Participatieraden in de IJmond vinden zichzelf uit

Twee jaar om te experimenteren met participatievormen

21 januari 2020

De gemeenten Velsen, Beverwijk en Heemskerk werken nauw samen in het sociaal domein. Naast de extra taken door de decentralisaties vormde deze IJmondiale samenwerking een belangrijke reden om de inwoner- en cliëntenparticipatie in een gezamenlijk nieuw jasje te steken. Twee jaar lang is er alle ruimte om te experimenteren met nieuwe participatievormen.

‘De gemeenten in IJmond voeren sinds de decentralisaties veel taken samen uit, maar andere dingen doen ze alleen’, vertelt Marja van Leeuwen, senior beleidsadviseur bij de gemeente Beverwijk. ‘Inwonerparticipatie moet dus op veel thema’s bij voorkeur regionaal georganiseerd zijn, en op andere thema’s juist lokaal.’

Drieluik over vernieuwing inwonerparticipatie

Dit artikel over de IJmondgemeenten is de tweede aflevering van een drieluik over hoe verschillende Nederlandse gemeenten met hun inwoners werken aan vernieuwing van cliënt- en inwonerparticipatie. Lees ook het inleidende artikel over dit onderwerp.

Geen confectiejasje

‘Dat inzicht deelden de toenmalige Wmo- en cliëntenraden van de drie gemeenten en het ouderenplatform Beverwijk’, weet Joris Jansbeken, destijds lid van de Heemskerkse Wmo-raad. Samen met beleidsambtenaren uit de drie gemeenten presenteerden zij eind 2017 een beleidsnotitie, waarin de term ‘verbreden’ een sleutelwoord was. De uitdrukkelijke wens was om meer inwoners vroeger te betrekken in de beleidscyclus. Het vormen van nieuwe raden die binnen de bestaande gemeentelijke systeem zouden opereren, ging niet ver genoeg. Er was geen confectiejasje nodig, maar maatwerk, door gemeenten en inwoners samen vervaardigd.

Vooral het proces

In het voorjaar van 2018 gingen drie lokale nieuwe Participatieraden van start. Deels met vertrouwde leden zoals Jansbeken, deels met nieuwe leden zoals Dorine Vermeulen van de Participatieraad in Velsen. ‘Bij ons is de gehele raad compleet nieuw’, vertelt ze, ‘dus we moesten onszelf eigenlijk ook nog uitvinden. We zijn allemaal verbinders, netwerkers met een brede blik. Wij gaan als raad niet over de inhoud, maar over het proces. Wij willen vooral uitzoeken op welke manier we de inwoners het beste kunnen betrekken. Vooralsnog doen we dat op thema’s waar de gemeente sowieso zelf al mee bezig is. We pakken dus alleen onderwerpen op die de gemeente zelf aandraagt. Dat maakt de kans op borging van het advies groter.’

18 juni: online bijeenkomst ‘Leren van ervaring, vernieuwing in cliënt- en inwonerparticipatie’
 

Zorgen dat inwoners toegang hebben tot hulp en steun die ze nodig hebben. Dat armoede geen belemmering is om mee te doen. En dat mensen zich ongeacht leeftijd, beperking of achtergrond thuis voelen in hun eigen wijk. Dat vraagt een effectieve aanpak en verbetering van beleid en dienstverlening. Daarvoor is samenwerken met meer en een diversere groep inwoners en het benutten van hun ervaringskennis van groot belang. Maar hoe krijg je dat voor elkaar? Daarover gaat een online bijeenkomst op 18 juni.

Bekijk het programma van ‘Leren van ervaring, vernieuwing in cliënt- en inwonerparticipatie’

 

Participatievormen uitproberen

Dat is anders dan in Heemskerk, vertelt Jansbeken. ‘Wij agenderen zelf ook vraagstukken, op basis van wat we horen en zien van inwoners.’ Volgens beleidsadviseur Van Leeuwen vormen die verschillende manieren van werken geen probleem. ‘We hebben er twee jaar voor uitgetrokken om te experimenteren. Zo kunnen de raden verschillende participatievormen uitproberen.’ Dat is in de afgelopen anderhalf jaar inderdaad volop gebeurd. Van spiegelgesprekken en flitspeilingen tot een opiniebus en een wijkwinkel. En bovendien op tal van vraagstukken: van toegankelijkheid en minimabeleid tot mantelzorg en huishoudelijke hulp.

'Wat vooral niet vergeten moet worden: vertellen over de resultaten van de inbreng van inwoners'

Afpellen

‘Maar’, vervolgt Van Leeuwen, ‘wie een vraag ook op de agenda zet, hij moet altijd zo concreet mogelijk zijn. Het is elke keer afpellen: Wat is precies de vraag? Hoe stel je die? Aan welke doelgroep?’ De drie Participatieraden werken wat dat betreft ook al met hetzelfde stappenplan om vragen te trechteren, te concretiseren en vervolgens voor te leggen. Jansbeken: ‘En wat vooral niet vergeten moet worden: vertellen over de resultaten van de inbreng van inwoners. We hebben laatst de tweehonderd inwoners die een vragenlijst hadden ingevuld, het eindrapport allemaal persoonlijk toegestuurd.’

Ter plekke aanvragen

In alle drie de gemeenten in de IJmond staat armoedebestrijding op de agenda. Onder de noemer De kracht van meedoen werkten de drie Participatieraden elk op hun eigen manier mee aan een onderzoek naar onderbenutting van minimaregelingen. ‘Hier in Beverwijk hebben we als gemeente samen met de Participatieraad daarover een bijeenkomst georganiseerd. We gaven informatie over de regelingen, maar we konden ook ter plekke samen met de cliënt een aanvraag indienen. Dat werkte heel goed. Wat niet goed werkte aan deze vorm was dat er maar weinig mensen op afgekomen waren.’

Voedselbank

Armoede is inderdaad een lastig thema om de doelgroep bij te betrekken, weet Vermeulen. ‘Wij hebben daarom contact gezocht met de voedselbank. Met een paar leden van de Participatieraad hebben we de cliënten ter plekke persoonlijk benaderd. We wilden zicht krijgen op waarom mensen regelingen zoals een studietoelage voor de kinderen en bijzondere bijstand niet gebruiken. Dat leverde heel veel informatie op: vooral de administratieve rompslomp en de lange procedures weerhouden mensen. Tja, als je wasmachine kapot is heb je geen tijd om zes weken te wachten.’ Een concreet resultaat van deze nieuwe manieren om inwoners te betrekken is dat de regelingen in Beverwijk tegenwoordig eenvoudiger aangevraagd kunnen worden. De informatie erover is ook verduidelijkt, en wordt nu ook via een filmpje verspreid.

Sleutelfiguren

Het opzoeken van inwoners daar waar ze sowieso al samenkomen, lijkt ook op andere onderwerpen een goede vorm om inwoners te betrekken, vertelt Van Leeuwen. ‘Onze Participatieraad heeft de schilderclub bezocht, een vergadering van de buurtzorgmedewerkers en repetities van koren, om een paar voorbeelden te noemen.’ Alle drie zijn ze het er over eens dat sleutelfiguren daarbij onmisbaar zijn. Van Leeuwen: ‘Peers zijn heel belangrijk. Dichtbij, naast de inwoner. Ik merk steeds weer hoe verrijkend het is dat de participatieraadsleden als extra en onafhankelijke schakel staan tussen de gemeente en de inwoner.’ Jansbeken beaamt: ‘Wij noemen de gemeente soms bewust niet. Dat kan echt helpen om mensen aan het praten te krijgen.’

'Wij noemen de gemeente soms bewust niet. Dat kan echt helpen om mensen aan het praten te krijgen'

Geen cliëntenraad

Een participatieraadslid kan zelf een sleutelfiguur zijn, maar soms is het ook iemand anders, bijvoorbeeld een ervaringsdeskundige uit een specifieke doelgroep. Daarmee komt het gesprek op de rol van cliënten in de nieuwe manier van werken. ‘Een Participatieraad is geen cliëntenraad’, legt Van Leeuwen uit: ‘Dus een raadslid hoeft niet per se cliënt te zijn, en is dat in veel gevallen ook niet. In de Participatieraad gaat het niet over belangenbehartiging. Het gaat wél over scherp zijn op de compleetheid van de perspectieven. En ervaringsdeskundigen en andere cliënten stellen vanuit hun invalshoek vaak zeer verrijkende vragen.’ Cliënten spelen tegenwoordig een belangrijke rol in de zogeheten focusgroepen, vult Vermeulen aan. ‘Dat zijn tijdelijke groepen die inhoudelijk met een thema aan de slag gaan. Daarin zitten cliënten, participatieraadsleden en beleidsmedewerkers.’

Veel tijd

Nu, na anderhalf jaar experimenteren, zijn er overigens nog wel degelijk knelpunten. Bijvoorbeeld dat het werk veel tijd kost. ‘Alle participatieraadsleden doen ook mee in een of meerdere focusgroepen’, verklaart Vermeulen. ‘Zodra je inhoudelijk betrokken bent, word je in zo’n onderwerp gezogen. Dan gaat het al snel veel tijd kosten. En het kost sowieso al veel tijd: een website maken en bijhouden, vergaderingen, de interne organisatie, noem het maar op.’

Hoge verwachtingen

Een ander knelpunt is het brede scala aan onderwerpen in het sociaal domein. ‘Dat is zó breed, dat kun je niet allemaal afdekken’, zegt Vermeulen. Ze merkt ook dat de verwachtingen wat dat betreft goed gemanaged moeten worden. ‘Door ons enthousiasme hebben we in het begin misschien wel eens te hoge verwachtingen gewekt bij ambtenaren of wethouders.’ Jansbeken herkent dat punt, maar ziet vooral winst in de vele contacten die er zijn ontstaan. ‘Ik heb heel veel beleidsmedewerkers leren kennen. Dat is op zich al heel zinnig, want het helpt richting het doel om mensen te betrekken.’

Naar elkaar toe

Voorjaar 2020 zit de experimenteertijd erop. Van Leeuwen: ‘Dan evalueren we gezamenlijk en volgt een advies aan de gemeenteraden over hoe verder. We willen geen slager zijn die z’n eigen vlees keurt, dus we betrekken daar ook een externe partij bij.’ Vermeulen concludeert vol vertrouwen: ‘Ook al hebben we in de drie gemeenten een eigen aanvliegroute gehad, de werkwijze in de hele IJmond groeit steeds meer naar elkaar toe.’ Ook volgens Jansbeken heeft de experimenteerfase veel opgeleverd: ‘We merken dat inwoners steeds vaker uit zichzelf naar ons toekomen met hun vragen en ideeën.’ En daar was het allemaal om begonnen.

Tekst: Tea Keijl