Met alleen het verzamelen van ervaringen ben je er nog niet

6 april 2018

Ervaringen en ervaringsdeskundigheid van mensen die zorg en ondersteuning krijgen, zijn waardevol om beleid te maken én te toetsen of het werkt. Maar hoe benut je deze ervaringen optimaal?

Om hierbij te helpen, heeft Movisie samen met ervaringsdeskundigen, professionals en beleidsmakers de publicatie Ervaringskennis in beleid ontwikkeld. Anne Lucassen van Movisie: ‘De waarde van het persoonlijke verhaal van mensen wordt vaker gezien.’

Medewerkers van gemeenten gaan steeds directer met inwoners in gesprek om na te gaan hoe zij het gemeentelijke beleid rondom bijvoorbeeld Wmo en jeugdhulp in hun dagelijks leven ervaren. Op die manieren delen inwoners hun ervaringen direct, door hun eigen verhaal te vertellen, in plaats van via vertegenwoordigers in bijvoorbeeld een Wmo-raad of belangenorganisatie.

Belangenbehartiging 2.0

Anne Lucassen, Adviseur Participatie en actief Burgerschap bij Movisie: ‘De manier van belangenbehartiging verandert. Samen met ervaringsdeskundigen, professionals en beleidsmakers hebben we tijdens een expertmeeting met elkaar verkend hoe ‘belangenbehartiging 2.0’ eruit ziet, wat er veranderd is en wat dit betekent. We hebben toen geconcludeerd dat in de huidige belangenbehartiging het persoonlijke verhaal van mensen zelf meer naar voren komt. De waarde van die persoonlijke ervaringen wordt meer gezien. We hebben dus kunnen concluderen dat ervaringskennis, naast wetenschappelijke en professionele kennis, steeds meer gezien wordt als volwaardige kennisbron.’

Van systeemwereld naar leefwereld

Maar hoe kun je die ervaringskennis vervolgens gebruiken om je beleid of de uitvoering ervan aan te passen? Om daarmee te helpen, heeft Movisie het lemniscaat Ervaringskennis in beleid gepubliceerd. In dit lemniscaat, zie de afbeelding hiernaast, wordt beschreven hoe de leefwereld van burgers en de systeemwereld van beleidsmakers en professionals met elkaar verbonden zijn. Lucassen: ‘Het doel van het lemniscaat is dat we beleidsmedewerkers, professionals en burgers een instrument wilden geven wat hen kan helpen om ervaringen van mensen te gebruiken bij het verbeteren van beleid en uitvoering. Dankzij het lemniscaat kun je zien welke stappen er te zetten zijn en waar je bij elke stap op moet letten.’

Lemniscaat ervaringskennis beleid

Vier fasen

Om te zorgen dat ervaringen tot een echte verbetering van beleid en uitvoering leiden, moeten volgens het lemniscaat vier fasen doorlopen worden: het verzamelen van ervaringen, het vertalen van die ervaringen, op basis hiervan beleid en uitvoering ontwikkelen of aanpassen en tot slot evalueren en terugkoppelen. Lucassen: ‘Veel gemeenten zijn bezig met het verzamelen van ervaringen, maar daarmee ben je er nog niet. Het is echt van belang dat je het hele proces doorloopt. Zeker de laatste fase, de terugkoppeling, schiet er vaak bij in.’

Terugkoppeling

Waarom is juist die terugkoppeling dan zo belangrijk? Lucassen: ‘Als je je ergens voor inzet, is het fijn om te weten wat er vervolgens gebeurt. Als dat totaal niet zichtbaar is, ga je je afvragen waarom je je dan hebt ingezet en zal je niet snel nog eens meedenken als je daarvoor gevraagd wordt. Het is dus van belang dat zorgvuldig wordt omgegaan met mensen die tijd en energie investeren om de hulp en ondersteuning beter te maken. Zorg dat je hen bij het proces betrekt of informeer ze over de vorderingen die je in de verschillende fasen maakt.’

Monitoring

Wanneer je terugkoppelt, zou je in principe meteen weer door kunnen naar de eerste fase van het lemniscaat: ervaringen verzamelen. Lucassen: ‘Wellicht wil je monitoren of  de aanpassingen die je in je beleid of werkwijze hebt doorgevoerd, hebben bereikt waar je inwoners om gevraagd hebben.’ Ze waarschuwt echter wel dat je niet te snel weer door moet gaan naar de eerste fase. ‘Verandering heeft tijd nodig. Dus meet niet te snel.’

Download de publicatie

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op Zorg+Welzijn