Een buurt voor iedereen: korte lijntjes en aandacht voor elkaar

20 juli 2020

Hoe zorg je ervoor dat mensen die bijvoorbeeld door psychiatrische problemen in een kwetsbare positie verkeren, zich thuis voelen in de buurt? Wat is in deze coronatijden de rol van woningcorporaties in samenwerking met gemeente en welzijn bij het ondersteunen van mensen met een verhoogde kwetsbaarheid? Op 7 juli 2020 stonden deze vragen centraal tijdens de Online Leerbijeenkomst: Een buurt voor iedereen.

Waakvlamfunctie

De leerbijeenkomst start met een presentatie van Pieter van Hulten, belangenbehartiger Wonen en zorg bij Aedes. Hij neemt ons mee in het recent gepubliceerde rapport van Andersson Elffers Felix (AEF) over hoe de ondersteuning van kwetsbare inwoners in buurten beter kan. Directe aanleiding voor dat rapport is de constatering dat de leefbaarheid in wijken waar veel kwetsbare mensen wonen onder druk staat en er sprake is van veel overlast, omdat de problemen die deze kwetsbare mensen hebben niet op tijd worden gesignaleerd. Daarmee is de balans tussen draagkracht en draaglast in die wijken verstoord.

‘Het belangrijkste is dat er ogen en oren in wijk zijn die de mogelijkheid hebben om eens op een bewoner af te stappen en te vragen: “Hoe gaat het met jou?”’, legt Van Hulten uit. Een klein beetje aandacht voorkomt bij veel kwetsbare mensen al dat ze terugvallen in oud (onwenselijk) gedrag. Deze verschuiving naar een meer preventieve aanpak is onmisbaar in kwetsbare wijken. Aedes roept daarom gemeenten op om in wijken een waakvlamfunctie te organiseren en te financieren. Van Hulten licht toe: ‘De waakvlamfunctie zorgt voor betere leefbaarheid in de wijk en de totale kosten worden minder in vergelijking met als je pas reageert als het escaleert.’

Daarnaast blijkt dat veel gemeenten hun regiefunctie rond wonen niet of onvoldoende invullen. Zo wordt er bijvoorbeeld in prestatieafspraken met woningcorporaties (te) weinig opgenomen over wonen en zorg, terwijl daar voor een gemeente wel een belangrijke taak ligt. Woningcorporaties moeten vaak los afspraken maken met zowel een wethouder Wonen als een wethouder Zorg, terwijl juist die verbinding zo belangrijk is. ‘Door versnipperde werkzaamheden weten mensen elkaar lastiger te vinden. Door onderlinge rollen en verantwoordelijkheden te verhelderen, kan er efficiënter samengewerkt worden,’ aldus Van Hulten.

De coronacrisis maakt de ongelijkheid pijnlijk zichtbaar

Roerganger

Henrike Klok is Roerganger bij woningcorporatie Rochdale. Haar opdracht is om de toenemende kwetsbaarheid in buurten te vertalen naar de koers en visie van Rochdale. Daarnaast heeft zij ook het mandaat om dingen in gang te zetten die belangrijk zijn voor de kwetsbare wijken, zoals het opzetten van pilots, opstarten van samenwerkingen, maar ook ingrijpen op casusniveau. ‘De coronacrisis maakt de ongelijkheid in kansen in kwetsbare buurten pijnlijk zichtbaar’, constateert Klok. ‘Vooral bij huurders die al kwetsbaar waren. Bewoners hebben weinig kansen en kinderen weinig perspectief.’ Als Roerganger heeft zij de mogelijkheid om te doen wat nodig is, zoals bijvoorbeeld 'time-out plekken” inrichten om te voorkomen dat mensen in de opvang terechtkomen.  Daarnaast focust Klok zich op preventie. Een mooi voorbeeld daarvan is dat Rochdale nieuwe huurders preventief koppelt aan een budgetcoach. Op deze manier wordt tijdig gesignaleerd of huurders financieel in de klem raken en worden schulden voorkomen.

Eigen verantwoordelijkheid

Roderik Wijma en Leonie Heezen van woningcorporatie Bo-Ex, ervaringsdeskundige Roy Selders en buurtcoach Robert van Egmond van Incluzio delen reflecties uit de praktijk over de opgave om iedereen prettig te laten wonen. Sleutel hierin blijkt samenwerking en korte lijntjes tussen alle betrokken partijen. Maar ook buurtbewoners die aandacht hebben voor elkaar, en eigen verantwoordelijkheid pakken voor hun buurt. Mensen in de stad vinden het soms ingewikkeld om te ‘wonen’. Bo-Ex probeert buurten handvatten te geven over hoe je nu eigenlijk met buren om moet gaan. Vaak bellen mensen als er gedoe is in hun buurt naar de corporatie, zonder zelf contact te zoeken met de betreffende buurtbewoner. Een deelnemer reageert daarop: ‘Het stimuleren van persoonlijk contact tussen wijkbewoners kan ervoor zorgen dat er altijd iemand in de buurt is waarbij ze 24 uur per dag terecht kunnen, wat voor een professional onmogelijk is’. Een andere deelnemer vult aan: ‘Dit zou ook in de vorm van een “buddy” kunnen zijn die verbindt met wie nodig is, zodat signalen al vroeg worden opgepakt en escalatie voorkomen kan worden.’

Zwarte gat voorkomen

Dat het belangrijk is dat buurtbewoners naar elkaar omkijken, beaamt ook Roy Selders. Vanuit zijn ervaringsdeskundigheid staat hij mensen bij die in de problemen zitten. ‘Niet als hulpverlener, maar als hoopverlener’, zoals hij zegt.  Hij beschrijft het grote zwarte gat dat hij ervaren heeft tussen de maatschappij en hulpverlening. ‘Na de hulpverlening gaat de deur dicht en daarna sta je er in de wijk weer alleen voor, dan moet je het zelf doen.’ Het had hem zeker geholpen als mensen naar hem omgekeken hadden: een buurman die hallo zegt of een kop koffie komt drinken of een wijkagent die even langskomt. Hij ziet de waakvlamfunctie als een belangrijk element in de wijk, waarmee mogelijk een deel van het zwarte gat te overbruggen valt. Immers: alle beetjes helpen.

Samenwerken in continuïteit

Maar wat echt wezenlijk anders moet in de kwetsbare wijken is de manier van samenwerken. Roderik Wijma, sociaal buurtbeheerder bij Bo-Ex, deelt zijn waarnemingen uit de praktijk: iedereen is van goede wil, maar de carrousel gaat pas draaien als de situatie escaleert. 'Mede komt dit ook doordat er minder wijkagenten zijn waardoor de werkdruk toeneemt en er niet de capaciteit is om met alle meldingen iets te doen. Zo komt het erop neer: totdat het echt fout gaat, wordt iemand volledig aan zijn lot overgelaten.' Daarom ziet hij het belang van een waakvlamfunctie in de buurten, maar merkt daarbij wel op dat een waakvlammer ook de bevoegdheid zou moeten krijgen om verschillende organisaties aan te sturen. Want ook al is iedereen van goede wil, alle sprekers én deelnemers zijn het erover eens: juist in de samenwerking en de continuïteit daarvan valt nog veel winst te behalen. Dat is ook de conclusie die uit de discussiegroepen naar voren komt. Het is een gezamenlijke opgave van burgers, corporaties, gemeenten, politie en andere betrokkenen, waarvoor ieder zijn eigen en gedeelde verantwoordelijkheid moet pakken.