‘Ervaringsdeskundigen zijn tweetalig: zij spreken zowel de taal van de leefwereld als de taal van de systeemwereld’

Inzet van ervaringsdeskundigheid bij huiselijk geweld en kindermishandeling

23 maart 2022

Veel mensen hebben ervaring met huiselijk geweld en kindermishandeling. Het is een complex onderwerp, omgeven door stigma’s en taboes. Ervaringsdeskundigen kunnen als geen ander de brug slaan tussen systeem- en leefwereld, beleid en praktijk, tussen professional en cliënt. In het kader van het landelijk programma Geweld Hoort Nergens Thuis (GHNT) van VWS, J&V en VNG is een handreiking ontwikkeld over de inzet van ervaringsdeskundigen in de gemeentelijke context. Movisie spreekt met enkele leden van de Spiegelgroep Ervaringsdeskundigheid GHNT en tevens medeauteurs van de handreiking ‘Samen Deskundig’: Susanne Slikkerveer, Janine Klungel, René Haring, Hameeda Lakho.

Handreiking ‘Samen Deskundig’

Verschillende gemeenten schatten de inzet van ervaringsdeskundigen op waarde, maar zijn soms nog zoekende hoe dit vorm te geven, zeker bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Het blijkt vaak nog een onontgonnen terrein. Gemeenten weten niet altijd hoe de samenwerking aan te gaan, waar ze ervaringsdeskundigheid kunnen vinden en hoe deze in te zetten. De handreiking 'Samen Deskundig' bespreekt en belicht de samenwerking tussen gemeenten, organisaties en ervaringsdeskundigen van huiselijk geweld en/of kindermishandeling.

Wat verstaan jullie onder ervaringsdeskundigheid?

René: ‘Er zijn veel mensen die helaas ervaring met huiselijk geweld of kindermishandeling hebben opgedaan. Er wordt dan snel gezegd dat je met zo’n ervaring direct ervaringsdeskundig bent. Ik denk dat dat niet zo is. Een ervaringsdeskundige heeft zijn of haar verleden, pijn of trauma ruimschoots verwerkt. Je moet jouw unieke ervaring kunnen ontstijgen. En de ervaring in breder perspectief kunnen plaatsen.’
Susanne: ‘In de maatschappij zie je inderdaad de tendens dat mensen al snel als ervaringsdeskundig worden gezien. Je hebt iets meegemaakt en je bent meteen ervaringsdeskundig. In het alledaagse leven kom ik dat ook tegen. Jij bent veel in het ziekenhuis geweest? Dan ben jij ervaringsdeskundig als het gaat om gesprekken met artsen. Ik zeg niet dat dat niet zo is, maar een ervaringsdeskundige is meer dan iemand met een ervaring.’
Janine: ‘In de handreiking hebben we de ontwikkeling van ervaring naar ervaringskennis naar ervaringsdeskundigheid beschreven. Natuurlijk is ervaringsdeskundigheid gegrond in de eigen ervaring met huiselijk geweld en/of kindermishandeling, het herstel ervan en zelfreflectie. Persoonlijk vind ik de tweede stap, namelijk het ontwikkelen van ervaringskennis in contact met lotgenoten, heel belangrijk. Door eigen ervaringen te bespreken en te verbinden met die van velen ontstaat collectieve kennis. Daar put ik uit bij het vertegenwoordigen en het behartigen van belangen van lotgenoten. Ook het consulteren van andere kennisbronnen, zoals wetenschappelijke, professionele, literaire en (auto)biografische teksten of documentaires en films, vind ik daarbij van groot belang. Ik onderzoek altijd of die kennis aansluit bij de belichaamde en geleefde ervaring en werkelijkheid van huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit alles maakt ons naast ervaringsdeskundig ook inhoudsdeskundig op dit themagebied.’
Hameeda: ‘Belangrijk is dat je je eigen ervaring kunt ontstijgen. Een ervaringsdeskundige kan zijn of haar ervaring inzetten op verschillende gebieden, bijvoorbeeld in contact met lotgenoten, maar ook met professionals en beleidsmakers. En dan zó inzetten dat het delen van de ervaring een collectief belang dient. Als ervaringsdeskundige ben je in feite woordvoerder van een grote groep mensen.’

‘We zijn niet alleen ervaringsdeskundig, maar ook inhoudsdeskundig’

Welke waarde heeft het delen van een persoonlijke ervaring met betrekking tot huiselijk geweld of kindermishandeling voor anderen?

Janine: ‘Door het stigma en taboe dat op huiselijk geweld en kindermishandeling rust, getuigt het publiekelijk delen van de eigen ervaring van kwetsbaarheid én lef. Hoe ik mijn ervaring inzet, is afhankelijk van de context. Ik weeg telkens zorgvuldig af waar wat van nut en ten dienste van wie kan zijn.’
Hameeda: ‘Soms denken of zeggen mensen: je blijft maar bezig met je ervaring. Zou je daar nou wel je werk van maken. Ik heb wat ik meegemaakt heb, juist professioneel doorleefd. Dat maakt juist dat ik met mijn ervaringen kan werken, dat ik van betekenis kan zijn voor mensen die een soortgelijke ervaring hebben. Wij kunnen mensen raken op gevoels- en zielsniveau -niet iedereen kan dat. Ook professionals tasten soms in het duister hoe huiselijk geweld of kindermishandeling doorwerkt in levens. Als ervaringsdeskundige kan ik de ontbrekende schakel zijn in de keten. Niet dat wij alle antwoorden hebben, maar we kunnen wel de kern raken.’
René: ‘Wij kennen de pijnpunten. Wij weten – helaas – wat er nodig is om eruit te komen. Ons vak is vergelijkbaar met elk ander vak. Er zijn goede en slechte schilders.’
Hameeda: ‘Juist. Wij verlenen hulp en ondersteuning op een hele andere manier; op een existentieel niveau. We zijn geen hulpverleners, maar wel professional als het gaat om onze eigen ervaring.’
Janine: ‘In mijn loopbaan ben ik op bepaald moment mijn persoonlijke ervaringen met geweld expliciet gaan onderzoeken en gaan benoemen. Hierbij stuitte ik diverse keren op hardnekkige vooroordelen, bijvoorbeeld de idee dat ‘iemand als jij’ het niet zou moeten willen om op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling werkzaam te zijn. Dit vanuit de gedachte dat ik dat niet aan zou kunnen. In de praktijk van onder andere jarenlange ervaringsdeskundige dienstverlening heb ik juist gemerkt dat ik bij uitstek geschikt en toegerust ben om op dit gebied te werken. Ik heb zoveel meegemaakt dat ik niet schrik als iemand zijn/haar geweldservaringen met mij deelt en ik ben niet bang om over het meest intieme van geweld en de gevolgen daarvan te praten. Hoewel ik me in mijn leven regelmatig zeer kwetsbaar heb gevoeld, weet ik als geen ander hoe sterk ík en íeder is om te midden van geweld te (over)leven. En met die kwetsbaarheid en kracht probeer ik anderen van dienst te zijn. Ik ben sterk in kwetsbaarheid.’ 

Hoe kan de samenwerking tussen professionals en ervaringsdeskundigen op een goede wijze gestalte krijgen?

René: ‘Iedereen heeft eigen kwaliteiten. Een professional zonder éigen ervaring kan heel goed naast iemand staan mét een eigen ervaring. Het gaat erom dat je als ervaringsdeskundige een brug slaat tussen professional en cliënt. Een burg tussen leefwereld en systeemwereld.’
Susanne: ‘In het verleden merkten we dat hulpverleners bang waren dat wij hun werk overnemen. Daar is echter geen sprake van. Ik ben zeven jaar geleden begonnen, toen was er minder bekend over de inzet van ervaringsdeskundigen. Nu is er veel meer samenwerking en begrip over en weer. Er is meer kennis over de inzet van ervaringsdeskundigheid. Veel organisaties nemen anno 2022 ervaringsdeskundigen in dienst. Ik ben blij met de aandacht voor de samenwerking tussen professional en cliënt, zoals we ook in de handreiking hebben benadrukt. Soms bespeur ik terughoudendheid bij professionals om met ervaringsdeskundigen samen te werken. Wat ik ook zie is, daar waar het gebeurt, het snel beter gaat. Als mensen eenmaal het belang inzien van de inzet van ervaringsdeskundigheid en ervaringsdeskundigen, staan ze er meer voor open om dit in te zetten in hun context. Juist de samenwerking tussen de hulpverlening en de ervaringsdeskundige kan de betrokkenen helpen. Dat is waar het mijns inziens om gaat. Wat hebben de betrokkenen nodig en hoe gaan we dat bewerkstelligen? Soms zien we dat hulpverleners en beleidsmedewerkers eerder kijken naar welke mogelijkheden bieden we vanuit de organisatie of gemeente en die inzetten, zonder echt te kijken naar de betrokkenen en wat zij wensen of nodig hebben. Ervaringsdeskundigen kunnen de brug vervullen tussen de leefwereld en de systeemwereld om zo ook beter aan te sluiten bij de mensen, hen de regie te laten behouden in hun eigen leven en doordat ze krijgen wat ze wensen ze ook sneller herstellen en het dus minder geld hoeft te kosten.’  
René: ‘Als een cliënt geen hulp wenst, ben je natuurlijk snel uitgepraat. Veel hulp door ervaringsdeskundigen geschiedt op vrijwillige basis. Niet alle organisaties willen met ervaringsdeskundigen samenwerken –jammer is dat. Dat hoeft trouwens geen onwil te zijn, soms is het koudwatervrees of onbekendheid.’
Hameeda: ‘In het contact tussen professional en ervaringsdeskundige is een goede afstemming van groot belang. Deskundigheid en kwaliteit eveneens. Het gaat erom dat je elkaar weet te vinden en te waarderen. Als je als professional of als ervaringsdeskundige verandering teweeg wilt brengen, zul je op verschillende lagen in de organisatie actief moeten zijn. Het gaat niet alleen om de inzet van ervaringsdeskundigen in de uitvoer, maar ook om bewustwording en commitment in de bestuurskamer. Successen boek je samen. Ervaringsdeskundigen zijn bij uitstek in staat om de schakel te zijn tussen systeemwereld en leefwereld. Een belangrijke taak.’
Janine: ‘Om te kunnen fungeren in een dergelijke brugfunctie vind ik het belangrijk om zowel met de leef- als systeemwereld goed contact te hebben, ze allebei open en zonder vooroordeel tegemoet te treden.’
René: ‘In feite zijn wij als ervaringsdeskundigen tweetalig. Wij spreken de taal van de betrokkene en de taal van de professional. Cliënten weten soms echt de weg niet te vinden, of begrijpen niet wat er in de brief staat. Wij kunnen ze helpen. Die brugfunctie is dus ook een vertaalfunctie.’
Hameeda: ‘Ervaringsdeskundigen kunnen het voor elkaar krijgen dat beleidsmakers en bestuurders die een afstand hebben tot de maatschappij – tot de gewone leefwereld van elke dag – overtuigd raken van de impact van huiselijk geweld of kindermishandeling en dat zij de meerwaarde leren inzien van de inzet van ervaringsdeskundigen. In een goed team is er sprake van een diversiteit aan achtergronden en kwaliteiten. Je vult elkaar aan. Dus niet: o ja, we hebben ook nog een ervaringsdeskundige nodig.’

‘Ervaringsdeskundigen vervullen een brug- en vertaalfunctie’
 

Hoe kunnen ervaringsdeskundigen effectief en passend worden ingezet in organisaties? 

René: ‘Het is belangrijk dat voordat je als gemeente met ervaringsdeskundigen gaat werken, nadenkt over de vraag wat je nodig hebt. Wat vraag je van ervaringsdeskundigen? Wil je hun inzet belonen met een bosje bloemen of een bon? Dat is voor een vrijwilliger. Een ervaringsdeskundige is een professional – hij of zij brengt iets voor de langere termijn. Die hebben dus echt wat in te brengen. Laat de waardering daar dan ook naar zijn, bijvoorbeeld in de vorm van een dienstverband. Ook kan je als gemeente eisen stellen bij het verstrekken van subsidies – een probaat middel om de beweging van meer inzet van ervaringsdeskundigen te bewerkstellingen.’
Hameeda: ‘Er is een variëteit aan ervaringsdeskundigen. Er zijn er die uitstekend kunnen meeschrijven met een beleidsplan of subsidieaanvraag, weer een ander is vooral in de uitvoer actief. Het gaat er inderdaad om dat je scherp hebt wat je nodig hebt. Welk profiel zoek je? Het is belangrijk dat het niet alleen maar om het verhaal – en dus om de ervaring – gaat.’
Susanne: ‘Voor mij is onafhankelijkheid belangrijk. Ik zou niet zonder meer in dienst willen treden bij een organisatie. Het feit dat ik als zzp’er opereer, biedt me vrijheid. Ik werk aan verschillende projecten en wordt zeer frequent teruggevraagd – mijn werk voelt niet als een baan, ik heb een drive om bij te dragen aan een betere wereld.’
Janine: ‘Ik probeer ook de belangen van andere ervaringsdeskundigen te behartigen. Bijvoorbeeld als een medewerker van een organisatie vindt dat ervaringsdeskundigen hun ervaring vrijwillig dienen in te zetten. Dan ga ik daarover in gesprek. Bevragen helpt.’
Susanne: ‘Ik heb in de regio’s [waar in het kader van Geweld Hoort Nergens Thuis is gewerkt] gezien dat mensen zich door de inzet van een ervaringsdeskundige eerder en sneller begrepen voelden. Een ervaringsdeskundige sluit anders en beter aan bij wat zij zelf hebben meegemaakt en mensen voelen zich eerder en sneller begrepen. Hierdoor zijn zij ook eerder geneigd om hulp te vragen en/of te aanvaarden. Ook hebben we gezien dat door interventie of inzet van een ervaringsdeskundige mensen sneller om hulp vragen. Dat is pure winst natuurlijk.’
René: ‘In diverse regio’s heb ik gezien dat er ervaringsdeskundigen zijn opgeleid. Zij werden voorbereid op wat ze in het werkveld kunnen verwachten, hoe ze zich kunnen opstellen en wat een handige aanpak is. Bij een serie succesvolle trainingen in gesprekstechnieken belicht vanuit dader- en slachtoffer perspectief (in samenwerking met Hameeda Lakho) was er veel interesse van gemeenten, organisaties en professionals. Ze leerden hoe geweldspatronen doorwerken  en hoe betrokkenen van huiselijk geweld te benaderen en het gesprek aan te gaan.
Hameeda: ‘Ik zie dat in regio’s bestuurders en wethouders geïnspireerd geraakt zijn over de inzet van ervaringsdeskundigheid. Zij hebben gezien dat de kennis, inzet, professionaliteit en deskundigheid van ervaringsdeskundigen meerwaarde heeft in der aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Een mooie vorm van waardering.’

Jullie waren alle vier betrokken bij de totstandkoming van de handreiking ‘Samen Deskundig’. Waar ben je het meest trots op?

Susanne: ‘Ik vind het een hele prestatie dat het gelukt is om de handreiking in gezamenlijkheid te ontwikkelen. Dat het ons gelukt is om inzicht te kunnen geven in het belang van ervaringsdeskundigheid en zo beleidsmakers en professionals handvatten hebben kunnen aanreiken en daarmee de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling kunnen versterken..’
Hameeda: ‘We hebben in regio’s hard gewerkt aan de inzet van ervaringsdeskundigheid. Mooi om te zien en te ervaren dat veel regio’s met ons door willen en onze opdracht verlengen, naast de samenwerking met het programma Geweld Hoort Nergens Thuis. Regionaal staat de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling nog steviger op de agenda en dat is goed nieuws.’
Janine: ‘Hoewel raakvlakken met de inzet van ervaringsdeskundigheid in de GGZ en in het sociale domein, zoals gevoelens van onmacht en schaamte, stigma en sociale uitsluiting, heeft de Spiegelgroep in de handreiking de eigenheid van ervaringsdeskundigheid op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling duidelijk kunnen maken. Ik ben ook trots op hoe de Spiegelgroep de gebieden van samenwerking met ervaringsdeskundigen heeft uitgewerkt.’
René: ‘Ik ben trots op het feit dat we met de verschillende achtergronden en kwaliteiten hier aan tafel samengewerkt hebben aan de handreiking. Het is óns werk en onze handreiking aan het veld.’

‘Regionaal staat de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling nog steviger op de agenda en dat is goed nieuws’

Hoe heeft de spiegelgroep met de handreiking gewerkt in de regio's?

 Begin oktober 2020 ontvingen de regionaal projectleiders van het programma GHNT het aanbod om voor 20 uur gebruik te maken van de expertise van de Spiegelgroep. Bij dit aanbod waren de handreiking, de curricula vitae van de Spiegelgroepleden en enkele suggesties voor inzet gevoegd. Ongeveer 22 van de 28 veiligheidsregio’s maakten dankbaar gebruik van de ervaringsdeskundige inzet van de Spiegelgroep. Bovendien was dit al gauw zo succesvol dat op verzoek van veel regio’s in maart 2020 de ureninzet van de Spiegelgroep werd verdubbeld en nadien vanuit de eigen organisaties zelfstandig werden ingezet. 

Janine: ‘Ik was betrokken bij vier regio’s en wil hier graag Rotterdam-Rijnmond uitlichten. Daar zijn ze op 1 mei 2021 gestart met een regio brede en organisatie overstijgende ervaringsdeskundigenpool Ervaring in Huis die bij de hulpverlening aan cliënten en de aanpak van huiselijk geweld wordt ingezet. Ik werd gevraagd om mee te denken over hoe het effect van de ervaringsdeskundige inzet te meten. Tijdens het eerste gesprek met de projectleider, Els Verkerk, zei ze dat ze bij het vormgeven van het project heel veel aan de handreiking had gehad, onder andere om de gebieden van inzet te definiëren. Uiteindelijk werd mijn ervaringsdeskundige inzet zo gewaardeerd dat ik inmiddels het onderzoek naar de impact van Ervaring in Huis uitvoer.’
René: ‘Met mijn achtergrond als pleger van huiselijk geweld was er veel vraag naar mijn inzet in de regio.  Voorbeelden hierin zijn meepraten, meedenken, mee ontwikkelen in klankbordgroepen, focusgroepen en projecten die werden opgestart. Maar mijn kennis werd ook gebruikt bij de diverse onderzoeken vanuit het programma GHNT en in de regio. De belangrijkste werkzaamheden zijn toch wel helpen bij laagdrempelige plegerhulp in de diverse regio's om hulp aan plegers van huiselijk geweld meer onder de aandacht te brengen.’
Hameeda: ‘Ik heb in vijf regio’s verschillende rollen vervuld met variërende werkzaamheden. Deskundigheidsbevordering van professionals in de uitvoering en beleid, zoals een webinar professionele moed voor Zuid Limburg voor de zorg en veiligheidssector civil care. Adviserende rol hoe ervaringsdeskundigheid in te zetten en te borgen, door inspiratiesessies voor gemeenten en ketenpartners en het opzetten van een focusgroep van ervaringsdeskundigen in Zaanstreek Waterland. Ondersteunende rol bij het inzetten van ervaringsdeskundigheid voor Zuid Holland Zuid. Ervaringsdeskundig perspectief voor het team Multidisciplinaire aanpak intersectoraal en specialistisch (MDA++) in de regio Haaglanden. Voor Noord Oost Gelderland heb ik bijgedragen aan het versterken van lokale teams in samenwerking met Veilig Thuis door middel van trainingen gesprekstechnieken, waarbij ik het slachtoffer of pleger perspectief goed kan verwoorden en de urgentie zichtbaar kan maken van wat er speelt binnen de gemeente en wat daarbij nodig is.’
Susanne: ‘Ik heb op verschillende ‘gebieden’ zoals genoemd in de handreiking mijn ervaringsdeskundigheid ingezet in de regio’s. Zo heb ik meegewerkt aan een onderzoek naar de integrale samenwerking binnen gemeenten en daarnaast met hun ketenpartners huiselijk geweld in 2 regio’s en een onderzoek naar de inzet van Intensief Casus Regisseurs. Tevens heb ik bijgedragen aan het beleidsstuk de regionale aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling in Friesland en later n.a.v. dit ook nog aan lokale plannen. Ik heb een klankbordgroep van mensen met ervaring opgezet en gecoördineerd. Daarnaast geef ik veel voorlichting aan gemeenten en ketenpartners om zo bewustwording te creëren en het onderwerp te agenderen.’

Wie zitten er aan tafel?

Susanne Slikkerveer is eigenaar van 4Happinezz, en vertolkt het verhaal van lotgenoten in beleidsbijeenkomsten in de regio. Ze adviseert onder meer wethouders, burgemeesters, directies van hulpverleningsinstanties en scholen. Daarnaast staat ze cliënten bij, bijvoorbeeld bij gesprekken met hulpverleners. Vanuit 4Happinezz geeft Susanne voorlichting om deskundigheid te bevorderen en handelingsverlegenheid tegen te gaan, werkt zij mee aan beleidsplannen, adviseert zij organisaties en werkt zij mee met organisaties om de aanpak aan te passen en/of te vernieuwen. Susanne werkt voor organisaties als Veilig Thuis, Politie, CJG, gemeenten, scholen, onderzoeksbureaus.
Janine Klungel investeert in kennisoverdracht vanuit de belichaamde ervaring van seksuele kindermishandeling om tot (h)erkenning en een rechtvaardigere samenleving te komen. Ze is cultureel antropoloog, beeldend therapeut, ervaringsdeskundig op het gebied van seksuele kindermishandeling en voorzitter van Stichting RISE, een landelijke beweging voor en door mensen die als kind seksueel mishandeld zijn.
René Haring is vanaf 2016 oprichter/eigenaar van het bedrijf Agressie, en daarna? Hij begeleidt landelijk lotgenoten en groepen, steekt zijn nek uit als ex-pleger om het taboe te doorbreken en bespreekbaar te maken. Zet zich in om de pleger-aanpak (signaleren en nazorg) te verbeteren. Praat mee/adviseert o.a. met/aan gemeenten. Belicht het verhaal van plegers als spreker op congressen, tijdens workshops en gastlessen.
Hameeda Lakho is expert en inhoudsdeskundige op het terrein van geweld in afhankelijkheidsrelaties en de langetermijngevolgen van kindermishandeling. Vanaf 2005 heeft ze met haar eigen bedrijf Hameeda Lakho Training, Coaching en Advies haar expertise toepasbaar gemaakt voor lotgenoten, professionals en organisaties en is breed inzetbaar o.a. op het gebied van lotgenotencontact, deskundigheidsbevordering, advies en beleidsontwikkeling, voorlichting en kennisoverdracht. Ze is auteur van vier taboedoorbrekende autobiografische romans over (de gevolgen van) kindermishandeling en huiselijk geweld en initiatiefnemer van de Academie voor Herstel en Ervaringsdeskundigheid.