Wel of niet geholpen op tv?

‘Programmamakers en hulpverlening moeten meer samenwerken’

23 februari 2018

Programma’s waarbij mensen uit de problemen worden geholpen zijn populair. Maar er is ook kritiek. Zijn de deelnemers wel echt geholpen? En welk beeld krijgt de kijker van de hulpverlening in Nederland? Movisie en Zorg+Welzijn werkten samen aan de serie ‘Wat werkt op tv?’ waarin sociale professionals realityprogramma’s op TV bekeken en beoordeelden. Op de Dag van de Sociaal Werker op 14 maart 2018 kun jij zelf mee beoordelen!

Dat er veel kan gebeuren in een mensenleven is een enorme inspiratiebron voor programmamakers. Zwanger worden als je nog een tiener bent, torenhoge schulden, schooluitval, armoede, mishandeling, dakloosheid, verslaving. Televisiekijkend Nederland zag het afgelopen seizoen weer hoe de kwetsbaren in de samenleving geholpen werden. Al gebeurde dat in het ene programma beter dan in het andere, volgens de kritische sociaal professional.

Wat werkt op TV Live! op de Dag van De Sociaal Werker
Wat vind jij? Kunnen wij als professionals wat leren van de aanpakken in al die populaire hulpverleningsprogramma’s op televisie? Geven ze een goed beeld van de werkelijkheid aan de kijker thuis? Welke aanpak werkt echt? Tijdens de Dag van de Sociaal Werker gaat Wat werkt op TV live  Aan de hand van praktijksituaties uit de programma’s kun je meepraten en stemmen, samen met een panel van sociaal werkers en experts én onder leiding van dagvoorzitter Piet-Hein Peeters. Meer informatie en aanmelden.

Onder de aandacht; maar er kan ook genoeg beter

We vroegen een aantal professionals om hun mening te geven over hulpprogramma’s als Vier handen op één buik, The Amsterdam Project, Dream School en Een dubbeltje op zijn kant (zie kader). Over het algemeen vonden ze het positief dat problematiek als armoede, verslaving en dakloosheid uit de taboesfeer werd gehaald en onder de aandacht kwam. Het is bovendien wel eens goed om te zien wat er gebeurt wanneer hulpverlening te laat wordt ingeschakeld en wanneer er te veel wordt bezuinigd in het sociaal domein. Maar er kon ook genoeg beter; de houding van de betrokken BN’ers was behoorlijk onprofessioneel en vaak wordt de indruk gewekt dat complexe problemen eigenlijk relatief makkelijk worden opgelost.

Met een filmploeg erbij is het wel anders werken

Stephanie-Joy Eerhart raakte professioneel betrokken bij The Amsterdam Project. Een programma van Beau van Erven Dorens waarin vijf daklozen worden gevolgd terwijl ze hun leven weer op de rails proberen te krijgen. Hiervoor krijgen ze 10.000 euro en een boekje met contactgegevens van hulpverleners. Het idee is dat ze vooral zichzelf het beste kunnen helpen. Eerhart werkt als persoonlijk begeleider bij Pensioen Zuiderburgh van het Leger des Heils. Een woonvoorziening voor dak- en thuisloze mensen waar ze de flamboyante Lolle, een van de deelnemers, zou begeleiden. ‘Dat ging niet zonder slag of stoot’, vertelt Eerhart. 

Het ging niet zonder slag of stoot

‘Het idee was dat hij een woonplek zou aanvaarden, maar Lolle wilde eigenlijk niet van de straat af. Dat zien wij wel vaker en daarin zijn wij ook gespecialiseerd. Maar met een filmploeg erbij is het wel anders werken. Dat leverde stress op, ook voor Lolle. Normaal geven wij cliënten heel erg de tijd en ruimte om de stap te nemen naar het accepteren van wonen onder een dak of het accepteren van begeleiding. Die tijd leek er nu niet te zijn.’

Positief in beeld gebracht

Toch vindt Eerhart niet dat het programma een verkeerd beeld heeft gegeven. ‘Veel mensen hebben een inkijkje gekregen in de problematiek van daklozen en zien ook waar de hiaten in de hulpverlening zitten. De daklozen zijn heel positief in beeld gebracht; als echte vechters. Ik denk dat waar voorheen mensen daklozen misschien een beetje eng vonden, nu meer mensen een praatje met hen aangaan. De hulpverlening had wat mij betreft meer aandacht kunnen krijgen. De inzet van alle mensen om de uitzendingen heen zie je niet. Achter de schermen was Lolle namelijk een nog veel grotere uitdaging om te benaderen dan op tv te zien was. Ik vraag me weleens af: als Beau hem niet met een biertje en geld had benaderd, had hij dan ook zo makkelijk meegedaan?’

Tv kàn een mooi middel zijn

Sociaal professionals zijn vaak veel te bescheiden om te laten zien wat zij doen voor de samenleving, vindt Maaike Kluft, destijds betrokken bij de serie artikelen. ‘Tv is juist een heel mooi middel om te laten zien wat zij doen en hoe complex de problemen in de samenleving zijn. Alleen moeten de deelnemers van zo’n programma wel écht geholpen worden. Programmamakers zouden daarom heel goed moeten samenwerken met hulpverleners.’ Kluft denkt dat de aandacht voor de problemen in de samenleving juist goed is. ‘Al moeten we oppassen dat er geen verkeerd beeld ontstaat van de problemen én van de hulpverlening. Soms lijkt het wel alsof alles in één uitzending wordt opgelost, terwijl dat natuurlijk niet de realiteit is. Weten programmamakers bijvoorbeeld wel dat het hebben van schulden niet alleen over geld gaat? Het zou mooi zijn als programma’s beter duiden wat nu precies die problemen veroorzaakt. Leg uit hoe dat gaat, dat kan heel informatief zijn.’

Soms lijkt het wel alsof alles in één uitzending wordt opgelost, terwijl dat natuurlijk niet de realiteit is

Een ander kritiekpunt is de houding van de BN’ers in sommige hulpprogramma’s. Omdat zij geen hulpverlener zijn, weten ze niet altijd professioneel te reageren. Ze zijn in shock (gebruik je zoveel drugs?!), directief (je moet stoppen met roken!) en stellen suggestieve en retorische vragen (dit kan zo niet langer!). ‘Dat zag je in het programma Vier handen op één buik heel goed’, zegt Kluft. In dat programma ontfermen bekende moeders zich over aanstaande tienermoeders. ‘Het lag heel erg aan de BN’er of de aflevering goed was of niet. Sommigen hielpen de tienermoeders echt, anderen vielen van de ene in de andere verbazing.’

Vier handen op een buik

Voormalig wielrenster Leontien van Moorsel was een van die bekende moeders die in 2016 meedeed aan het programma Vier handen op één buik. Ze schoot de 19-jarige Aline te hulp. Aline had op dat moment twee kleine kinderen en was zwanger van haar derde. Van Moorsel geeft toe dat zij daarin geen professional is. ‘Ik ben daar eigenlijk niet zo geschikt voor’, lacht ze. ‘Ik trek me die problemen te veel aan. Ik wil het liefst iedereen helpen, maar dat kan niet. De situatie van Aline was hartverscheurend. Ze had zo jong al drie kinderen, haar zoontje heeft psychische problemen, zij had relatieproblemen. Ik kreeg daar echt pijn van in mijn maag.’ Volgens Van Moorsel was het productiebedrijf SkyHighTV enorm betrokken bij de deelnemers. ‘Samen met een professionele coach heb ik zes maanden contact gehad met Aline. We hebben in die tijd een baan voor haar kunnen regelen en haar verder kunnen begeleiden. Na het programma ben ik nog op Alines bruiloft geweest. Het ging toen redelijk met haar. Het is moeilijk om je te realiseren dat je maar zoveel voor mensen kunt doen en dat het bij sommige mensen niet altijd lukt om helemaal uit de problemen te komen. Ik vind het daarom heel knap dat hulpverleners dit dag in dag uit kunnen doen.’

Samen met de deelnemers er sterker uitkomen

Het was voor Van Moorsel niet de eerste keer dat ze meewerkte aan een hulpprogramma. In 2013 maakte ze samen met het toenmalige Eyeworks het BNN-programma ‘Tot op het bot’ over zes meiden met anorexia nervosa. In iedere aflevering wordt de worsteling van het gezin in beeld gebracht en wordt het meisje door Van Moorsel en andere hulpverleners gecoacht en gemotiveerd naar herstel. Van Moorsel is ervaringsdeskundig, want heeft zelf acht jaar een eetstoornis gehad. Het programma laat volgens haar zien hoe gecompliceerd een eetstoornis is en dat het niet zomaar opgelost wordt door gewoon weer te gaan eten. ‘Ja, het is heel heftig wat je soms ziet, maar het is absoluut niet de bedoeling om de deelnemers te kakken te zetten. We wilden er samen met de deelnemers sterker uitkomen. Daarvoor was ik een jaar lang, 24 uur per dag betrokken bij deze meiden.’

Nazorg is belangrijk

Maaike Kluft vraagt zich af of deelnemers zich realiseren welke gevolgen zo’n programma kan hebben. ‘Niemand hangt graag zijn vuile was buiten natuurlijk. Maar stel je doet toch mee en het jaar erna wordt het programma weer in de zomermaanden herhaald. In die tussentijd kan je situatie al zijn verbeterd, maar dan kom je wel weer met je problemen op tv.’ Van Moorsel beaamt dat het meedoen aan het programma voor de deelnemers best heftig was. ‘We hebben samen met hen de afleveringen bekeken voordat ze werden uitgezonden. Dat was heel confronterend, maar ze waren ook trots, want veel van hen waren toch behoorlijk beter geworden. Toch blijft het heel knap om zo’n persoonlijk verhaal te delen.’

Iedereen kon mij dag en nacht om hulp vragen

Van Moorsel vindt dat de hulp aan de deelnemers niet zomaar moet stoppen zodra het programma af is. ‘Ik ben daar heel ver in gegaan; iedereen kon mij dag en nacht om hulp vragen. Ik heb voor een van de meiden zelfs speciale maaltijden laten bezorgen.’ Drie van de zes deelnemers werken inmiddels als vrijwilliger in het Leontienhuis dat Van Moorsel heeft opgericht om mensen met een eetstoornis en hun familie te helpen. ‘Ik vind dat heel bijzonder.’

Integere bedoelingen

Uiteindelijk is Stephanie-Joy Eerhart niet lang betrokken geweest bij Lolle. ‘Hij was voor mij niet benaderbaar’, verklaart ze. ‘Lolle heeft een ontiegelijk uitdagend karakter, is heel trots en eigenwijs en vertoont extreem zorgmijdend gedrag. Ik kreeg bovendien door de aanwezigheid van de filmploeg niet de kans om zijn vertrouwen te winnen. Dat had ook te maken met mijzelf; ik hoor slecht, dus wanneer ik hem niet verstond kreeg ik gelijk een sneer. Ik had uiteindelijk niet de tools om hem te begeleiden, wat dat betreft ben ik nog niet volgroeid als hulpverlener.’ Eerhart weet dat de deelnemers na het programma niet zomaar zijn losgelaten, de zorg is langzaam overgedragen en nog steeds heeft Beau van Erven Dorens af en toe contact met de deelnemers. ‘Wat dat betreft heeft Beau echt zuivere en integere bedoelingen gehad met het programma. Ik moet zeggen dat hij echt emotioneel betrokken was. Hij heeft echt een lange adem gehad met deze mensen.’

Heeft de 10.000 euro Lolle uiteindelijk geholpen? ‘Nee’, zegt Eerhart beslist. ‘Als ik kijk naar wat hij met dat geld heeft gedaan en wat hij had kunnen doen, dan had hij zeker op een ander punt in zijn leven kunnen staan. Maar ja, dat is zelfbeschikking he.’ Lolle is wel onder dak; hij woont in een woonvoorziening en krijgt begeleiding. Veel slechter is hij er niet van geworden, vindt Eerhart. ‘Lolle wordt op straat nog steeds herkend en hij krijgt heel vaak geld van mensen. Als hulpverlener zou je nog meer voor hem willen natuurlijk, maar dat gaat niet altijd.’

Wat werkt op TV?
In de rubriek 'Wat werkt op TV?' bespreken sociale professionals tv-programma’s waarin een hulpvraag of een sociaal probleem wordt behandeld. In deze rubriek verschenen: ‘Het is hier geen hotel’, ‘Danny zoekt problemen’, ‘Family Island’, 'Anita wordt opgenomen', The Amsterdam Project, Dubbeltje op zijn kant, Vier handen op één buik en Dream School . 

Deze reeks is een samenwerking tussen Movisie en Zorg + Welzijn. De artikelen in deze reeks worden geschreven door Alexandra Sweers.