Inclusie een illusie?

Impressie van het Participatiedebat van Movisie
artikel - 26 november 2014
Inclusie een illusie?

Er is niet één passend antwoord op de vraag wat er nodig is om mensen met een fysieke of verstandelijke beperking of psychische aandoening zich meer thuis te laten voelen in de wijk. Het gaat over het belang van wonen en wat daarmee samenhangt, over contacten in de buurt en de vereiste begrenzing daaraan en de noodzaak van veerkracht in het systeem van zorg en ondersteuning. Tijdens het Participatiedebat 2014 werden deze onderwerpen besproken en bediscussieerd door ruim 100 professionals, beleidsmakers, bestuurders en ervaringsdeskundigen. Is inclusie een illusie? Nee, natuurlijk niet. Maar het ontstaat ook niet vanzelf.

Movisie en Binnenlands Bestuur organiseerden met medewerking van Ieder(in) en LPGGz het zesde Participatiedebat van Movisie. Elisabeth van den Hoogen begeleidde de middag, waarin presentaties werden gevolgd door reflectie door het panel ervaringsdeskundigen bestaande uit Jan Zandijk (Vereniging Ypsilon), Lotte Bloemendaal (Stichting Desudo Blindengeleidehonden), Yvonne Lammertink (ILONK) en Michiel Zeeuw (Vereniging LFB) en de aanwezigen in de zaal.

Het belang van wonen

Anneke van der Vlist (Ieder(in)) legt uit dat het belang van wonen meerledig is. Het erbij horen (integratie), stabiliteit, het behouden van regie en mogelijkheden tot participatie: allemaal essentieel in de beleving van wonen. Belangrijk is om te kijken wat iemand zelf wil en kan, in plaats vanuit een label te redeneren. Goed wonen maakt het verschil tussen gezond en volwaardig leven of ziek en beperkt door het leven gaan.

Michiel Zeeuw: 'Mijn vrienden en ik wilden graag bij elkaar in de buurt blijven wonen. De woningbouwcorporatie heeft drie appartementen in hetzelfde complex voor ons geregeld.'

Jan Zandijk: 'Niet iedereen is in staat om alleen te wonen. Je moet kijken naar wat iemand zelf kan, samen met anderen of waar extra ondersteuning nodig is.'

De waarde van lichte contacten

Femmianne Bredewold (Centrum voor Samenlevingsvraagstukken) licht het belang van lichte contacten op straat toe. Deze contacten geven het gevoel er te mogen zijn en het gevoel van veiligheid. Maar, er hoort ook een gepaste afstand bij. Haar advies is dan ook om rekening te houden met verschillende soorten contact en daarbij passende codes. En om ook hierbij uit te gaan van een gezamenlijkheid in plaats van te denken vanuit de beperking. De buurt moet worden gekoesterd waar het goed voor is, maar actieve solidariteit zal gearrangeerd moeten worden.

Lotte Bloemendaal: 'Ik vind het fijn om mijn buren te kennen en een praatje met ze te maken. Maar ik wil echt niet dat zij mij helpen met mijn post en administratie. Dat komt veel te dichtbij.'

Interactief intermezzo

Wat is er nodig om inclusief beleid in de praktijk te versterken? Aan dialoogtafels bogen de aanwezigen zich over deze vraag. Wat gaat er al goed - en hoe kunnen we dat behouden of versterken? En wat kan er beter? En hoe dan? De verschillende achtergronden van deelnemers leidden tot veel uitwisseling over lokale situaties en tot meerdere invalshoeken bij elke tafel. De hoofdlijnen uit dit intermezzo laten zien waar de urgentie en gevoeligheid ligt en in welke richting oplossingen gezocht kunnen worden:

  • Maak inclusie bespreekbaar. Luister daarbij naar alle partijen (dus zowel cliënt als (buurt)bewoners als andere betrokkenen). Het stimuleren van ontmoeting tussen alle betrokkenen kan het begrip vergroten. En besef dat iedere situatie anders is en dus ook niet op dezelfde wijze is aan te pakken (maatwerk is vereist).
  • Het is hoog tijd voor ontschotting en minder bureaucratie. Belangrijkste daarin is dat vanuit de vraag gehandeld moet worden, en niet vanuit de doelgroep (ofwel ‘label’). Daarnaast kan de wirwar aan protocollen en te strak beleid een aanpak op mogelijkheden -in plaats van op beperkingen- in de weg staan.
  • Versterken van de ketenbenadering. Enerzijds tussen vrijwilligers en professionals, maar ook tussen professionals onderling en verschillende organisaties. Denk daarbij bijvoorbeeld ook aan de rol die werkgevers / jobcoaching kunnen spelen.
  • De rol van ervaringsdeskundigen en belangenbehartigers is groot! Zij kunnen een signalerende, voorlichtende en agenderende rol spelen en stigma’s wegnemen. Bovendien zijn zij vaak sleutelfiguren die nodig zijn om belangen te behartigen en partijen te verbinden.
  • Laat de angst voor het onbekende los. Wat is er mis met creatieve vormen als ze werken? Of onverwachte partijen die goede oplossingen bieden?
  • Durf los te laten wanneer het kan, maar ondersteun wanneer nodig. En heb daarbij specifiek aandacht voor vrijwilligers en buurtbewoners, bijvoorbeeld in de vorm van beloning of complimenten.

Download de uitwerking van alle dialoogtafels

Veerkracht

Marjet van Houten (Movisie) gaat in op de elasticiteit van wederkerigheid. Zij signaleert dat mensen met een beperking of psychische aandoening kwetsbaar zijn, maar ook ontzettend veel kracht hebben. Vaak zijn zij ook mantelzorger, vrijwilliger, hebben betaald werk of zijn actief in de buurt of beleidsprocessen. Het ervaren van evenwicht is wel een vereiste. Hun netwerk is daarvoor heel belangrijk maar ook vaak fragiel: het is beperkt, soms niet aanwezig, te druk of kent grenzen als het gaat om ‘intiemere’ hulp. De rol van professionals ligt op het vlak van deskundigheid, frequente aanwezigheid en continuïteit als het gaat om het ondersteunen in behoud van zoveel mogelijk zelfstandigheid. Het lijkt er nu alleen steeds meer op dat in de ondersteuning de maximale rek is bereikt (het gaat allemaal ‘net’) en er -te veel- spanning ontstaat. Het systeem zou veel meer moeten worden ingericht op ‘veren en terugveren’. Lees de samenvatting van de lezing van Marjet van Houten.

Yvonne Lammertink: 'Ik heb veel moeite gedaan om zelfstandig te kunnen wonen, ook met hulp van mijn netwerk. Daar zit niet meer rek in. Mijn netwerk wil ik liever inzetten voor leuke dingen.'

Reacties

Reageer op dit artikel

6 + 3 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.