Gemeenschappelijk wonen van ouderen

Wat we kunnen leren van gemeenschappelijke woonprojecten voor ouderen in Amsterdam

13 november 2019

Omringd door buren die dezelfde interesses delen, samen koffiedrinken of wandelen als je daar zin in hebt, en elkaar helpen wanneer het nodig is. Zo zien veel mensen het ouder worden idealiter voor zich. Als ze dan tevens een gezamenlijke ruimte delen en samen verantwoordelijkheid dragen voor hun wooncomplex, dan noemen we dat gemeenschappelijk wonen. Movisie hield dertien interviews met bewoners van bestaande wooncomplexen, ouderenadviseurs, de gemeente en woningcorporaties actief in Amsterdam.

De gemeenschappelijke woonvorm lijkt veel mensen naarmate ze ouder worden ideaal. In de praktijk betekent het ook zoeken naar een balans tussen enerzijds elkaar helpen, zonder dat dit verplicht voelt en anderzijds bij elkaar betrokken zijn. Zonder inbreuk te maken op elkaars privacy. Gemeenten juichen het idee van gemeenschappelijk wonen van ouderen toe. Ze zien het als een sociaal ingebedde manier om op verantwoorde wijze langer zelfstandig thuis te wonen. Het gemeenschappelijke, hoe licht ook, voorkomt dat ouderen buiten het zicht van hun omgeving vereenzamen en geïsoleerd raken. In feite lijkt gemeenschappelijk wonen een goede oplossing om het gat te dichten dat ontstaan is door de sluiting van verzorgingshuizen.

Download publicatie

Hoewel gemeenten enthousiast zijn, ervaren ouderen die een gemeenschappelijke woonvorm willen starten toch vaak weinig praktische ondersteuning vanuit de gemeente en de woningcorporatie. Bij het verdelen en realiseren van woonruimte blijken allerlei obstakels en belangen te spelen. Die maken het realiseren van gemeenschappelijk wonen niet eenvoudig. Zeker niet bij de huidige overspannen woningmarkt.

‘We nodigen regelmatig mensen uit de buurt uit, bijvoorbeeld voor onze filmavonden. Als woongemeenschap kan je zo ook iets voor de buurt terugdoen.’ - geïnterviewde
 

Geef het tijd

Elke vorm van gemeenschappelijk wonen begint met een idee van een individu, groep of organisatie. Dit kunnen burgers zijn, maar ook de gemeente of een woningcorporatie. Het opzetten van een project gericht op gemeenschappelijk wonen heeft tijd nodig. Het is een lang proces, waarin uiteenlopende belangen van verschillende partijen meespelen. Het samenstellen en samenbrengen van de toekomstige bewoners is bijvoorbeeld al een vraagstuk op zich.

Schaarste aan geschikte locaties vormt vaak een drempel

De betrokkenen moeten aandacht besteden aan de financiering en het vinden van een geschikte locatie. De ervaring leert dat de fysieke locatie vaak een drempel vormt in het realiseren van gemeenschappelijk wonen. Zeker in dichtbevolkte gebieden is er schaarste aan geschikte wooncomplexen of bouwlocaties, waarbij ouderen niet de enige kwetsbare doelgroep zijn die woonruimte zoeken.

Meer of minder aandacht voor gemeenschappelijkheid

Als de groep is gevormd en de verhuizing naar het gemeenschappelijke complex een feit is, begint het gemeenschappelijk wonen echt. Gemeenschappelijkheid is er in allerlei gradaties. Er zijn complexen waar veel wordt geïnvesteerd in gemeenschappelijkheid. Denk aan het organiseren van gezamenlijke activiteiten, zoals ICT-cursussen, wandelgroepen en debatavonden. Hiermee krijgen bewoners de kans om gedeelde interesses te ontdekken. De saamhorigheid groeit en bewoners zijn sneller geneigd voor elkaar een oogje in het zeil te houden. Ze voelen zich veilig en geborgen. Dit bevordert de sociale binding en voorkomt en vermindert sociale eenzaamheid. Maar er zijn ook gezamenlijke wooncomplexen waar minder tijd en aandacht is voor groepsvorming, waardoor het langer duurt voordat de gemeenschappelijkheid tot stand komt.

'Ook bij ons komt het voor dat bewoners niet met elkaar door één deur kunnen. Belangrijk is dat je elkaar wel kan aanspreken, zodat er toch verbinding blijft, zeker als je met elkaar een etage deelt. ' - geïnterviewde

 

Auteur
Marion Herder, Hanan Nhass en Jan Willem van de Maat
Jaar
2019
Uitgever(s)
Movisie
Type
Rapport
Pagina's
20
Prijs
Gratis