en konden bij mensen thuis logeren. Ik heb dus al die contacten gelegd, maar later toen het een beroepsorganisatie werd, werden wij als vrijwilligers vriendelijk bedankt en kwamen er professionele, betaalde krachten die het overnamen. Dat was niet leuk. Ook bij Smashing Pink creëerden we een Outreach-project, waarbij we mensen extra geld vroegen voor projecten die LHBT-sporters in het buitenland ondersteunen.’

Tom: ‘Dat is nog steeds een vast onderdeel van het Pinkstertoernooi, dus dat je een extra bijdrage kan doen en dat er een loterij georganiseerd wordt.’

Tom: ‘Tijdens de Gay Games was ik geconcentreerd op het tennistoernooi. Dat duurde zes dagen, dus ik zag wel dat er een prachtige sfeer was in de stad maar verder heb ik weinig gezien. Pas later zag ik op video al die mensen uit andere landen aan het woord. Ik dacht: Ja, dit is waar Gay Games ook over gaat. Het gaat niet alleen om de sport.’

Tom ‘Ik sprak laatst een vriend van mij die nu 89 is, die zei: “Het is de mooiste week van mijn leven geweest. Nog steeds!” Die heeft toen nergens aan meegedaan. Alleen maar genoten.’

Reacties van Movisie-experts Simon Timmerman en Hanneke Felten

Simon Timmerman:
‘De Roze Zaterdag van 1982 in Amersfoort is een zwarte bladzijde in de Nederlandse LHBTI-geschiedenis. Ed en Tom waren daar met vele anderen getuige van, het moet ontzettend angstig zijn geweest. Ed stelt in het interview dat we dergelijk geweld in Nederland gelukkig niet meer zien, en dat klopt. In Nederland is geweld en haat jegens de LHBTI-gemeenschap na Amersfoort niet meer zo massaal en openlijk geweest, maar op individueel niveau krijgen LHBTI-personen helaas nog veel te vaak te maken met geweld en agressie. Helaas zien we dergelijke massale uitingen van geweld vandaag de dag nog wel op andere plekken in de wereld. Recent nog werd een Pride evenement in Tbilisi, de hoofdstad van Georgië, gewelddadig verstoord. Dat zijn angstaanjagende beelden en zeer bedreigend voor de LHBTI-gemeenschap.

De titel van dit artikel eert de inzet van vrijwilligers voor het realiseren van Gay Games in Amsterdam, en terecht. Ik vind het mooi om te lezen dat Ed en Tom dit zo aanstippen. Nog steeds is de Nederlandse LHBTI-beweging gebouwd op talloze vrijwilligers. Ik zie dat ook in mijn werk als adviseur Regenboogsteden. In veel van die gemeenten zijn vele enthousiaste vrijwilligers actief om activiteiten voor LHBTI-inwoners te organiseren. Kortom, vrijwilligers zijn onmisbaar voor de LHBTI-gemeenschap.’

Hanneke Felten:
‘Het geweld in 1982 op Roze zaterdag was zeer schokkend en heftig voor de slachtoffers. Maar het was waarschijnlijk ook dé wake-up-call voor de rest van Nederland. Naar aanleiding van dit geweld startte de landelijke overheid met landelijk beleid m.b.t. de emancipatie van lesbische vrouwen en homo mannen en later kwamen daar biseksuele en transgender personen bij. De verontwaardiging over de gebeurtenissen in 1982 lijkt dus te hebben bijgedragen aan wezenlijke veranderingen.  Wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat dit vaker zo werkt. Uit een bekend experimenteel onderzoek blijkt dat wanneer witte mensen te zien krijgen hoe mensen van kleur schandalig behandeld worden op grond van hun huidskleur, dit leidt tot gevoelens van onrechtvaardigheid. En die gevoelens verminderen vooroordelen. Dit werkt ook zo bij vooroordelen over homoseksuelen. In 1982 zagen Nederlanders het grove geweld tegen mensen vanwege hun seksuele voorkeur, en realiseerden zich dat dit absoluut niet door de beugel kan. Ik vermoed dat het een belangrijk keerpunt voor de LHBT-emancipatie is geweest. Homofoob-zijn kreeg hierdoor een slechte naam en homofoben werden een groep waar je niet bij wilde horen. In 2010 liep ik zelf mee tijdens de Roze zaterdag die, voor het eerst sinds 1982, weer in Amersfoort werd gehouden. De spanning die de mensen die in 1982 hadden gevoeld, was nu weer voelbaar. Maar het werd een prachtige dag in 2010. In alles merkte je dat die Roze Zaterdag in 1982 afschuwelijk was geweest maar dat die tegelijkertijd Nederland ten positieve heeft veranderd.’

Foto’s: Marian Bakker (1998) en MacSiers Imaging (2021)
Tekst: Paul van Yperen